Verveling en slaaptekort zijn de grootste plagen voor de astronaut

Het woord ‘onmogelijk’ willen mensen niet graag horen, blijkt uit het boek Extreme van Emma Barrett en Paul Martin. Mensen willen overal kunnen komen, in de de verste en diepste uithoeken van de aarde en het liefst nog daarbuiten.

Extreme gaat over wat ‘onmenselijke’

omstandigheden doen met de menselijke geest, welke psychologische factoren beslissend zijn of iemand in zo’n omgeving zijn doel bereikt, of überhaupt overleeft. Een bonte stoet van poolreizigers, astronauten, speleologen, duikers, woestijnavonturiers en bergklimmers komt voorbij. Met ontberingen als gemene deler. Hitte, kou, honger, dorst, zuurstofgebrek, eenzaamheid, ruzie en naijver in een team. De uitdaging verschilt per discipline. Verveling en slaaptekort zijn de grootste plagen voor de astronaut.

Niemand minder dan de Britse allesdurver Bear Grylls prijst het boek op de omslag aan als„de definitieve gids om te overleven in extreme milieus”. Maar wie daarop afgaat, komt bedrogen uit. Barrett en Martin schrijven niet praktisch, maar academisch, bijna filosofisch.

Emma Barrett is psycholoog en als onderzoeker verbonden aan Lancaster University. Paul Martin is gedragsbioloog en werkte als onderzoeker aan de University of Cambridge. Hij verliet de wetenschap en werkte vervolgens ruim 25 jaar voor de Britse overheid op het gebied van de nationale veiligheid. Tussendoor publiceerde hij populair-wetenschappelijke boeken, onder meer over hoe de menselijke geest ziekte kan beïnvloeden (The Sickening Mind, 1997), slaap (Counting Sheep, 2003) en menselijke verleidingen (Sex, Drugs and Chocolate, 2009).

Hoewel Extreme staat vol met met voorbeelden en anekdotes, is het in wezen een literatuurstudie. De auteurs spraken wel met ervaringsdeskundigen, maar laten dat haast geen rol spelen in het boek. Dat heeft iets onbevredigends. Het blijft zo een vluchtige opsomming van eerder gedocumenteerde beschrijvingen.

In de appendix komt de verantwoording. Anekdotes hebben ernstige beperkingen, schrijven de auteurs. „Veel details van barre expedities zijn verloren gegaan in de verhalen die achteraf erover verteld worden. En hebben zich waarschijnlijk vervormd om aan de populaire vraag te voldoen.”

Ze doen hun best om de onderliggende psychologie van mensen in extreme omstandigheden te ontrafelen, maar slagen daar eigenlijk niet goed in.

Zo schrijven ze dat het creëren van een gemeenschappelijke vijand nuttig kan zijn om als team lange tijd in een onprettige omgeving te overleven. De groep gaat dan hechter samenwerken en houdt het vertrouwen in elkaar. Maar vervolgens breken ze die theorie ook weer af, zoals helaas vaker gebeurt in dit boek.

„Een beetje wrijving tussen astronauten en de vluchtleiding kan voordelen hebben”, schrijven ze dan. „Maar met opzet zulke wrijving creëren, is niet aan te raden, want dat zou te makkelijk kunnen uitlopen op een schadelijke breuk in de verhoudingen.”

Ze beschrijven daarna in één alinea een mijnongeluk in Chili waarbij 33 mannen wekenlang vastzaten diep onder de grond. Een psycholoog adviseerde toen onderlinge agressie te voorkomen door de mannen met lekkernijen te belonen of te straffen (door het niet te geven) voor hun gedrag. De mannen stoorden zich enorm aan deze kinderachtige behandeling. Deze tactiek had wel tot effect had dat er een gemeenschappelijke vijand gecreëerd werd, maar het moreel van de mijnwerkers of reddingsteam bleek achteraf niet door verbeterd. Einde passage. Wat moet de lezer met deze informatie? Wat werkt dan wel? En wat zou Bear Grylls (u weet wel, van de omslag) hier aan kunnen hebben?