Biotechnologie knalt op de beurs, ook in Europa

Foto iStock

Had Hans Schikan, bestuurder van het Leidse biotechbedrijf Prosensa, zijn avontuur op de Amerikaanse beurs anders voorgesteld? Misschien. Maar spijt? “Geen moment. We hebben bijna 90 miljoen dollar opgehaald. En eerlijk, het is gewoon kicken. Midden op Times Square in neonlichten ‘Nasdaq welcomes Prosensa’ zien. Dat is een ervaring die ik elke bestuurder zou willen meegeven.”

Onlangs werd bekend dat BioMarin, een Amerikaanse branchegenoot, een overnamebod heeft uitgebracht ter waarde van 680 miljoen dollar. Plus nog twee keer 80 miljoen dollar als Prosensa’s geneesmiddel tegen de zeldzame ziekte van Duchenne wordt toegelaten op de Amerikaanse en Europese markt.

Drie miljard dollar

Prosensa verdwijnt daarmee zo goed als zeker van de Nasdaq. Een groot gat blijft er niet achter. Alleen al het afgelopen jaar telde de Nasdaq zo’n zeventig beursgangen van biotechnologiebedrijven, waarbij in totaal ruim 3 miljard dollar werd opgehaald. Maar Europa is bezig met een voorzichtige inhaalslag.

Uit een vorige week gepubliceerd rapport van Biocom, een Duits onderzoeksbureau, blijkt dat het aantal Europese beursgangen van biotechbedrijven het afgelopen jaar is verdubbeld. Gingen in heel 2013 vijf bedrijven in Europa naar de beurs, dit jaar waren dat er aan het eind van het derde kwartaal al tien. Bij elkaar haalden ze bijna 550 miljoen euro op. Een jaar eerder was dat nog 60 miljoen.

Een duidelijke opleving

Een schijntje, in vergelijking met wat er aan de andere kant van de oceaan binnenkomt. Maar toch. “Er is op Europese beurzen sprake van een duidelijke opleving”, zegt Biocom-bestuurder Boris Mannhardt. Het populairst zijn Parijs en Londen. Maar ook de Amsterdamse beurs kon recent een biotechbedrijf verwelkomen. Probiodrug, een Duitse ontwikkelaar van een medicijn tegen Alzheimer, haalde daar vorige maand 22,5 miljoen euro op.

Amerikaanse media spreken van een biotechboom. Eén die naast Prosensa meer Nederlandse bedrijven heeft getrokken. Zowel UniQure (gentechnologie) als ProQR Therapeutics (ontwikkelt medicijn tegen taaislijmziekte) hebben sinds dit jaar een notering aan de Nasdaq. Daarmee haalden ze respectievelijk 85,4 en 97,5 miljoen dollar op.

Dergelijk hoge bedragen maken beursgangen zo belangrijk voor biotechnologiebedrijven, zegt Annemiek Verkamman, directeur van brancheorganisatie HollandBIO. “Het duurt vaak tien, vijftien jaar voordat een medicijn is ontwikkeld. Dat gaat met enorme kosten gepaard. Met een beursgang kun je in een klap tientallen miljoenen binnenhalen.”

Liever in de VS naar de beurs

Veel bedrijven verkiezen daarbij een beursnotering in de VS boven een in Europa. Ondanks de hogere kosten en de grotere concurrentie. Dat zit hem niet alleen in de Amerikaanse middelen (in Europa zijn er niet, net als in de VS, grote fondsen die in biotechnologie investeren), maar ook in de cultuur. “Europese investeerders zijn meer risicomijdend”, zegt Oscar Izeboud van zakenbank Kempen & Co, dat onlangs de beursgang van Probiodrug begeleidde.

Laat biotechnologie nu net een van de meest risicovolle beleggingen op de beurs zijn. “In de VS zien ze dat als part of the game”, zegt Izeboud. “Maar de crisis heeft Europese investeerders wat terughoudender gemaakt.”

Dat biotechbedrijven zich in toenemende mate alsnog aan een Europese beursgang wagen, komt volgens Verkamman van HollandBIO door “voortschrijdend inzicht”. “Investeerders zien dat veel biotechbedrijven hun beloften hebben waargemaakt. Daardoor hebben ze meer vertrouwen gekregen.”