Hi there! NRC is using WhatsApp

Nieuwe trend: nieuwsberichten ontvangen via chat-apps zoals WhatsApp. Online media zijn er dol op, want gebruikers lezen elk bericht dat binnenkomt.

Illustratie Studio NRC

Een mooi beeld: een BBC-medewerker die gedurende zes weken in een eenzame hotelkamer in India duizenden mensen toevoegt aan z’n WhatsApp op een verouderd Android-toestel. Eén voor één.

Het is moeilijk voor te stellen, maar dit is precies wat Trushar Barot dit voorjaar aan het doen was. Voor de Britse omroep onderzoekt hij al een paar jaar hoe chat-apps kunnen worden gebruikt in de verslaggeving, en de verkiezingen in India werden aangegrepen om er voor het eerst op grote schaal mee te experimenteren. Mensen konden zich opgeven voor korte updates via WhatsApp en het vooral in China populaire WeChat. ‘Wat vind je van de uitslag?’ vroeg Barot zijn abonnees toen eenmaal bekend was dat Narendra Modi tot premier was gekozen.

Het was „nuttig” en „zorgde absoluut voor een betrokken publiek”, zegt hij nu. „Maar het is nog erg arbeidsintensief omdat de app niet gemaakt is om nieuws bij grote hoeveelheden mensen te krijgen.”

Dat kun je wel zeggen: het hele experiment werd uitgevoerd met Barots toestel, dat bovendien steeds vastliep. Als hij de straat op ging, was hij doodsbang beroofd te worden. Dat zou einde experiment betekenen.

De BBC is niet als enige geïnteresseerd in WhatsApp als nieuw distributiekanaal. Steeds meer sites proberen het afgesloten ecosysteem binnen te dringen om er lezers te zoeken.

Jarenlang was de online strategie van veel media gericht op twee pijlers: Facebook en Twitter. Daar wilden ze aanwezig zijn en lezers vandaan halen. Het effect ervan was gemakkelijk te meten, dus was de tijd die erin gestoken werd goed te verantwoorden.

WhatsApp heeft (naar eigen zeggen) inmiddels ruim 600 miljoen actieve gebruikers. Dat is een stuk minder dan de 1,3 miljard gebruikers van Facebook, maar veel meer dan de 284 miljoen van Twitter. Het nadeel voor online media die die 600 miljoen mensen willen bereiken, is echter dat die zich bevinden in een aparte app, afgesneden van de rest van het web, en WhatsApp deelt geen data. Dat maakt het veel lastiger om bezoekersstromen te meten - en dus weet je niet wat je er precies aan hebt.

Meer gebruikt dan Twitter

Voor Barot en de BBC waren de rellen in Londen in de zomer van 2011 een eye opener. Hun journalisten merkten dat de relschoppers onderling informatie uitwisselden via groepen binnen BlackBerry Messenger, de chat-app van de (toen nog populaire) BlackBerry. Ze slaagden erin zich toe te laten voegen in een aantal van die groepen en wisten zo waar de hevigste rellen en plunderingen zouden plaatsvinden. Barot: „Dat gaven we door aan de nieuwsdienst, die op basis daarvan verslaggevers uitstuurde.”

De volgende stap was het experiment bij de Indiase verkiezingen. De BBC was daarbij dus zelf de zender. Dat is het verschil met wat Buzzfeed sinds vorig jaar probeert: niet de nieuws- en entertainmentsite zelf, maar lezers moeten de artikelen naar het WhatsApp-eiland brengen. Buzzfeed heeft sinds oktober vorig jaar (naast de Facebook- en Twitter-knoppen die je overal tegenkomt) een groene stuur-naar-WhatsApp-knop bij elk artikel staan, die alleen te zien is op smartphones. Wie een artikel via mobiel wil delen, klikt daarop en wordt naar de app geleid, waar je de ontvangende contactpersoon of groep kunt kiezen. Triomfantelijk bracht de site in februari de eerste resultaten naar buiten: de knop was méér gebruikt dan die voor Twitter.

Toch zei dat nog weinig. Mensen kunnen via veel meer wegen iets op Twitter zetten dan alleen via die knop, en bovendien kende Buzzfeed alleen het aantal bezoekers dat een link van de site deelde, niet het aantal dat daarna binnen een WhatsApp-chat op zo’n link klikte.

„Het is ook lastig”, zegt Daniel Ayers van Seven League, een consultancybureau voor digitale media. Als hoofd online bij voetbalclub Valencia experimenteert hij sinds vorige maand met een WhatsApp-deelfunctie: elk nieuwsbericht op de officiële website gaat op mobiel vergezeld van zo’n knop, net als bij Buzzfeed.

Ayers heeft naar eigen zeggen wél een indruk van wat het oplevert. Waterdicht is het niet, maar de statistieken zijn opmerkelijk. Als de cijfers van één stuk dat viral ging buiten beschouwing worden gelaten (daar heb je nog steeds Facebook en Twitter voor nodig), leverde WhatsApp ruim drie keer meer bezoekers aan dan de twee ‘open’ sociale media.

Voor Nederlandse sites is dit bovengemiddeld interessant, omdat het percentage WhatsApp-gebruikers in Spanje en Nederland nagenoeg gelijk is (in het tweede kwartaal respectievelijk 65 en 62 procent van alle smartphonegebruikers, volgens statista.com).

Dat merkt ook NRC Q, dat er nu een paar maanden mee experimenteert: een gemiddelde abonnee op hun WhatsApp-nieuwsdienst bezoekt 20 procent van de links die hij daarop binnenkrijgt.

Volgens Ayers is de kracht van chat-apps dat mensen iets daar niet delen met een min of meer willekeurige massa, maar met één specifiek persoon of een specifieke, kleinere groep bekenden. In tegenstelling tot bij de ‘open’ sociale media lezen de gebruikers van WhatsApp letterlijk elk bericht dat binnenkomt en dat is van grote waarde. „Ik bedenk me nu dat we de knop voor ‘e-mail naar een vriend’ weer moeten invoeren”, zegt hij. „Er is overduidelijk behoefte aan om iets te kunnen delen met een select groepje anderen.”

Barot, ondertussen, begon dit najaar aan het tweede WhatsApp-project van de BBC, met nieuws over ebola. Hij heeft 16.000 abonnees, van wie de meesten in de getroffen landen in West-Afrika zitten. Het account verstuurt veel korte updates als audio, omdat veel mensen in het gebied analfabeet zijn. Nog steeds allemaal vanaf één smartphone - maar wel een nieuwer model, dat niet zo vaak vastloopt.