Homo-asielzoeker hoeft geen privédetails over geaardheid te geven

Foto AP

Hoeveel details moet je als homoseksuele asielzoeker geven over hoe je die geaardheid praktisch invult, om geloofwaardig homoseksueel te zijn? Het Europese Hof van Justitie in Luxemburg heeft op die vraag vanmorgen antwoord gegeven: geen.

Ondervragingen over de praktische invulling van je geaardheid zijn in strijd met het recht op eerbiediging van het privéleven en het familieleven, schrijft het Hof in antwoord op prejudiciële vragen van de Raad van State.

De afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State had in maart vorig jaar vragen aan het Hof gesteld, naar aanleiding van drie zaken over mannen uit Gambia, Afghanistan en Oeganda. Staatssecretaris Teeven (Justitie, VVD) had hun een verblijfsvergunning geweigerd, omdat hij de verklaringen over hun geaardheid ongeloofwaardig vond. Dat baseerde hij bijvoorbeeld op verklaringen over eerdere relaties die „vaag en summier” zouden zijn geweest. De Raad van State wilde weten welke grenzen bij het beoordelen van de seksuele geaardheid in acht moeten worden genomen.

Dat een asielzoeker geen antwoord weet op vragen over „met homoseksuelen verbonden stereotiepe opvattingen” is onvoldoende om zijn verhaal als ongeloofwaardig te beoordelen, zegt het Hof. Ook mogen dus geen vragen worden gesteld over de praktische invulling van iemands geaardheid.

Eén van de drie mannen had aangeboden om een test te ondergaan of een seksuele daad te verrichten om zijn „seksuele gerichtheid” aan te tonen. Zoiets aanvaarden zou afbreuk doen aan de menselijke waardigheid, zegt het Hof.

De Raad van State gaat de zaken, nu de antwoorden uit Luxemburg binnen zijn, verder behandelen.