Behoefte aan jeugdboeken is weg. Het is doorgaan of pin uit de granaat trekken

Alleen tennismoeder en prinsessen krijgen vandaag de dag nog aandacht in het Nederlandse medialandschap, betoogt kinderboekenschrijver Floortje Zwigtman in een ‘literaire suïcide-note’: ‘Voor mij is het moment gekomen om te beslissen: doorgaan of de plug uit de granaat trekken.’

Floortje Zwigtman (L) in 2006. De kinderboekenschrijfster klaagt in een opiniestuk over de gebrek aan aandacht voor jeugdliteratuur, tenzij de auteur 'een tennismoeder of prinses' is. ANP PHOTO ED OUDENAARDEN

Alleen tennismoeder en prinsessen krijgen vandaag de dag nog aandacht in het Nederlandse medialandschap, verzucht kinderboekenschrijver Floortje Zwigtman in een ‘literaire suïcide-note’: ‘Voor mij is het moment gekomen om te beslissen: doorgaan of de plug uit de granaat trekken.’

Hier hadden uw laatste woorden kunnen staan.

Een literaire suïcide-note

Een jaar lang heb ik met veel plezier in het Vlaamse tijdschrift De Leeswelp verslag gedaan van mijn ‘jaar van publicatie’. Het jaar dat het boek dat jarenlang in de pen zat en dat eindelijk gepubliceerd zou worden. Het is er van gekomen. Het boek ligt in de winkels ‘against all odds’ en dankzij de tomeloze inzet van mijn uitgeefteam. In het laatste nummer van De Leeswelp had ik dit jaar graag afgerond met een column waarin ik terugkeek én vooruit.

Het heeft helaas niet zo mogen zijn. Het laatste tijdschrift dat in Vlaanderen op een serieuze manier over jeugdliteratuur publiceert is ter ziele door een faillissement van de overkoepelende organisatie Vlabin-VBC vzw. Dus blijft alleen Literatuur Zonder Leeftijd nog over als enig orgaan dat over kinder- en jeugdliteratuur schrijft als ter zake doende, van waarde. Voor zolang als het duurt.

Hartverscheurend

De teloorgang aan aandacht voor het kinder- en jeugdboek is hartverscheurend. Zeker als je bedenkt hoe levend en dynamisch die wereld ooit was, met ‘De Blauw Geruite Kiel’, de jeugdbijlage van Vrij Nederland en grote schrijvers als Paul Biegel die hun mooiste verhalen ooit eerst publiceerden in veel gelezen kindertijdschriften.
Aandacht voor kinder- en jeugdboeken is een stiefkindje binnen de Nederlandse kranten die zelf weer een stiefkindje zijn binnen een medialandschap dat vooral nog aandacht aan kinderboeken besteedt als ze geschreven door een prinses of een tennismoeder zijn. Want ja, ze weten ‘wat de mensen willen’. En wat de mensen willen wordt al jarenlang door gesponsorde huis-tuin-en-keuken-programma’s bepaald met reclame voor, tijdens en na de kneuterige, Hollandse, zo-lekker-gewoon-gebleven gezelligheid.

In deze wereld is geen tijd en zeker geen geld meer voor iets wat meer aandacht en stilte kost, zoals bijvoorbeeld lezen. Nederlandse kinderen die graag lezen worden op middelbare scholen zo’n beetje gedwongen ondergronds te gaan. ‘Een boek kan uw reputatie ernstige schade toebrengen’. En zelfs docenten zeggen: Nou, die dikke boeken, daar beginnen we maar niet aan. Die lezen ze toch niet.’

We weten zo goed wie ‘ze’ zijn. ‘Ze’ dat zijn ‘wij met z’n allen’ en ‘wij’ doen allemaal ‘gezellig lekker mee’. In een wereld die steeds groter, steeds internationaler, steeds veelzijdiger zou moeten worden, neemt de eenvormigheid ironisch genoeg hand over hand toe. De mal van commercie waar we allemaal in zouden moeten passen, wordt steeds dwingender. Zelfs het ooit zo spannende genre van de YA-literatuur is nu in die mal gedwongen. Dystopia moet je schrijven, liefst met iets magisch en als je het belieft een vlucht engelen en een roedel weerwolven. En trek ook een kist vampiers open, want die trend schijnt ook nog steeds niet voorbij te zijn. Doe je best, wijk niet te veel van dit stramien af, want dan worden uitgevers en boekverkopers zenuwachtig: stel dat de lezer Het Niet Snapt! Verkoop je dan nog wel wat?

Verzuipen

Verzuipen in zo’n zee van verplichte gezelligheid en truttige eenvoud, is eenvoudig. Heel wat auteurs die in de laatste jaren van de vorige eeuw prachtige boeken maakten, publiceren inmiddels niet meer of hun klassiekers zijn niet meer verkrijgbaar. (De boeken van Els Pelgrom zijn hier een schrijnend voorbeeld van.) Anderen blijven dapper tegen de stroming in roeien. Ze blijven telkens weer bewijzen dat het toch nog kan: prachtige boeken maken en er door promotie, bloed, zweet en tranen genoeg van verkopen om te kunnen blijven schrijven. Ook ik heb dat gedaan. Mijn laatste boek is met heel veel lawaai gelanceerd en ‘het is niet onopgemerkt gebleven’. Wat de pers er ook van vond, het was wel een boek dat anders was dan alle andere, een politieke roman voor jongeren: een onmogelijk boek! Het is besproken in vele kranten. En ook in de Leeswelp had een recensie kunnen staan.

Het boek is er gekomen, ‘against all odds’ en aan de vervolgdelen wordt gewerkt.

Of ze ook zullen verschijnen, daar twijfel ik sinds vanmorgen voor het eerst aan.

Het verdwijnen van De Leeswelp, het bijna-uitsterven van een zeer bedreigde diersoort, doet me twijfelen aan de strijd die ik voer. Valt die met passie, inzet, heel hard werk en heel veel koppige dwarsigheid wel te winnen? Hoe lang wil ik nog mijn uiterste, uitputtende best blijven doen voor een wereld die zo duidelijk behoefte heeft aan rust, aan verdieping, aan empathie en inzicht maar die schrijvers, filosofen, wetenschappers en alle andere nuchtere of minder nuchtere zieners duidelijk maakt dat ze die behoefte niet erkent? De minachting voor bedachtzaamheid, voor een voorzichtig oordeel, is groot. Een wereld die ten onder gaat aan een zieke markteconomie probeert zich te genezen met de ziekte zelf. De neo-liberale waanzin ligt op de sofa bij dokter Privatisering. De wereld die smeekt om vrede vliegt elkaar zelfs in de haren om een kinderfeest.

En ondertussen prijzen wij schrijvers met liedjes en dansjes onze boeken aan.

Plug uit de granaat trekken

Misschien wordt het tijd voor een andere strategie. De strategie die ontdekt is door een groep doorgeschoten idealisten voor wie de wereld nu huivert: de compromisloze strategie van alles of niets, de overwinning of de dood.
Voor mij is het moment gekomen om te beslissen: doorgaan of de pin uit de granaat trekken. Boem: geen boeken meer. Deze auteur stopt ermee. Ze kan haar geld ook elders verdienen.

Als de wereld geen behoefte aan ons heeft, dan maar geen boeken meer. Dan maar geen verhalen. We gaan wel iets voor ons zelf doen. Over tien jaar komen we wel eens kijken hoe jullie maatschappij erbij ligt. Adieu.

Auteurs zijn net als leraren, verpleegkundigen, alle mensen met een beroep waarbij het om mensen gaat, altijd te voorzichtig te terughoudend geweest. Altijd is er geschipperd, altijd is er toegegeven. Zelden gestaakt. En zeker onder auteurs niet: want we zijn nu eenmaal niet de best georganiseerde bevolkingsgroep, met bovendien een zekere neiging om elkaar in de haren te vliegen. En dus sluiten we zelf onze kleine compromissen. Zeggen we ‘ja’, terwijl we weten dat we ‘nee’ moeten zeggen. En lever we telkens weer een klein stukje van ons inkomen en onze zelfachting in.

Missen

Stel dat we ermee zouden stoppen, wie zou er dan klaar staan om ons over te halen terug te komen, weer achter de pc te gaan zitten en te gaan schrijven? Wie zou ons genoeg missen? Wie zou er als eerste achter komen wat er verloren is gegaan?

Ik sta nu op dit punt: stoppen of doorgaan. En stoppen lijkt opeens een reële optie. Niet vanwege de jarenlange inspanning, het kluizenaarsleven dat schrijven eist. Niet vanwege opgedroogde inspiratie-inkt. Niet vanwege vermeende literaire miskenning.

Vanwege de enige conclusie die ik kan trekken: als kunst en literatuur zo belangrijk zijn als de maatschappij en de politiek met de mond belijden, laten ze dat dan maar eens bewijzen.

Ook ik zal misschien binnenkort uit de kinder- en jeugdboekenwereld verdwijnen.

Wie genoeg om me geeft om me te missen, mag dat bewijzen.