Bewoners zitten als ratten in de val in oorlogsstad Berlijn

Het idee is briljant en zelfs poëtisch: een Berlijns echtpaar biedt weerstand aan het naziregime door in trappenhuizen briefkaarten neer te leggen die oproepen tot verzet. Maar wat verrichten die woorden tegen het oorlogsgeweld? Ze hebben hun zoon Otto verloren. Het verdriet van de moeder is verstikkend; de vader zint op wraak. Het is 1943. „De Führer heeft mijn zoon vermoord”, staat op de briefkaarten te lezen.

De theaterversie door Toneelgroep Maastricht volgt de bonte stoet van personages en verhaallijnen van het boek Jeder stirbt für sich allein (1947) van Hans Fallada. In de gewaagde regie van Aike Dirkzwager krijgt elke hoofdrolspeler een vertellende instantie als spiegelbeeld. Zo scheidt hij tekst en spel.

De mensen zitten als ratten in de val in oorlogsstad Berlijn. Ze bespieden en verraden elkaar, liegen en bedriegen, wat ze zeggen klopt nooit met wat ze werkelijk bedoelen. Mieneke Bakker als verteller neemt ons met schitterend spel mee door dit grauwe schimmenrijk van bange mensen.

Het verhaal is echt gebeurd; Fallada baseerde zijn roman op de rechtbankverslagen tegen het echtpaar. Dat geeft een grote authenticiteit aan de voorstelling. Boven het podium zweeft een portret van een onschuldige jongen met kort geknipt haar. Hij wilde niet naar het front. De onschuld die zijn portret uitstraalt drukt precies uit waar het in deze filmisch gemonteerde voorstelling om draait: de leugen van het sterven voor het Derde Rijk. En de terreur die deze machinerie in werking zet.