Afhakers neemt Nihill voor lief

Nihill wil de luisteraar uitputten. Dat lukt prima. Tijdens de spaarzame optredens ziet de blackmetalband vaak de helft van het publiek halverwege vertrekken. ‘De rest trekken we mee in de zwarte teer’.

Michiel Eikenaar (38) weet wel ‘een mooie, rustige plek’ waar hij wil afspreken. En dus lopen we op een koude zaterdagmorgen onder de bomen aan de Bredaseweg in Tilburg. Hier en daar geeft iemand bloemen water, een ander veegt wat bladeren weg of poetst een steen schoon. Verderop knarst een oude opa met zijn rollator over de smalle paadjes, waarschijnlijk op weg naar zijn overleden vrouw.

Want inderdaad, we zijn er echt.

Op. Het. Kerkhof.

Eikenaar – zwarte baard, muts, jas, broek en legerkisten – beent langs de grafstenen, wijst naar de grond en vat dan droogjes in één zin zijn gehele poëtica samen: „De maden hebben het voor het zeggen.” Die boodschap draagt hij al zeven jaar uit met zijn blackmetalband Nihill, zo ook op het vierde album Verderf dat dit weekend verschijnt. De titel laat zich gemakkelijk verklaren: „Kijk maar om je heen. Verderf: dat is het alles verzwelgende Niets waarin we allemaal verdwijnen.”

De serene rust van rooms-katholieke begraafplaats ’t Heike staat in schril contrast met de dodenakkers die Eikenaar op de plaat beschrijft. „Let the madness possess”, zingt (herstel: gromt, gorgelt en rochelt) hij in het nummer ‘Carrion eaters’ vanuit het diepste van zijn darmen. „Destroy church and churchyard where sacred organs of the holy land and blessed spirits do rest. Flesh being consumed with devouring time. And do give the bones of the dead for meat.” En ook al tjilpen er in Tilburg hooguit wat mussen, op Verderf pikken de kraaien wild om zich heen. „Eaters of eyes!

En toen kwam Pitchfork

Zoals dat gaat in het genre van angstaanjagende knettergitaren, beukende blast beats en gruwelijke grunts opereerde Nihill jarenlang ondergronds, met elpees en cassettebandjes die in kleine oplages de weg naar die hard-fans vonden. Krach (2007) en Grond (2009) waren de eerste twee delen van een drieluik, over sterven en in limbo zijn, die met Verdonkermaan (2012), over hergeboorte, zou worden voltooid.

En toen gebeurde er opeens iets wonderlijks. Verdonkermaan werd opgepikt door het gezaghebbende muziekblog Pitchfork. Wat gold als een zeldzaamheid voor een Nederlandse band overkwam nu uitgerekend de meest extreme van allemaal. En alsof dat nog niet genoeg was, kreeg Nihill ook nog een 7,5. „With this release, the band has fully hit its stride”, aldus de dienstdoende recensent, gevolgd door het ultieme compliment: „It gave me nightmares.

Dat was precies de bedoeling, zegt Eikenaar tevreden. „Hoe genadelozer, hoe beter. Er moet geen ontkomen aan zijn.”

In de queeste naar die gruwelijke bak herrie is alles toegestaan, van razendsnel drumgeratel met knetterende tornadogitaren tot lome, repetitieve sloopriffs en ruisende stukken noise.

Neem ‘Kolos’, een nummer dat klinkt als een opgeblazen motor die in een veel te hoog toerental blijft loeien. „Root out the virtues”, raast Eikenaar ondertussen: „Spill blood like rain.” Maat voor maat schakelt de band telkens een half toontje omhoog. Dat gaat zo tergend traag dat luisteren – ‘ondergaan’ is waarschijnlijk een beter woord – soms bijna pijn doet.

Eikenaar: „We denken helemaal niet in liedjes, maar in sferen, lagen, climaxen. We willen de luisteraar uitputten. Uiteindelijk komt al dat vlechtwerk bij elkaar en volgt de genadeklap. Want daar gaat het om in black metal: toegeven aan de trance en jezelf daarin onderdompelen. Mensen zijn hun vermogen voor devotie kwijtgeraakt. Daarom rekken we onze nummers steeds verder uit. Veel luisteraars kunnen dat niet aan, maar wie blijft, wordt beloond. Probeer die plaat maar eens uit te zitten. Dan kom je los van tijd en ruimte.”

Hij loopt naar de oude praalgraven die worden omringd door grote neogotische beelden. „Kijk dan: die arrogantie, al die symboliek, die kruizen. Mensen willen laten zien dat ze hartstikke rijk zijn en denken dat ze door religieuze dogma’s een leven in het hiernamaals verdienen. Maar we gaan er allemaal aan. En het gekke is: als je vanaf de zijlijn toekijkt, zie je hoe de mensheid haar best doet dat lot sneller te bereiken.”

De dood heeft de kroon

Wacht even. Klinkt daar nu opeens een wereldverbeteraar? Zeker niet, grijnst Eikenaar: „Als het moet, zullen we de laatste bizon over de rand van de klif trappen. Maar de boodschap is eerder: maak je geen illusies. Je kunt wel allemaal regeltjes opstellen, over de andere wang toekeren en zo, maar als je ziet hoe we elkaar de meest verschrikkelijke dingen aandoen, kun je maar beter accepteren: het kwaad zit gewoon in ons. Kijk eens goed naar onze mierenhoop vol pretenties: het is een grap.”

Hij wijst om zich heen. „Hier zijn we allemaal gelijk. Er is er maar één die het voor het zeggen heeft. De dood heeft de kroon. Het is de Grote Schaduw die over alles heen zal vallen.”

Lelijke tijden, lelijke antwoorden

Geen nood: Nihill zal niet net als de illustere, Scandinavische voorgangers uit de jaren negentig (zelf)moord, satanisme en kerkverbrandingen prediken dan wel in praktijk brengen. „Black metal is gewoon controverse. Die hele zweem zit er nu eenmaal omheen. Ik veroordeel het niet, maar voor ons is het een gepasseerd station. Maar op muzikaal vlak hebben we wél hetzelfde doel: iets neerzetten dat extremer is dan al het andere. Maar wij geloven niet in entiteiten, of zo. Wij zijn juist totaal ontkennend. Er is alleen het Grote Niets: Nihill. Het gaat erom jezelf te schikken in dat lot: amor fati, zoals Nietschze het noemt. Het heeft ook te maken met de Zeitgeist: het zijn lelijke tijden, en dit zijn lelijke antwoorden.”

Hoe hij zijn ‘bitterheid en haat eruit gooit’, lijkt op method acting, zegt de zanger. „Wat je neerzet, moet echt zijn. Je komt in een soort modus van totale overgave en catharsis. Het is goed om die donkere kanten van jezelf vast te pakken.”

Afhakers neemt de band graag voor lief, zegt hij, ook tijdens de spaarzame optredens. „Vaak zie je de helft van het publiek halverwege weglopen, maar...”

„Hallo!”

Eikenaar groet eerst nog even vriendelijk een kerkhofbezoeker die zijn bloemengieter komt bijvullen en maakt dan glimlachend – nog net binnen diens gehoorbereik – zijn zin af.

„...de rest trekken we mee in de zwarte teer.” Verderf is verschenen bij Burning World Records. Zaterdag speelt Nihill in 013, Tilburg.