VVD moet er zijn voor de gewone man

Partijbaron VVD

Gert-Jan Oplaat is één van de selfmade ondernemers die de basis vormen van de VVD. Aan hen is het ‘verstandshuwelijk’ met de PvdA niet besteed.

In het Pluimveemuseum in Barneveld ademt alles kip en ei. Er is een kippenexpositie, een authentiek kippenveilinglokaal en een hoendertuin met liefst twintig Oud-Hollandse rassen.

De perfecte locatie dus voor de laatste vergadering van het Productschap Pluimvee en Eieren, dat per 1 januari ophoudt te bestaan. Maar de bestuursleden hebben op deze donderdagochtend wel iets anders aan hun hoofd dan hun naderende einde: de vogelgriep. Een voor een uiten ze hun ongenoegen over staatssecretaris Sharon Dijksma (PvdA, Economische Zaken), die verantwoordelijk is voor strenge maatregelen om verspreiding van het virus te voorkomen.

„De staatssecretaris is alleen maar bezig met politieke zekerheid, niet met veterinaire zekerheid”, zegt VVD’er Gert-Jan Oplaat, terwijl hij een slok koffie neemt uit een kippenkoffiekopje. „Dijksma is veel te bang voor de Tweede Kamer en voor die dier-jihadisten van Wakker Dier”.

Als voorzitter van de Vakbond Nederlandse Pluimveehouders staat Oplaat in het centrum van de huidige vogelgriepcrisis. Bang om er hard in te gaan is hij niet. „Je moet dingen stevig aanzetten, anders kom je nooit aan tafel. Zoals mijn grootvader zei: als je bij het eerste schot al gaat liggen, heb je sowieso verloren.”

Oplaat is niet alleen lobbyist, nu van de pluimveehouders en per 1 januari voor de kippenslachters. Hij is ook de bekendste VVD’er van Overijssel – op Henk Kamp na dan. Hij was afdelingsbestuurder, gemeenteraadslid in Markelo, en zat acht jaar voor de partij in de Tweede Kamer. De afgelopen jaren was hij als voorzitter van de Kamercentrale Overijssel één van de twaalf ‘partijbaronnen’ van de VVD.

Begin deze week kwam daar plots aan einde aan. Tijdens een tumultueuze nachtelijke vergadering in Holten maakte een groepje VVD-leden op statutaire gronden bezwaar tegen zijn herbenoeming, waarna hij pardoes zijn voorzitterschap neerlegde. Een terugkeer is uitgesloten, zegt hij. Voor zulk procedureel geneuzel is hij te trots en te aanpakkerig. „Ik laat me niet piepelen door een stelletje statutenfetisjisten.”

Boer en ondernemer

Voor zijn loyaliteit aan de partij heeft het conflict geen gevolgen, zegt Oplaat. Daarvoor is hij te zeer vergroeid met zijn club. Hij is het soort VVD’er dat de ruggengraat vormt van de partij: boer, ondernemer, sterk regionaal geworteld, volks. In zijn vrije tijd treedt hij op met het Brook Duo, dat Duitse en Oostenrijkse carnavalsstampers in Twents dialect zingt. Hij gaat gekleed in de brede krijtstreep van de self made man en rijdt een zilverkleurige Mercedes.

Als je Gert-Jan Oplaat vraagt waar de VVD voor staat, hoeft hij niet lang na te denken. „Voor het midden- en kleinbedrijf. Modale inkomens. Het eigen huis. De auto.”

Hij vindt dat zijn partij er in de eerste plaats moet zijn voor gewone mensen als hijzelf, die vinden dat belasting een straf is op hard werken. Die het „van de zotte” vinden dat er in Nederlands zoiets bestaat als autobelasting. Om kort te gaan: „Mensen die lange uren maken, daar moet je met je tengels vanaf blijven.”

Oplaat is een man van de rechterflank. Twee jaar geleden was hij één van de aanvoerders van het VVD-oproer over de inkomensafhankelijke zorgpremie. Ooit steunde hij Ruttes aartsrivaal Rita Verdonk („een geweldig mens”). Als Kamerlid schreef met zijn toenmalige fractiegenoot Geert Wilders ooit een ‘tienpuntenplan’ voor de partij: ontwikkelingshulp halveren, maximumsnelheid omhoog, Turkije nooit bij de EU, terrorismebestrijding boven privacy. Het manifest vormde de directe aanleiding voor Wilders’ vertrek uit de VVD. Oplaat vindt Wilders tegenwoordig „doorgeslagen” en „gevaarlijk”; hij spreekt hem nooit meer. Maar op dat tienpuntenplan is hij nog altijd trots. „Een groot deel ervan is nu beleid.”

Geen alternatief

Dat Oplaat geen voorstander is van de huidige regeringscoalitie, moge duidelijk zijn. Hij is slim genoeg om het kabinet-Rutte niet publiekelijk af te vallen. Hij zegt dingen als: er was geen alternatief, het is geven en nemen. Maar uit al zijn woorden spreekt het toenemende ongemak dat VVD’ers als hij hebben over samenwerken met de PvdA.

Hij heeft het over een „gedwongen huwelijk”, en „die duren meestal niet zo lang”. Voor de communicatief sterke vicepremier Lodewijk Asscher heeft hij „diep respect”, maar van „zo’n wandelende aardappelzak” als partijvoorzitter Hans Spekman moet hij niets hebben. „Die zegt: nivelleren is een feest. Maar als je naar een feest gaat, trek je nette kleren aan.”

De massale weerstand die er destijds was bij de zorgpremie is er nu niet, zegt Oplaat, maar onrust in de achterban flakkert soms op. Dan krijgt hij telefoontjes en mailtjes, of ze spreken hem aan in het dorp. Bijna altijd gaat het over het belastingbeleid van VVD-staatssecretaris Eric Wiebes (Financiën). „Dan grappen mensen: ‘Hé, is die Wiebes wel lid van de partij?’”

Is het onbehagen dat Oplaat signaleert gevaarlijk voor de VVD? Niet meteen, want uiteindelijk zijn liberalen pragmatici en geen Prinzipienreiter. Er moet veel gebeuren voordat Oplaat de partij de rug toekeert. Maar wanneer VVD’ers als hij gaan morren, is dat wel een veeg teken. Als „de basis” niet op orde is, waarschuwt Oplaat, lopen de kiezers weg.

Na het Pluimveemuseum zet Oplaat koers naar de manege van olympisch springruiter Gert-Jan Bruggink, vlak bij de Duitse grens. Daar is hij voorzitter van het symposium ‘Paardensport ontmoet politiek’. Met uitzicht op de buitenbak vertelt Oplaat dat hij zich een rebel voelt, dat hij wel houdt van een beetje provocatie. „Er zijn genoeg schoothonden in de politiek.” En het mooie is: zijn methode werkt. Vorige week vrijdag uitte hij stevige kritiek op Dijksma. De staatssecretaris was „volkomen onzichtbaar” in deze vogelgriepcrisis, zei hij in Nieuwsuur. Anderhalf etmaal later, op zondagochtend, mocht hij al bij haar aanschuiven op het ministerie in Den Haag.

De dag na de bijeenkomst in Barneveld belt Oplaat vanuit de auto. Driemaal raden met wie hij zojuist gesproken heeft? Koning Willem-Alexander. Op het stadhuis van Oudewater hebben hij en andere vertegenwoordigers van de pluimveesector een onderhoud van een uur gehad met het staatshoofd. Willem-Alexander, zo vertelt hij, heeft „op warme wijze belangstelling getoond” voor de vogelgriepmisère. En ondanks de trieste aanleiding kreeg de koning toch nog een „geweldige glimlach” op zijn gezicht. Dat was toen Oplaat de naam onthulde van zijn opvolger bij de pluimveehoudersbond: Hennie de Haan.