‘Aanmoedigen is geen ronselen’

De uitspraak van de Haagse rechter was een test voor de toepassing van antiterreurwetten op Syrië-gangers. Tickets kopen blijkt strafbaar, het aanmoedigen van jihadisme niet.

Een belangstellende bij het Paleis van Justitie in Den Haag. De uitspraak die de rechtbank gisteren deed heeft implicaties voor andere rechtszaken die lopen tegen teruggekeerde jihadi’s. Foto ANP

De rechter heeft de lat hoog gelegd voor het bestraffen van ronselen voor de jihad. Vermeend ronselaar Shukri F. (20 jaar) werd gisteren vrijgesproken door de Haagse rechtbank, terwijl tegen haar vier jaar cel was geëist. De lat voor veroordeling van teruggekeerde Syrië-gangers lijkt juist lager te liggen. Het hoeft niet vast te staan wat ze ter plekke precies deden – ze kunnen al worden veroordeeld voor kopen van vliegtickets, chatgesprekken en plannen van de reis. Maher H. (20 jaar) kreeg conform de eis van het OM drie jaar cel.

De uitspraak is een belangrijke test voor de toepassing van de anti-terrorisme wetgeving op jongeren die zijn afgereisd naar Syrië of die ertoe oproepen. De veroordeling zal met gejuich worden ontvangen bij het kabinet en andere voorstanders van een repressief beleid jegens Syrië-gangers, zegt terrorismedeskundige Edwin Bakker van de Universiteit Leiden. „De boodschap is: weet dat je in Nederland niet zomaar op vrije voeten komt te staan. Hopelijk heeft dat een afschrikwekkend effect.”

Wel vindt hij het zorgelijk dat Shukri F. („een grote dame in de radicale scene”) is vrijgesproken. „Ik denk dat een aantal moeders van meisjes in de buurt van deze vrouw vannacht wakker ligt. Wat moet ik doen als zij mijn dochter oproept naar Syrië te gaan? Dat kan ze nu met een megafoon gaan doen.”

Het probleem bij het vervolgen van Syrië-gangers is dat er moeilijk achter te komen is wat ze daar precies deden. Daarom vervolgde het OM de voorbereidingen op „deelname aan de gewapende strijd”, niet de oorlogshandelingen zelf. Maar wat zijn „voorbereidingen voor deelname aan de gewapende strijd”? Is het kopen van een vliegticket naar Turkije en het hebben van een fundamenteel geloof daarvoor genoeg? Het inpakken van stevige wandelschoenen?

In deze zaak had de rechtbank meer aanknopingspunten. Sterker nog, volgens de Haagse rechtbank staat vast dat H. „heeft deelgenomen aan de jihadistische strijd”. Er waren foto’s van H. met een kalasjnikov, maar doorslaggevend was een sms van H. aan zijn moeder: „We hadden ons vannacht teruggetrokken om tactische redenen.” Daarmee zal H. zijn moeder niet „nodeloos ongerust” hebben willen maken, aldus de rechtbank. H.’s verweer dat hij alleen humanitaire hulp verleende, noemde de rechter „volstrekt onaannemelijk”.

Zijn individuele daden ter plekke blijven onduidelijk, erkent de rechtbank. Hij wordt dan ook bestraft omdat de rechtbank bewezen acht dat zijn voorbereiding – kopen van vliegtickets, chatten over zijn vertrek, plannen van de reis – bedoeld was om aan de gewapende strijd deel te nemen.

Vrijheid van meningsuiting

Heel anders oordeelde de rechter over ‘ronselen’ door Shukri F. van vier vrouwen en twee mannen. De rechtbank sprak haar vrij van dit ‘werven voor de gewapende strijd’.

Het lastige is de dunne scheidslijn met de vrijheid van meningsuiting en geloof. Wanneer gaat het verboden werven over in het beschermde uitdragen van religieuze en politieke denkbeelden? Vast staat dat F. frequent en dwingend sprak over het kalifaat en de wenselijkheid van sterven als martelaar. Dat zou je kunnen zien als ‘ideologisch rijp maken’ van rekruten, wat de wetgever nadrukkelijk strafbaar heeft willen stellen.

Maar eerder, in de zaak tegen de Hofstadgroep, oordeelde het Hof al dat er meer nodig was. Het ideologisch rijp maken moest onderdeel zijn van een proces waarin rekruten duidelijk tot geweld worden verleid, bijvoorbeeld met schietinstructies en les in het maken van bomgordel, zoals in die zaak.

Dit verleidingsproces ontbrak hier volgens de rechtbank. De opmerkingen en aanmoedigingen van F., bijvoorbeeld dat ze Allah zou vragen een van de mannen als een martelaar te laten sterven, zag de rechtbank als „morele ondersteuning”.

Volgens hoogleraar strafrecht Geert-Jan Knoops legt de rechtbank de lat hoger dan het OM: „Het onderscheidend criterium lijkt nu te zijn dat er een verband bestaat tussen het ‘ronselen’ en ‘de gewapende strijd’, in de zin dat de ronselingshandeling direct moet bijdragen aan de strijd zelf.”

Onderscheid man en vrouw

De rechtbank maakt daarnaast een opmerkelijk onderscheid tussen ronselen van vrouwen en mannen. Van de vrouwen tot wie Shukri F. zich richtte werd aangenomen dat ze niet aan de gewapende strijd zouden deelnemen, maar „typische vrouwentaken” zouden uitvoeren. En omdat ronselen voor huishoudelijk werk niet strafbaar is, werd F. alleen al daarom voor de vrouwen vrijgesproken. Dat zou anders zijn als de vrouwen in Syrië ook „hand-en-spandiensten” zouden verlenen, zoals fouilleren, aldus de rechtbank.

Terrorismedeskundige Bakker is het oneens met deze opvatting, die hij ‘ouderwets’ noemt. „Vrouwen zijn juist essentieel voor de strijders daar. Wanneer verandert morele steun in faciliteren? En wanneer wordt faciliteren een bijdrage aan de gewapende strijd?” Als de wet geen ruimere interpretatie van ronselen toelaat, bijvoorbeeld van ronselen voor ondersteunen van de strijd, moet daar volgens hem naar gekeken worden. Het OM kondigde aan in hoger beroep te gaan tegen de vrijspraak.