Column

Dubbele moord

Hart van Nederland, het tv-programma van SBS, wijdde onlangs een uitzending aan de inmiddels opgeloste dubbele moord op een echtpaar in Amsterdam-Noord. De uitzending bood een fascinerend inkijkje in de praktijk van een uitgebreid politieonderzoek en uiteindelijk ook in de toedracht van de zaak. Het was alsof je het hoogst originele scenario van een bloedstollende thriller zat te lezen.

Op 24 november 1997 werden in hun woning de zwaar verminkte lijken van de 79-jarige Henk en zijn zes jaar jongere vriendin Mary gevonden. De zaak bleef vele jaren onoplosbaar. Nog in 2009 wijdde Peter R. de Vries er een uitzending aan, waarin – samen met de politie – nogal suggestief een bepaalde verdachte werd aangewezen. De Vries prees de politie zelfs om het ‘knappe recherchewerk’, maar de man bleek bij dna-onderzoek onschuldig.

Bas Heijne wijdde er destijds in deze krant een kritische column aan. Hij schreef over de rectificatie van De Vries op diens site: „Ja, zo kan ik ook fatsoenlijk zijn. Je beschuldigt iemand voor bijna 1,2 miljoen kijkers van een dubbele moord en wanneer die beschuldiging onzinnig blijkt te zijn (…), ga je niet bij jezelf te rade, maar stel je zelfgenoegzaam vast dat het maar goed is dat er geen onschuldige is veroordeeld.”

Najaar 2011 kwam er een doorbraak in het onderzoek toen een anonieme tipgever zich bij De Vries meldde met de namen van de daders. De politie had opeens een duidelijk doelwit en kon een daarbij passende strategie bedenken. Hoe de verdachten, twee mannen van inmiddels 34 jaar, uit de tent te lokken? De politie verzon een ingenieuze list. Men liet een pakje bezorgen bij de verdachte die vader van een gezin met twee kinderen was. Het pakje bestond uit een krantenartikel over de moord waarop een briefje was geplakt met de tekst: „Kan jij er nog mee leven, Melvin?”

In de woning was de nodige afluisterapparatuur aangebracht, zodat de politie de vrouw ongerust hoorde vragen: „Wat weet jij ervan?” Een bekentenis leek nabij, maar juist op dat moment verdween Melvin met zijn vrouw in de slaapkamer, uitgerekend de plaats waar niet afgeluisterd mocht worden.

Omdat de vrouw vanuit de slaapkamer met haar moeder begon te sms’en („Hij is geschrokken en ligt hier te klappertanden”), kon de politie via de computer toch vaststellen dat ze op het goede spoor zat. Melvin werd opgepakt en verhoord. Hij ontkende alles, maar het dna-onderzoek pakte ditmaal wél gunstig uit voor de politie. De puzzel was opgelost, al bleef een bekentenis nog steeds wenselijk.

Delen van het daaropvolgende verhoor zaten ook in de uitzending. We horen de verdachte zeggen: „Ik ben er geweest, weet niet wat er gebeurd is.” Tot dan toe had hij steeds ontkend dat hij er geweest was. De andere verdachte bezweek sneller. Beide mannen zijn onlangs in hoger beroep tot 17 jaar gevangenisstraf veroordeeld.

De moord was een uit de hand gelopen inbraak geweest. Op straat hadden de mannen de sleutels van de woning gevonden. Toen ze in het huis stonden, werden ze verrast door de bewoner. Ze vermoordden hem en ook de vriendin die toegesneld kwam. De daders, jonge mannen nog, hebben zich daarna koest gehouden, een van hen had een goede baan bij een verzekeringsmaatschappij.

Al die vernietigde en verwoeste levens: van de slachtoffers, de daders, de mensen die bij hen hoorden. Voor een simpel kraakje. Wás het maar een speelfilm geweest.