Vrouwenschennis in de bocht

Joyce Roodnat

Over het lot van de man. Locke; Julien Blanc; Carel de Nerée in het Couperusmuseum

Vrijheid heeft de naam, maar opgesloten zitten kan net zo bevrijdend zijn. Kijk maar naar Locke, de fenomenale film die zich geheel en al afspeelt in een auto. Benauwd? Integendeel. Locke is niet claustrofoob, hij is claustrofiel. De bestuurder wil die auto niet uit, nooit meer, als het even kan. Hij ligt in de clinch met de buitenwereld. Zijn vrouw, zijn baas, zijn minnares-voor-een-nacht, zijn zoontjes, ze wurmen zich allemaal via zijn telefoon naar binnen. Maar zolang hij in de auto blijft, is hij veilig. Zijn leven ligt in scherven, maar in de auto fixeert hij de tijd en blijft alles nog even hoe het was.

Voor een film is zulk uitgesteld drama een geweldig gegeven. Saai? Eentonig? O nee. David Cronenberg buitte het uit in zijn Cosmopolis, met zeephoofd Robert Pattinson als jonge überrijkaard die zijn limo niet wilde verlaten. In Caos Calmo hield een getraumatiseerde zakenman kantoor in het parkje voor de school van zijn dochter. En in 1948 al kwam Anna Magnani, in L’amore, niet van haar bed af: zolang ze haar voormalige geliefde kon verleiden aan de telefoon te blijven, hoefde ze zich niet van kant te maken. Het was een verfilming van het toneelstuk La voix humaine van Jean Cocteau. Halina Reijn speelde het recent, ook zij werd omarmd door een besloten ruimte. Ze vierde er tot in China triomfen mee.

Terwijl ik zit te genieten van Locke, stel ik vast dat de hoofdpersoon een aantrekkelijke man is. Ik geef toe, hij wordt gespeeld door Tom Hardy en dat helpt. Maar verder… zijn personage is held noch he-man en erg goed in emoties is hij ook al niet. En dat is het hem juist. Zijn hulpeloosheid maakt hem al onweerstaanbaar en zijn vertederde omgang met zijn zoontjes plus zijn schuldgevoel doen de rest. Niet voor niets is dit een type dat je in veel films ziet – dit is waar vrouwen als een blok voor vallen.

Daarom vind ik het zo opmerkelijk dat de Zwitserse ‘versiercoach’ Julien Blanc aanranding voorschrijft, voor al uw soepele veroveringen. In cursussen brengt hij ontmoedigde mannen (ook wel bekend als ouwe rukkers) de fijne kneepjes van deze aanpak bij: dit is wat vrouwen echt willen, en het bewijs is de sm-romanserie Fifty Shades of Grey. De relevantie van een kunstwerk voor de werkelijkheid interesseert me. Maar hier zie ik hem niet en dat is niet omdat ik de artistieke waarde van de Fifty Shades-reeks betwijfel (wat ik wel doe). Dat fantasieën over wreedaardig genomen worden populair zijn, bewijst nog niet dat de lezeressen die vertaald willen zien naar routineus vernederd worden. Hooguit experimenteren ze er wat mee, maar als het erop aankomt lezen ze liever die boeken. Want voor wie wel de lusten wil maar liever niet te veel van de lasten, hebben romans, films of welke kunst dan ook de sluiproute in de aanbieding om van alles te voelen en mee te maken, maar zonder gevaar en gedoe.

Dat lijkt me allemaal zo duidelijk dat ik de Pavlovreacties op Blancs provocaties niet begrijp. Niet van de vrouwen (zo boos!), niet van de mannen (zo enthousiast! Of juist: zo fatsoenlijk!). En het wil er bij mij ook niet in dat de cursisten denken dat ze echt iets leren. Wat Julien Blanc hun biedt, is provocatief theater: een veilige route naar fantasieën over het vernederen van de andere sekse. Stormen zijn cursisten vervolgens vrouwenschennend door de straten? Lijkt me niet. En de enkeling die, om een van de lessen van Blanc te citeren, daadwerkelijk „haar hoofd direct naar mijn pik” duwt, vangt bot en zal droef lijden onder zijn vrouwloosheid. Ook voor hem is er troost in de kunst. Laat hij een Batmanfilm gaan zien, dan kan hij zich identificeren met het lot van de tragische minnaar, die kiest voor het stoere, met afzien van de vrouw.

In het Louis Couperus Museum in Den Haag kijk ik lang naar de tekeningen van Carel de Nerée (1880-1909). Een Haagse decadent, diplomaat. Kunstenaar, en vergeten. Dat verdient hij niet. Zijn inkttekeningen, soms opgewerkt met koperverf, doen denken aan het werk van de Britse Art Nouveau-kunstenaar Aubrey Beardsley. Maar wufter, ziekelijker. Hartverwringend – dat woord bestaat niet maar dringt zich hier op, helemaal Couperus.

En die ene tekening spant de kroon. Het is een ontwerp voor een slanke vaas, op basis van langgerekte vrouwen met brede lekkende borsten. Ik zie hunkering. Dit is een rorschachtest waarin alleen de hypocriet geen vagina herkent. En de onwetende ook niet. Die kan hier dan lekker ongestoord kijken.