Duizend man op pad, voor een musje

Door de modder, over hekken. Hoe een Afrikaanse woestijngrasmus duizend man naar een Alphense polder trok.

Hans Zaal is al de hele ochtend in de weer geweest. Op zoek naar ongedierte in de polder, in Alphen aan de Rijn. Het is woensdag 12 november 2014, rond het middaguur. Zaal bestrijdt muskusratten. Hij zit al 25 jaar in het vak. Ook is hij vogelliefhebber, al zijn hele leven. Hij rijdt inmiddels uren rond op zijn quad, door de blubber, door de maïsvelden. Ongedierte vindt hij niet, wel een woestijngrasmus. Een vogeltje dat je normaal niet tegenkomt in Nederland.

De mus is zelfs nooit eerder in Noordwest-Europa gespot. Arjan van Egmond, voorzitter van vogelspotterwebsite Dutch Birding, legt later uit dat het vogeltje mogelijk verdwaald is in dit najaar. „Het zijn soms net kinderen, ze raken verdwaald en duiken zomaar ergens op.”

Op het moment dat Zaal de mus waarneemt, weet hij nog niet dat de vogel zo zeldzaam is in deze contreien. „Ik keek rond met mijn verrekijker en zag in de begroeiing langs een slootkant een klein geel vogeltje.” Een grasmus, dat weet hij zeker, maar welke? Hij wil vriend en medevogelliefhebber Adri de Groot bellen om zijn vondst te delen. „Maar ik had een nieuwe telefoon, zijn nummer stond er nog niet in.”

Thuis kijkt Zaal in zijn boeken en komt tot de conclusie dat het de Afrikaanse woestijngrasmus moet zijn, een standvogel die zijn dagen doorbrengt in en rondom de Sahara. Wat doet die nu opeens in de Alphense polder?

Enkele dagen later keert Zaal terug, ditmaal met Adri de Groot (68), tevens eigenaar van het populaire Vogeldagboek.nl. Uren wachten ze, uiteindelijk zien ze hem zitten. Ze maken enkele foto’s. „Als dit bekend wordt, breekt er een gekte los in de vogelwereld”, zegt De Groot tegen Zaal.

De Groot houdt om die reden de locatie van de waarneming geheim. „Ik was bang dat de vogel verstoord zou worden.” De grasmus kan opgejaagd worden en weet dan niet meer welke kant hij op moet, vreest hij.

Die keuze wordt hem niet in dank afgenomen. Andere vogelspotters vinden hem egoïstisch. Op enkele fora vragen ze zich af of De Groot de ontdekking voor zichzelf wilde houden. Want: zo’n vondst deel je toch?

Enkele dagen nadat hij foto’s van de vogel op zijn website heeft geplaatst, lekt de locatie uit. De Groot had de vinding gedeeld met enkele andere vogelaars, die zelf op zoek zijn gegaan. Die nemen de vogel weer waar. Er breekt, zoals De Groot al voorspelde, een gekte los in de vogelwereld.

In drie dagen tijd krijgt Cor Slagt, eigenaar van kaasboerderij Landlust, zo’n duizend man op bezoek. „Er kwamen mensen uit België, Duitsland en Engeland. Ongelooflijk.” Hij vindt het geen probleem dat de vogelliefhebbers door zijn achtertuin moeten om bij de vogel te komen. „Zolang ze het groene hek maar achter zich dichtdoen.”

Van Egmond is blij met de gastvrijheid van de boer. „Normaal willen die ons niet op hun land.” En dat zou zonde zijn.

Of hij zelf ook is geweest? „Ja natuurlijk! Twee keer.”

De drukte van de afgelopen dagen is gisteren tot een abrupt einde gekomen. Er is vogelgriep vastgesteld in Zoeterwoude, 6 kilometer verderop. Sindsdien mogen de vogelspotters niet meer het land op. Slagt: „We vonden het hartstikke leuk, al die mensen door de achtertuin, maar gezien de ontwikkelingen kan dat niet meer.”

Als de vogelgriepdreiging weg is, komt De Groot terug voor de vogel. „Ik houd niet zo van die drukte. Laat mij maar alleen op een krukje naar vogels kijken, van een veilige afstand.”