Frisse injectie voor de soul

Het vergt de nodige brutaliteit om als debuterend Amerikaans artiest een album met de titel Soul Power uit te brengen. De onmiddellijke associatie is die met de gelijknamige hit van James Brown uit 1971. Probeer daar maar eens overheen te komen in termen van muzikale drive en pophistorisch belang. Het tekent het aanstormende soultalent Curtis Harding dat hij zich die last op de hals durft te halen.

Harding komt uit een omgeving waar pop, soul en indierock elkaar raken. Hij was achtergrondzanger bij Cee-Lo Green, drumt en zingt bij de psychedelische rockgroep Night Sun met Cole Alexander van The Black Lips en mag Jack White tot zijn beroemde fans rekenen. Zijn moeder bracht hem een liefde voor gospelmuziek bij en van Cee-Lo Green leerde hij dat bezieling vaak niet zit in stemverheffing, maar juist in het klein houden van emotie en vocale projectie. Dat alles komt samen op Soul Power, een album dat vooral zo spectaculair is om de vanzelfsprekendheid waarmee Harding zijn invloeden in de praktijk brengt. De soepele soulsongs ‘Keep on shining’ en ‘Heaven’s on the other side’ zijn fraai georkestreerd met zuinig gedoseerde blazers en zwoele falsetkoortjes. Ze blijven aan de goede kant van kitsch, want de zelf producerende Harding houdt vast aan de rockbandopstelling waarin gitaar en drums een leidende rol spelen. Het luchtige huppelritme van ‘Next time’ wordt omhooggetild door subtiele blazers. De zoete verleiding van stijlvolle soul en de opwinding van garagerock komen naadloos bij elkaar in ‘Surf’ en ‘Cruel world’. De moerassige gitaarsound van ‘Drive my car’ knipoogt naar Tony Joe White en de koortjes in ‘I don’t wanna go home’ hebben de ontwapenende naïviteit van doowop uit de jaren vijftig. Soul Power blinkt uit door de vanzelfsprekendheid waarmee Curtis Harding al die stijlen samenbrengt. Bovendien heeft hij een stem die pure bezieling ademt, met een popgevoel dat sinds de gloriedagen van Motown en Stax zeldzaam is geworden in de soulmuziek.