De discussie over immigratie is taboe

Wie falende integratie in Duitsland aankaart, is meteen extreemrechts. Maar nu hooligans betogingen organiseren moet de politiek het probleem onderkennen.

De dood van de jonge studente Tugçe Albayrak is niet zomaar een geval van zinloos geweld. De Turkse achtergrond van het slachtoffer en de Servische achtergrond van verdachte Senal M. maken dat dit drama buitengewoon gevoelig is.

Daar komt bij dat het integratiedebat in Duitsland nog gevoeliger ligt dan in andere West-Europese landen. Dat komt door de stijgende populariteit van Duitsland bij nieuwkomers: alleen al in het afgelopen jaar kwamen netto bijna 450.000 migranten naar Duitsland. Een andere oorzaak van de brandgevaarlijkheid van het thema immigratie is het heersende taboe op het onderkennen van problemen die samenhangen met falende integratie. Het optreden van Senal M. is hiervan een afschrikwekkend voorbeeld.

Politici van gevestigde politieke partijen spreken ogenblikkelijk een banvloek uit tegen iedere partij die de mislukte integratie van grote groepen jongeren aan de orde wil stellen. Meest recente voorbeeld: de nieuwe partij Alternative für Deutschland (AfD), die boven verwachting resultaten boekt. De partij, onder leiding van de Hamburgse micro-econoom Bernd Lucke, adresseert nadrukkelijk de problemen die kunnen ontstaan bij het uitblijven van een gericht immigratiebeleid. Bijgevolg is de partij door de gevestigde partijen ogenblikkelijk in de hoek van extreemrechts en nationaal-socialistisch weggezet.

Steeds meer demonstraties

Inmiddels lijkt het erop dat een algemeen ongenoegen over het immigratie- en vluchtelingenbeleid de straat op gaat. Sinds de zomer manifesteert zich plotseling een beweging die zich HoGeSa noemt: Hooligans Gegen Salafisten, ofwel voetbalvandalen tegen fundamentalistische moslims. Toen een betoging van vijfduizend van deze gepolitiseerde rouwdouwers recent de binnenstad van Keulen onveilig maakte, bleken politie en justitie volledig onvoorbereid. Inmiddels was er in de afgelopen zeven weken weer een nieuwe beweging op de straten te zien, dit keer in Dresden. Het gaat om burgers die zich Pegida noemen: Patriottische Europeanen tegen de ondergang van het avondland. Zij houden stille tochten onder het motto dat zij niet mogen zeggen wat zij denken. Gisteren werd de „avondwandeling” van vijfduizend Pegida-betogers geblokkeerd door duizend tegenbetogers die „racisme wilden ontmaskeren”.

De Dresdener politicoloog Werner Patzelt zei vorige week in gesprek met een groep correspondenten in Duitsland dat bewegingen als Pegida ten onrechte buiten het debat worden geplaatst. „Duitsland is een immigratieland geworden, maar de discussie daarover is taboe. Heel veel burgers die niet rechts zijn voelen zich aan hun lot overgelaten en gaan de straat op. Zij willen antwoord op de vraag wat het toenemend aantal immigranten voor hen betekent.”

Merkel toont zich bezorgd

Dat de Duitse regering het debat niet helemaal uit de weg gaat, bleek gisteren op een speciale ‘integratietop’ die het Duitse kabinet onder leiding van bondskanselier Angela Merkel (CDU) belegde met politiek en maatschappelijk relevante partijen. Merkel ging in een toespraak niet in op de dood van Tugçe Albayrak.

Wel sprak de bondskanselier haar zorg uit over de geringe elasticiteit van de Duitse samenleving: aan jongeren van buitenlandse komaf worden hoge eisen gesteld, maar dat betekent ook dat de maatschappij zich moet openstellen voor nieuwkomers. „Als je leest dat veel sollicitaties al mislukken door de verkeerde achternaam”, zei Merkel, „of kennismakingsgesprekken afketsen op een ongebruikelijk uiterlijk op onze breedtegraad, dan moet je zeggen: beide kanten moeten bewegen.”