Vogelgriep treft bij toeval gebied met weinig kippen

Met de nieuwe besmetting in Zoeterwoude is het hek nog niet van de dam. Maar de kans op een grote epidemie blijft.

Grote verschillen in kippendichtheid

Staat Nederland aan de vooravond van een grote epidemie van vogelgriep? Tussen 16 en 21 november raakten vier pluimveeboerderijen besmet, daarna niet meer.

Maar zondag werd een vijfde besmetting bekend, een legkippenbedrijf in Zoeterwoude. De boerderij ligt in het Groene Hart, net als twee eerder besmette bedrijven.

Toch lijkt de huidige uitbraak van vogelgriep nog steeds niet op de grote epidemie van 2003. Toen brak er ook een ‘hoogpathogene’ vogelgriep uit. Die epidemie duurde twee maanden. Er raakten 245 bedrijven besmet, 30 miljoen vogels werden geruimd, een man stierf. Na die uitbraken waren er in De Peel en de Gelderse Vallei geen kippen meer over.

Met vijf besmettingen in twee weken verloopt de huidige uitbraak dus rustiger. Kan er nog een grote uitbraak komen? Ja, zegt de Wageningse hoogleraar veterinaire epidemiologie Mart de Jong. „Als de uitbraak in de Gelderse Vallei of De Peel was geweest, was het niet in de hand te houden.”

Tot nu toe hebben we geluk gehad, zegt De Jong. Alle besmette bedrijven liggen in gebieden met weinig pluimveehouderijen. En dat is cruciaal. „Maar het is zorgelijk dat de uitbraak toch niet uitgewoed blijkt.”

Nederlandse epidemiologen zoals De Jong hebben de epidemie van 2003 uitentreuren bestudeerd en gesimuleerd. De zorgelijke uitkomst: als er nu in het hart van de Nederlandse kippenhouderij agressieve vogelgriep uitbreekt, gaat het weer precies zoals in 2003. Toen werd een bedrijf in de Gelderse Vallei als eerste getroffen, waarna de epidemie oversloeg naar De Peel. De bedrijven liggen daar zo dicht bij elkaar, dat een uitbraak zich als een bosbrand verspreidt.

Nu valt het vooralsnog mee. In het Groene Hart en de Kop van Overijssel (waar Kamperveen ligt) zijn er per km2 tien keer zo weinig pluimveeboerderijen als in de Gelderse Vallei of De Peel. In zulke gebieden is de kans tamelijk groot dat de uitbraak na een paar weken uitdooft, voorspellen de simulaties. Tenzij ongemerkt een bedrijf in een van de kippenregio’s besmet raakt – een kwestie van toeval.

De Jong: „De periode voordat de eerste besmetting is gevonden, is het gevaarlijkst.” In die periode worden er van een bedrijf nog eieren en dode kippen afgevoerd, en komen allerlei mensen de boerderij op – dat blijken de belangrijkste risicofactoren. Het bedrijf in Zoeterwoude kan op die manier besmet zijn geraakt, want de incubatietijd is maximaal 21 dagen.

Het is cruciaal dat er, zoals nu, vervoersverboden en verplichte strenge hygiëne rond besmette bedrijven worden ingesteld. Maar in de grote kippenregio’s is dat uiteindelijk niet genoeg. Tegen de tijd dat een uitbraak wordt opgemerkt, zijn er al tientallen bedrijven besmet.

Nu is het afwachten. Volgens De Jong is het belangrijk om na te gaan welke contacten er kunnen zijn geweest tussen de vijf besmette bedrijven. „Het is niet handig om er maar vanuit te gaan dat alleen trekvogels de veroorzakers zijn geweest.” Geen van de vijf bedrijven had vrije uitloop.

Op dit moment moet commercieel pluimvee in heel Nederland binnenblijven. De Jong: „We weten niet wat daarvan het effect is, maar het lijkt logisch dat het helpt.”