Amerikaanse topdichter Mark Strand (80) overleden

De zaterdag in New York overleden Mark Strand was niet alleen een van de voornaamste dichters in de Verenigde Staten, zijn ogenschijnlijk ongecompliceerde poëzie leverde hem ook in Nederland veel liefhebbers op. Collega-dichters liepen daarbij voorop, zoals H.C. ten Berge, Esther Jansma en Wiljan van den Akker. Die laatste twee brachten in 2007 de bloemlezing Gedichten eten van Strand uit. Het titelgedicht begint zo:

Inkt druipt langs mijn mondhoeken.

Niemand is zo gelukkig als ik.

Ik heb gedichten gegeten.

Met die schijnbare euforie is het snel afgelopen als het gedicht daarna veel onheilspellender wordt: ‘De bibliothecaresse gelooft niet wat ze ziet./ Haar ogen staan bedroefd/ en ze loopt met de handen in haar jurk.// De gedichten zijn op./ Het licht is zwak./ De honden op de keldertrap komen naar boven.// [...] // Ik ben een nieuw mens./ Ik grom naar haar en blaf./ Ik dartel van genot in de boekige nacht.’

Naar aanleiding van dit gedicht zei de in 1934 in Canada geboren Strand in de Volkskrant dat hij zelf ‘een helder oppervlak met een duistere laag eronder’ als een van de karakteristieken van zijn werk beschouwde. Bij zijn overlijden noemde de Amerikaanse hoogleraar David Kirby hem een strikt genomen niet religieuze, maar wel meditatieve dichter. Zijn poëzie leverde Strand in 1999 de Pulitzer Prize op voor de bundel Blizzard of One. In 1990-1991 was hij Poet Laureate van de Verenigde Staten.