Met zijn perfecte slag creëert Gimeno enorme spanning

Er is vooruitgang in het Rotterdamse muziekleven. Vorig jaar waren er in De Doelen, met ruim 2100 plaatsen ’s lands grootste concertzaal, slechts 300 belangstellenden voor een concert met Franse muziek, gedirigeerd door de sprankelende Lionel Bringuier. Vrijdag waren er een paar honderd meer muziekliefhebbers voor een soortgelijk concert met avantgardistische muziek in soorten en maten uit de periode 1917-1960.

Was het omdat Threnody – To the Victims of Hiroshima (1960) van de Pool Krzystof Penderecki zo’n etherisch klaaglijk stuk was voor 52 strijkers met subtiele geleide improvisaties? Was het omdat Boris Giltburg, vorig jaar de briljante winnaar van het Brusselse Koningin Elisabeth Concours, de solist was in een spetterende en spectaculaire uitvoering van het geliefde Derde pianoconcert (1917-1921) van Prokofjev? Het uitbundige enthousiasme over het enerverende evenement werd gevolgd door een ingetogen toegift van Liszt.

Was het omdat het Concert voor orkest (1950) van Witold Lutoslawski zo’n fantastisch stevig én lyrisch werk is, tussen Bartók en de frenetieke Sjostakovitsj? Of was het omdat het Rotterdamse orkest met enorm succes bij publiek en musici werd gedirigeerd door de Amsterdammer Gustavo Gimeno?

De voormalige slagwerker van het Concertgebouworkest, die in februari bij zijn orkest een daverend debuut maakte, maakt nu internationaal furore met zijn perfecte slagtechniek en de enorme energie en spanning die hij creëert. Volgend seizoen komt hij terug naar Rotterdam.