Buijt en Van Eck doen aan oneerlijke beeldvorming

Illustratie pavel constantin

Gemeenteraadsleden Ronald Buijt en Michel van Eck (Leefbaar Rotterdam) betogen dat vluchtelingen in Nederland té humaan worden behandeld (NRC Handelsblad, 27 november). Los van het idee van beide heren dat een menswaardige behandeling voor sommige mensen ongepast is, blijkt het lijstje niet op kennis van zaken gebaseerd te zijn. Is dit toevallig of een dommigheid?

Helaas, geen van beide. Er is hier sprake van misleidende beeldvorming. Het lijstje schreeuwt dan ook om een weerwoord gebaseerd op feiten. Allereerst wat cijfers volgens de heren: „Dit jaar worden het er ongeveer 30.000 en voor 2015 worden nog meer [asielzoekers] verwacht”. Die cijfers zijn gebaseerd op een enkele piek in week 19 van dit jaar. Op het moment dat Teeven met zijn ‘alarmbrief’ kwam in mei, was de kentering al zichtbaar, maar Teeven deed alsof deze stijging zich zou voortzetten.

Dan over de zogenaamd hoge instroom: elke dag zouden er 100 nieuwe aanvragen worden gedaan. Het misleidende in deze cijfers zit in het feit dat niet de daadwerkelijke instroom wordt gerekend, maar het aantal aanvraagformulieren. Bij dit laatste aantal zitten ook de aanvragen van in Nederland geboren kinderen van erkende vluchtelingen inbegrepen. Net als de vereiste tweede aanvragen van nareizende gezinnen van een erkende vluchteling én die van vluchtelingen die een herhaalde asielaanvraag mochten doen. Dat de werkelijke instroom kleiner is geeft Teeven zelf toe.

Over het ‘hoge toekenningspercentage’ van 58 procent van vluchtelingen in Nederland is het volgende op te merken: de daadwerkelijke instroom in Nederland is lager dan de instroom in omliggende landen, terwijl we het op vijf na rijkste land in de EU zijn. Per hoofd van de bevolking leveren de toegekende verblijfsvergunningen dus minder ‘belasting’ op.

Kortom: net als de staatssecretaris strooien ook de heren Buijt en Van Eck met ongefundeerde cijfers die ook nog eens in een verkeerd perspectief worden geplaatst. Ze verspreiden in hun opiniestuk misleidende informatie. Als de oorzaak in onwetendheid ligt, dan zou het de heren sieren als zij hun taak als bestuurders serieus zouden nemen en zich zouden verzekeren van de juiste feitenkennis vóór ze dergelijke uitspraken doen. Als zij dit willens en wetens naar buiten hebben gebracht, dan is er sprake van een opzettelijke negatieve beeldvorming en kwalijke polemiek.