Het zwijgen was ‘tot op hoog niveau afgestemd’

Ambtenaren werden geïnstrueerd om de identiteit van een tipgever te verzwijgen. Dat mag niet, zegt het hof.

Twee ambtenaren op het ministerie van Financiën zouden van hogerhand instructies hebben gekregen over wat zij wel en niet mochten zeggen in een getuigeverhoor. Beïnvloeding van getuigen is strafbaar en daarom heeft de president van het gerechtshof Arnhem/Leeuwarden aangifte gedaan tegen de top van het ministerie van Financiën. Maar kunnen (top)ambtenaren hiervoor wel vervolgd worden?

1 Om welke zaak gaat het?

De Belastingdienst kreeg in 2009 de beschikking over een schaduwadministratie van banken in Luxemburg waar honderden Nederlanders zwart geld hadden ondergebracht. De tipgever kreeg enkele tonnen aan tipgeld en hem werd anonimiteit beloofd. In de jaren erna inde de fiscus voor 450 miljoen euro aan naheffingen en boetes. Sindsdien procederen zwartspaarders. Ze willen weten wie de tipgever is en hoe hij aan de dossiers is gekomen. In 2012 bepaalde de rechtbank in Arnhem dat de Belastingdienst de naam van de tipgever moest vrijgeven. Dat deed de fiscus niet. Het Rijk ging evenmin in beroep tegen de uitspraak, ook niet toen het gerechtshof de landsadvocaat daar afgelopen voorjaar nadrukkelijk toe uitnodigde. Afgelopen september waren twee FIOD-ambtenaren door één van de vermeende zwartspaarders opgeroepen om als getuige verklaringen af te leggen over de deal met die tipgever. Volgens het hof waren de ambtenaren verplicht de naam van de tipgever te noemen, op grond van de uitspraak van de rechtbank. De ambtenaren bleven bij hun weigering, de landsadvocaat liet ter zitting weten dat over die weigering „op hoog niveau afstemming heeft plaatsgevonden”. Volgens het hof heeft de top van het ministerie daarmee de wet geschonden, die beïnvloeding van getuigen strafbaar stelt.

2 Wat zijn de consequenties?

Gezichtsverlies voor het ministerie. De president van het gerechtshof heeft de aangifte weloverwogen ingediend en er ook publicitair ruchtbaarheid aan gegeven. Inhoudelijk kan het hof in zijn eindoordeel consequenties verbinden aan de weigering om de naam van die tipgever te noemen, door de voormalige zwartspaarders in het gelijk te stellen. Het Openbaar Ministerie moet onderzoeken of de ambtenaar – of mogelijk de minister – die de zwijginstructie heeft gegeven, strafrechtelijke immuniteit geniet. Uit jurisprudentie blijkt dat ambtenaren niet vervolgd kunnen worden bij de rechtmatige uitoefening van publieke taken. Het is de vraag of het beïnvloeden van getuigen daaronder valt.

3 Waarom houdt de fiscus vast aan dit standpunt?

De jacht op zwartspaarders is sinds 2009 een speerpunt van de Belastingdienst. De deal met die tipgever was hierbij een doorbraak. Vorig jaar heeft de fiscus vijftig kort gedingen gevoerd én gewonnen tegen zwartspaarders bij de Kredietbank Luxemburg. Dat heeft de schatkist zeker 450 miljoen euro opgeleverd. De twee ambtenaren hebben de vraag of zij zich mogen beroepen op verschoningsrecht alsnog voorgelegd aan de Hoge Raad. Overigens lijkt Financiën daar weinig kans te maken omdat het ministerie niet tegen de uitspraak van de rechtbank in beroep is gegaan.

4 Krijgt deze gang van zaken nog politieke consequenties?

Tweede Kamerleden reageren behoedzaam op het besluit van het hof om aangifte te doen tegen de top van het ministerie, nu de zaak ‘onder de rechter’ is. Volgens CDA-woordvoerder Pieter Omtzigt is de Kamer meermaals van de inzet van een geheime informant op de hoogte gesteld. Volgens Omtzigt moet het OM nu „in alle rust een zorgvuldige afweging maken over de vraag of het tot vervolging over moet gaan”. Staatssecretaris Wiebes (Financiën) wilde zaterdag op het VVD-congres evenmin op de zaak ingaan. Het Kamerlid Bontes heeft schriftelijke vragen gesteld.