Britse generatie met politiek pensioen

Met vertrek oud-premier Gordon Brown komt een einde aan een tijdperk.

Foto´s Bloomberg en ANP / Fotobewerking NRC studio en NRC fotodienst

Nog niet al te lang geleden domineerden zij de krantenkoppen: Darling, Straw, Blunkett, Dobson, Hain, Jowell, Blears. De mannen en vrouwen uit de Labour-regeringen van Tony Blair en Gordon Brown.

Eén voor één kondigden ze de afgelopen maanden aan zich in mei niet opnieuw verkiesbaar te stellen voor het Britse Lagerhuis. Gisteren maakte, na aanzwellende geruchten, ook Gordon Brown bekend de politiek te verlaten. Hij blijft VN-gezant voor onderwijs. De oud-premier (63) zei de komende maanden er nog alles aan te zullen doen zodat Ed Miliband de verkiezingen in mei wint. „Ik geloof nog altijd dat er iets groters is dan wijzelf. Ik geloof nog altijd in het morele doel je in te zetten voor de publieke zaak.”

Het grootste afscheid van Blairites en Brownites vond vijf jaar geleden plaats. Weinigen kozen voor een plaatst in de oppositie, noch durfden zij het tijdperk-Miliband aan. In sommige gevallen was het vertrek onvrijwillig: de Conservatieven of Liberaal-Democraten pikten hun zetels in.

Het huidige Labour wordt bovendien niet graag herinnerd aan de periode Blair-Brown – ondanks drie verkiezingswinsten. Blairs kabinetten zijn een synoniem geworden voor de Irak-oorlog, dat van Brown voor de nationalisering van banken en de economische crisis. Op dat laatste blijft huidige regering steeds fijntjes wijzen. Pas op het partijcongres afgelopen september werd Brown voor het eerst in vier jaar genoemd: toen had hij met zijn vurige betogen de Schotten ervan weerhouden voor onafhankelijkheid te stemmen.

Ook Alistair Darling (61), de oud-minister van onder meer Transport en Financiën, kan terugkijken op Schotland als zijn laatste succes. Hij leidde de Better Together-campagne. Tessa Jowell (67), minister voor Cultuur en Sport, kan terugblikken op de Olympische Spelen in 2012 die zij wist binnen te halen.

Het succes van David Blunkett (67) is misschien minder tastbaar, maar de in armoede en blind geboren oud-minister van Binnenlandse Zaken was voor velen een voorbeeld. Fraser Nelson, hoofdredacteur van het rechtse tijdschrift The Spectator schreef: „Hij was nooit slecht voorbereid, liet nooit iets van zijn handicap merken. Hij was een van Labours beste Lagerhuisleden, en een van de zeer weinigen die ik inspirerend zou noemen.”

Jack Straw (68) en Peter Hain (61) moeten zich nog altijd verdedigen voor besluiten die ze namen. De laatste stelde als minister voor Noord-Ierland in 1998 vrijgeleides op voor IRA-verdachten die op de vlucht waren, een besluit dat toen het vorig jaar bekend werd tot grote ophef zorgde. Straw, oud-minister van Binnenlandse Zaken, Buitenlandse Zaken en Justitie, erkende dat het openen van de grenzen voor Polen in 2004 „een geweldige fout” was geweest.

Van Frank Dobson (74), oud-minister van Gezondheid, en Hazel Blears (58), oud-minister voor Lokale Overheid, werd de afgelopen tijd weinig meer vernomen.

De meeste Labour-ministers gaan ook echt met pensioen. Zoals Straw onlangs zei in een interview met Politics Magazine: „Veel van hen [de schaduwministers] hebben de leeftijd van mijn kinderen, soms zijn ze zelfs jonger. Zo gaat het in het leven.”

Ook op andere parlementsbankjes hebben grootheden aangekondigd niet herkiesbaar te zijn in mei. De Conservatieve oud-minister van Buitenlandse Zaken en oud-partijleider William Hague (53) stopt er mee, net als de Vader van de Kamer, de langstzittende parlementariër: Peter Tapsell (84). Hij werd in 1959 voor het eerst gekozen. Bij de Liberaal-Democraten gaat oud-partijleider Ming Campbell (73) met pensioen.

Niet alle Blairites en Brownites zijn verdwenen. Van de ruim zestig ministers en talloze staatssecretarissen uit de vier regeringen zitten er nog zeven in het Lagerhuis. Onder wie de huidige partijleider: Ed Miliband.