Voorvechter van bemiddeling bij gestrande relaties

Foto privé-archief

Privé was hij geen voorstander meer van het huwelijk. De grondlegger van de echtscheidingsbemiddeling, Donald Mac Gillavry die in oktober op 83-jarige leeftijd overleed, zag na twee huwelijken en vier kinderen zelf meer in de LAT-relatie.

In een NRC-interview uit 1996 noemde hij het huwelijk een negatief economisch systeem. „Mensen zijn geneigd het succes van een relatie te beoordelen op grond van wat die hun oplevert.” Maar aandacht voor de investering was volgens hem belangrijker dan voor het rendement. Getrouwde stellen vertonen de neiging elkaar gaandeweg minder goed te gaan behandelen dan anderen. Als oefening liet hij ze wel eens „een lijstje maken met tien dingen waarmee je elkaar ongevraagd een plezier kan doen”. Naarmate mensen langer waren getrouwd, was dat lijstje korter.

De psycholoog Mac Gillavry introduceerde in 1987 echtscheidingsmediation in de advocatuur. Het eerste experiment was in 1982 het Buro Echtscheiding in Groningen. Hij werkte de ‘methode Mac Gillavry’ uit in een reeks boeken waar ook niet psychologisch geschoolde bemiddelaars mee uit de voeten konden. Hoe om te gaan met partners die een primaire behoefte hebben elkaar te kwetsen en in de weg te staan. Uiteindelijk werd hij de opleider van rechters en advocaten in het bemiddelingsvak.

Als puber maakte Donald de internering door de Japanners mee en na de bevrijding opsluiting door Indonesische nationalisten. Hij verloor er zijn vader aan dysenterie als gevolg van verwaarlozing. Aan die periode hield hij, zei hij later zelf, „een bijna overspannen rechtvaardigheidsgevoel” over. En een grote compassie met kinderen in een crisissituatie.

Zijn stijl werd omschreven als charmant, brutaal en soms een beetje grof. De ‘Sean Connery van de mediation’ noemde een collega hem, met een verwijzing naar zijn Schotse oorsprong. Naar verluidt vroeg hij in een bemiddelingsgesprek waarin de man de vrouw voor ‘hoer’ uitmaakte, beleefd aan de vrouw: ‘En hoe bent u zo in dat vak terecht gekomen?’ Waarna hij haar boosheid gebruikte om het gesprek met de man op gang te brengen. Zelf noemde hij dat ‘paradoxaal interveniëren’.

Bemiddelingsgesprekken ging hij principieel onvoorbereid in. Nooit droeg hij oplossingen aan, hij bewerkte de partners zo dat ze zelf gingen onderhandelen. Van monoloog naar dialoog brengen, niet blijven hangen in het verleden en partners doordringen van het belang van ouderschap. Zijn echtscheidingsbemiddeling was uiteindelijk voor de kinderen bedoeld.