BN’ers mogen nu ook al een orkest vernederen

Bekende Nederlanders doen mee aan programma’s waarin zij iets moeten doen waarvoor ze niet gekwalificeerd zijn, meent Jan Kuitenbrouwer.

Het is niet altijd zo geweest dat roem vanzelf tot commerciële nevenactiviteiten leidde. Marylin Monroe had geen parfumlijn, Brigitte Bardot verkocht geen bikini’s, althans, tot 2012, toen ze op haar oude dag failliet dreigde te gaan. In een talkshow zag ik onlangs een jong Nederlands stel, geen idee wie ze waren, maar zij kondigden aan dat er binnenkort kleding én horloges onder hun naam op de markt komen. Ik had niet het idee dat zij van huis uit mode- respectievelijk horlogeontwerper waren, het ging zo te zien om een spin-off, de vraag was waarván. Je kunt een horloge kopen en pas later ontdekken dat het vernoemd is naar een voetballer die bij Bayern op de bank zit.

De ware valuta van deze tijd is niet geld maar aandacht. Stilletjes stinkend rijk zijn achter een hoge heg bestaat niet meer. Rijke mensen willen ook op tv, desnoods kopen ze de zendtijd zelf – zie Harry Mens. De diversificatie van de roem verandert mee. Geldelijk gewin is naar de achtergrond verdwenen, de ware opbrengst is aandacht. Zo ontstonden al die Sterren doen-iets-waartoe-zij-net-zo-min-gekwalificeerd-zijn-als-u-en-ik-programma’s. U kent mij als weerman, maar u wilt vast wel eens zien hoe ik het eraf breng als… leeuwentemmer! Het werkt, mensen wíllen zien hoe Erica Terpstra zich redt als koorddanseres.

Het begint een vanzelfsprekendheid te worden: als een tv-persoonlijkheid een vakman aan het werk ziet, vereist de trend dat hij of zij het ook even probeert. Een popzangeres bezoekt voor de BBC een confectieatelier in China, waar honderden vrouwen in razende vaart jurkjes in elkaar zetten. En hup, daar schuift zij al achter een van de naaimachines. De stof schiet alle kanten op, het jurkje wordt verprutst, te meer omdat de tv-ster telkens opgewonden in de camera kijkt, in plaats van naar haar werk. ‘Goh,’ roept zij, ‘dat is nog best moeilijk!’ De Chinese naaister ondergaat het beleefd, maar je ziet haar denken: ‘Ja kip, waar zie je me voor aan?’

Nog pijnlijker wordt het als de beroemdheid zich even toelegt op het ambacht en het – zogenaamd – in een oogwenk onder de knie krijgt. Op Discovery is zo’n programma: een macho ijdeltuit bewijst week in week uit dat hij geknipt is voor heel zwaar, heel smerig werk. Néém die baan dan, denk je als kijker, ze hebben daar vast mensen nodig. Nee, na drie dagen trekt de tv-ster weer verder, de sukkels met hun non-vak zwaaien hem uit.

Het voorlopige dieptepunt op dit gebied is het programma Maestro, op het moment te zien bij de NPO. Door de draconische bezuinigingen vechten Nederlandse orkesten voor hun leven. Je ziet het aan de reclame van het Concertgebouworkest: ineens knalt het commercialisme ervan af. Holland Symfonia, ooit 140 leden, werkt inmiddels verder als het 45-koppige Balletorkest. Nee zeggen tegen goed betalende opdrachten is zelfmoord. Het perfecte moment voor Maestro. Een slordige vijfhonderd jaar aan hoogwaardige kennis en ervaring wordt gemobiliseerd omdat een stel BN'ers van de categorie gewezen quizhostess, esoterische pulpschrijfster en tweederangs schlagerzanger (als dat geen pleonasme is) ook bést eens een symfonieorkest zouden willen dirigeren. Het resultaat is uiteraard een superlatieve aanfluiting, waarschijnlijk nog flink geflatteerd dankzij de ondergrens in het muzikale eergevoel van de orkestleden, die zich bewonderenswaardig door de vernedering heen slaan.

Vleesgeworden oppervlakkigheid

Maar zo moet het dus. Die elitaire fiedelaars met hun prehistorische instrumentjes, door de knieën! Hier is bijvoorbeeld Marlies Dekker, u weet wel, van de doorkijkbeha. Jahaa, die doet ook mee. Oké Marlies, ga je gang! Het was Nederland, in het jaar 2014, en de militante, vleesgeworden oppervlakkigheid zwaaide de baton over toewijding, traditie en kwaliteit.