Rechtbank bepaalt waar vurig geloven overgaat in ronselen

Namen Shukri F. en Maher H. deel aan de jihad? Een uitspraak in hun zaak heeft ook voor anderen betekenis.

Hoeveel bewijs is nodig om aan te tonen dat iemand in Syrië heeft gevochten? En als dat bewijs onvoldoende is, is voorbereiding op die reis dan ook strafbaar? Een uitspraak die de rechtbank in Den Haag daarover vandaag zou doen, kan ook betekenis hebben voor de jihadzaken die zullen volgen.

Maher H. (20) is de eerste teruggekeerde jihadreiziger die in Nederland zou kunnen worden bestraft. Volgens het Openbaar Ministerie (OM) heeft hij in Syrië deelgenomen aan de gewapende strijd. Tegen hem werd drie jaar cel geëist. Tegen zijn vrouw Shukri F. (20) heeft het OM vier jaar cel geëist wegens ronselpraktijken. Een belangrijke vraag die de rechtbank vandaag zou beantwoorden is of zij inderdaad geronseld heeft, of slechts vurig over haar persoonlijke geloofsbeleving heeft gepraat.

Inmiddels zijn zeker dertig Syriëgangers teruggekeerd naar Nederland, volgens de laatste cijfers van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid. Het OM heeft onderzoeken lopen naar tientallen mensen die naar Syrië zijn gereisd, of daar plannen voor hadden. Daarnaast doet het OM in Den Haag onderzoek naar een ‘criminele organisatie met terroristisch oogmerk’, waarvan twee leden verdacht worden van ronselen. Oordeelt de rechter dat de zaak tegen Shukri F. en Maher H. voldoende onderbouwd is, of moet het OM in de toekomst met meer komen?

Advocaat Peter Plasman vindt dat in deze zaak hard bewijs ontbreekt. Er zijn bijvoorbeeld geen getuigenverklaringen of beelden waaruit blijkt dat H. zelf op mensen heeft geschoten. Of zich überhaupt had aangesloten bij een jihadistische organisatie als IS. Zelf hield H. vol dat hij alleen als hulpverlener actief is geweest.

Het OM vervolgde hem desondanks voor zowel het deelnemen aan de gewapende strijd als de ‘voorbereidingshandelingen’, zoals het plannen van de reis en het bezoeken van websites over het conflict.

De vervolging wordt bemoeilijkt omdat het vrijwel onmogelijk is erachter te komen wat iemand concreet in Syrië heeft gedaan. Bovendien zijn er verdachten die nog niet eens in Syrië zijn geweest. Zij kunnen dus alleen vervolgd worden voor ‘voorbereidingshandelingen’.

Slagveld

Over tegengehouden uitreizigers zijn eind vorig jaar twee uitspraken gedaan door de rechtbank Rotterdam. De ene verdachte werd veroordeeld omdat hij tijdens zijn voorbereidingen explosieven maakte. Bij de ander werden de voorbereidingen zoals het boeken van tickets strafbaar geacht, in combinatie met onder meer een chat waarin hij zegt dat partijen in Syrië „allemaal onthoofding waard” zijn. Hij werd echter ontoerekeningsvatbaar verklaard wegens schizofrenie.

Het OM noemde meerdere aanwijzingen in de zaak tegen H.. Zoals een chat, vlak voor zijn vertrek, waarin hij zei: „Als ik sterf tijdens een jihad, is dat maar zo.” Hierover zei H. zelf in de rechtszaal: „Als ik in een ziekenhuis omkom door een bom van het regime, ben ik ook omgekomen in een jihad.” Ook bezocht hij de radicaal-islamitische site De Ware Religie. Maar daar staan volgens hem „meerdere meningen” op .

Van H. zijn in Syrië verschillende foto’s gemaakt waarop hij een kalasjnikov vasthoudt. Op één foto is hij aan het schieten. De AIVD onderschepte een sms die hij uit Syrië aan zijn moeder stuurde: „We hadden ons vannacht teruggetrokken om tactische redenen. Ben nu thuis.” Waarop zijn moeder reageert: „Zoon, neem altijd a.u.b. afscheid van me als je het slagveld op gaat.”

Advocaat Plasman vindt dat in oorlogsgebieden andere regels gelden voor moord en doodslag. H. zou slechts vervolgd mogen worden voor schending van het oorlogsrecht.

Tegen H.’s islamitisch getrouwde vrouw Shukri F. zijn allerlei getuigenverklaringen afgelegd. Ze zou zeker zes mensen hebben geronseld, onder wie haar man. In lezingen zei ze volgens een getuige dat moslims de „plicht” hebben om naar Syrië te gaan.

Er werden tal van chats, telefoongesprekken en sms’jes onderschept met mensen die F. geronseld zou hebben. Zo sms’t ze een jongen: „Ik vraag Allah je te laten sterven als sjahied (martelaar).” Tegen een vriendin zei ze: „Ik accepteer niet dat je hier blijft.” Een andere vriendin zei tegen de politie dat F. altijd over Syrië praatte. Osama bin Laden was haar grote held, vandaar ook haar bijnaam, Umm Usama.

Tegen F. is vier jaar cel geëist, één jaar meer dan tegen haar man. Het OM noemde H. „slechts een pion”. Advocaat Paul Kaiser blijft erbij dat zijn cliënte alleen vurig over haar geloof heeft gepraat. En de getapte gesprekken? Dat was gewoon vriendinnenpraat, waarin grappen worden gemaakt.