Wie durft er nog?

Een jaar of vijf geleden zochten ze op straat ruzie met de niet zo kolossaal ogende Peter Müllenberg (26). In een interviewtje legde hij vorig jaar uit hoe dat dan ging: „Van die gasten met enorme armen, die zich helemaal de man voelden. Het gebeurde op een kermis. Zo’n gast met een groep vrienden zocht ruzie om niks. Ik heb hem een paar keer gewaarschuwd, maar toen hield het op. Eén klap en het was klaar. Hij viel in elkaar, zelfs zijn vrienden lieten hem achter.”

Dat was slaan. Maar boksen is een kwestie van kalmte en beheersing. En van eindeloos uithoudingsvermogen buiten de ring – want voor boksen is amper geld in Nederland. Müllenberg schraapt het al jaren bij elkaar, als militair en ooit als verkoper van voedingssupplementen – tot hij zichzelf vorig jaar beloonde met een zilveren EK-medaille. En nu is hij nummer vier van de wereld, met goede hoop in Rio om de eerste Nederlandse Olympische bokser sinds 1992 te worden. Eerst staat de Twent dit weekend op het Nederlands kampioenschap in Rotterdam. Het gerucht ging dat niemand nog tegen hem durfde te vechten. Dat is niet helemaal waar. In zijn gewichtsklasse zijn er nog drie over.