Waarom WhatsApp voor media steeds interessanter wordt

2014-10-28 18:11:28 HAARLEM - Een mobiele telefoon met WhatsApp. Iets meer dan 8,7 miljoen Nederlanders hadden in september de berichtendienst WhatsApp geinstalleerd op hun mobiele telefoon. ANP XTRA REMKO DE WAAL Foto ANP

Een mooi beeld: een BBC-medewerker die gedurende zes weken in een eenzame hotelkamer in India duizenden mensen toevoegt aan z’n WhatsApp op een verouderd Android-toestel. Eén voor één. Het is moeilijk voor te stellen, maar dit is precies wat Trushar Barot dit voorjaar aan het doen was. Voor de Britse omroep BBC onderzoekt hij al een paar jaar hoe chat-apps kunnen worden gebruikt in de verslaggeving, en de verkiezingen in India werden aangegrepen om er voor het eerst op grote schaal mee te experimenteren.

Jij zit op Whatsapp, NRC Q ook. Wil je ook als eerste onze updates ontvangen? Schrijf je dan hier in.

Nuttig, maar arbeidsintensief

Mensen konden zich opgeven voor korte updates via WhatsApp en het vooral in China populaire WeChat. ‘Wat vind je van de uitslag?’ vroeg Barot zijn abonnees toen eenmaal bekend was dat Narendra Modi tot premier was gekozen. Het was “nuttig” en “zorgde absoluut voor een betrokken publiek”, zegt hij nu. “Maar het is nog erg arbeidsintensief omdat de app niet gemaakt is om nieuws bij grote hoeveelheden mensen te krijgen.”

De BBC is niet als enige geïnteresseerd in WhatsApp als nieuw distributiekanaal. Jarenlang was de online strategie van veel media gericht op twee pijlers: Facebook en Twitter. Daar wilden ze aanwezig zijn en lezers vandaan halen. WhatsApp heeft (naar eigen zeggen) inmiddels ruim 600 miljoen actieve gebruikers.

Dat is een stuk minder dan de 1,3 miljard van Facebook, maar veel meer dan de 284 miljoen van Twitter. Het nadeel voor online media die die 600 miljoen mensen willen bereiken, is echter dat die zich bevinden in een aparte app, afgesneden van de rest van het web, en WhatsApp deelt geen data. Dat maakt het veel lastiger om bezoekersstromen te meten.

Stuur-naar-Whatsapp-knop

De BBC was zelf de zender. Dat is een verschil met wat Buzzfeed sinds vorig jaar probeert: die site heeft sinds oktober vorig jaar (naast de Facebook- en Twitter-knoppen die je overal tegenkomt) een groene stuur-naar-WhatsApp-knop bij elk artikel staan, die alleen te zien is op smartphones. Triomfantelijk bracht Buzzfeed in februari de eerste resultaten naar buiten: de knop was méér gebruikt dan die voor Twitter.

Toch zei dat nog weinig. Mensen kunnen via veel meer wegen iets op Twitter zetten dan alleen via die knop, en bovendien kende Buzzfeed alleen het aantal bezoekers dat een link van de site deelde, niet het aantal dat daarna binnen een WhatsApp-chat op zo’n link klikte.

“Het is ook lastig”, zegt Daniel Ayers van Seven League, een consultancybureau voor digitale media. Als hoofd online bij de Spaanse voetbalclub Valencia experimenteert hij sinds vorige maand met een WhatsApp-deelfunctie. Hij heeft wél een indruk van wat het oplevert. Als de cijfers van één stuk dat viral ging buiten beschouwing worden gelaten (daar heb je nog steeds Facebook en Twitter voor nodig), leverde WhatsApp ruim drie keer meer bezoekers aan dan de twee ‘open’ sociale media.

Voor Nederlandse sites is dit bovengemiddeld interessant, omdat het percentage WhatsApp-gebruikers in Spanje en Nederland nagenoeg gelijk is.

Dat merkt ook NRC Q, dat er nu een paar maanden mee experimenteert: een gemiddelde abonnee op onze WhatsApp-nieuwsdienst bezoekt 20 procent van de links die hij daarop binnenkrijgt.

Volgens Ayers is de kracht van chat-apps dat mensen iets daar niet delen met een min of meer willekeurige massa, maar met één specifiek persoon of een specifieke, kleinere groep bekenden. Barot, ondertussen, begon dit najaar aan het tweede WhatsApp-project van de BBC. Het account verstuurt nieuws over ebola en heeft 16.000 abonnees, van wie de meesten in de getroffen landen in West-Afrika zitten. Nog steeds allemaal vanaf één smartphone - maar wel een nieuwer model, dat niet zo vaak vastloopt.