Van dissident... ...tot president

De Poolse ex-premier Donald Tusk is vanaf maandag voorzitter van de Europese Raad, de machtige club van regeringsleiders. Wie is deze man? De vijf gezichten van Tusk, aan de hand van het fotoboek van zijn beste vrienden.

Donald Tusk op een voetbalveldje in Noorwegen, 1989. Foto uit het privé-archief van de familie Pawlowski

De klusjesman

In de zomer van 1989 tuffen drie Poolse boezemvrienden naar het verre noorden van Noorwegen. Ze draaien in de auto cassettebandjes met Suzanne Vega, Dire Straits en de musical Hair. En ze dromen van een vrij Polen. De Berlijnse Muur is op dat moment nog niet gevallen, maar in hun land staat de deur naar de vrijheid al op een kier – met eerste, semivrije verkiezingen. Door die kier zijn de drie weggeglipt om te doen wat Marx verboden heeft: geld verdienen.

„Kijk, hier betreden we de poolcirkel”, zegt Jasko Pawlowski, terwijl hij een foto ophoudt van zichzelf en een breed lachende Tusk. Zijn vrouw Iwona, die de foto nam: „In Noorwegen hoorden we dat Tusk in Polen voor het eerst werd getipt als minister. Niemand geloofde ons.”

Binnen de vrije vakbond Solidariteit, de kwelgeest van het communistische regime, is Tusk nooit een grote naam geweest, zoals vakbondsleider Lech Walesa. Als Solidariteit in 1981 met harde hand wordt opgerold wordt hij niet geïnterneerd. Maar hij is groot genoeg om nergens meer aan de bak te komen. Hij moet voortdurend improviseren om de eindjes aan elkaar te knopen en werkt zelfs een tijdje als verkoper van broodjes op het treinstation van Gdansk.

Begin jaren tachtig sluit hij zich aan bij Swietlik (vrij vertaald ‘Daklicht’), een coöperatie van uitgerangeerde dissidenten die zich heeft gespecialiseerd in werk dat niemand wil doen: het schilderen van industriële schoorstenen en grote gastanks. Gevaarlijk, maar goed betaald, en bovendien het soort werk dat dissidenten van het regime nog wél mogen doen. Tusk wordt in de Poolse bergen getraind door alpinisten, schopt het uiteindelijk tot ‘brigadechef’ en zal zes jaar lang op grote hoogtes aan touwen bungelen.

In 1989 volgt de trip naar Noorwegen. Samen met asielzoekers uit Eritrea en Gambia knappen de drie Polen de school in Malangen op. Omdat ze bedanken voor de prijzige maaltijden die de schooldirectrice kookt, worden ze tijdens het eten apart gezet.

De familieman

Voor een EU-leider leeft Tusk niet erg op stand. Hij en zijn vrouw Malgorzata betrekken in de jaren negentig met hun twee kinderen een appartement van 65 vierkante meter in Sopot, een dorpje naast Gdansk. Daar wonen ze nog steeds. Een salon, een slaapkamer en een kamer voor hun thuiswonende dochter – meer is het niet. Het is volgestouwd met boeken én met kleren. Dochter Kasia Tusk (27) bestiert een succesvol modeblog, waarmee ze naar verluidt meer verdient dan haar vader.

Jasko en Iwona Pawlowski behoren al 35 jaar tot de intieme vriendenkring van Tusk. Het echtpaar, dat in Sopot een succesvol restaurant uitbaat, beschrijft hem als iemand die niet maalt om dingen.

„Tusk is in diepe armoede opgegroeid”, zegt Jasko Pawlowski. „Hij heeft nooit behoefte gehad aan méér en dat anderen dat wel hebben verbaast hem soms.”

Als premier heeft Tusk recht op een officiële residentie in Warschau, maar zodra het werk het toelaat, zoeft hij terug naar Sopot, naar zijn gezin en kleinkinderen. Of voor het reguliere potje voetbal met zijn oude strijdmakkers van weleer.

Tusk draagt pakken – omdat het moet. Vaak loopt hij rond in de door zijn vrouw gebreide wollen truien. Op het jaarlijkse oud- en nieuwfeest van de Pawlowski’s komt hij het liefst in een zeemanstrui of voetbalshirt. Hij en zijn vrouw brengen steevast prikkers met augurken, roggebrood en kaas mee.

De dissident

Iwona Pawlowska ziet de naam Donald Tusk voor het eerst in 1980. Gdansk, waar zij Noors studeert, is het toneel van stakingen. De naam prijkt op de oprichtingsakte voor een onafhankelijke studentenvakbond. „Het was een rare naam”, zegt Iwona. „De enige Donald die ik kende was Donald Duck. Ik dacht dat hij een Ier of een Schot was, iemand van de Engelse faculteit, die zonder enige twijfel meer verstand had van democratie dan wij.”

Het blijkt toch een Pool te zijn, maar wel een die spreekt met een rollende r, zoals je die hoort in Kasjoebië, het ‘Friesland’ van Noord-Polen waar ze hun eigen taal spreken. Gdansk, het vooroorlogse Duitstalige Danzig, is bij uitstek een kruispunt van culturen. Tusks grootvader is een Kasjoeb, de vrouw van zijn andere opa Duits. Met die oma bladert Tusk als jongetje door Duitse autotijdschriften die af en toe te krijgen zijn. Lessen die hem veel later goed van pas zullen komen, tijdens zijn ontmoetingen met de Duitse bondskanselier Angela Merkel.

Tusk is dertien in december 1970, als in Noord-Poolse scheepswerven stakingen uitbreken uit protest tegen stijgende voedselprijzen. Pal voor zijn school, op de Lenin-werf in Gdansk, grijpt de oproerpolitie met grof geweld in. Uit het bloedbad – er vallen tientallen doden – zal Solidariteit voortkomen. Hier begint ook Tusks politieke bewustwording.

Als student maakt Tusk kennis met Lech Badkowski, dissident, journalist en voorvechter van regionale rechten voor Kasjoebië, die tot zijn dood in 1984 Tusks mentor zal blijven. In diens voetsporen wordt Tusk journalist, voor oppositiebladen in de kustregio. Die gaan definitief ondergronds wanneer Solidariteit in 1981 wordt opgerold. Vanuit het appartementje van Jasko Pawlowski worden de activiteiten voortgezet. „Het typen gebeurde op twee elektrische IBM-schrijfmachines, vermoedelijk afkomstig van de CIA”, zegt zijn vrouw. „De mislukte kopij ging in zakken die we ver bij ons vandaan dumpten, uit angst ontdekt te worden.”

Tusk, alias ‘Anna Barycz’, schrijft geen lichte kost, maar doorwrochte, intellectuele stukken over het liberale gedachtengoed van Milton Friedman en Friedrich Hayek. „Ik kon de gesprekken die bij mij thuis werden gevoerd amper volgen”, zegt Jasko Pawlowski, de koerier van het clubje. „Mijn definitie van economie was een boek kopen en het op de zwarte markt twee keer zo duur verkopen.”

De politicus

Na de val van het communisme lukt het behalve Tusk geen enkele Poolse premier om na een eerste termijn meteen te worden herkozen tot een tweede. In een land waar regeringen het doorgaans niet meer dan enkele jaren volhouden, en meestal minder, zit die van hem 2.502 dagen, een record dat nog heel lang ongebroken zal blijven. Maar de weg naar de top is met valkuilen bezaaid.

Wanneer in 1989 de vrijheid door de straten gutst, besluit Tusk meteen de politiek in te gaan. „Ik kan niets anders”, zegt hij tegen zijn vriend. Hij wordt al snel leider van een van de vele partijen die ontspruiten aan Solidariteit: het Kongres van Liberale Democraten (KLD). In 1991 mag die de premier leveren, Jan Krzysztof Bielecki, en haar liberale gedachtengoed in praktijk brengen. Maar de privatiseringen van de KLD zijn impopulair en bovendien niet onomstreden. Na twee jaar volgt een afstraffing.

Tusk denkt dat zijn politieke carrière voorbij is en pakt zijn oude hobby op: geschiedenis. Hij stelt een fotoboek samen over het vooroorlogse Gdansk, om het Duitse verleden van Danzig aan de vergetelheid te onttrekken. Het wordt een bestseller. „Hij was ontzettend trots”, herinnert Jasko Pawlowski zich. „Hij zei: kijk, ik kan geld verdienen.”

De politiek blijft lonken. In 2001 is hij een van de oprichters van het rechts-liberale Burgerplatform, dat zich tijdens verkiezingen dat jaar meteen ontpopt als grootste oppositiepartij. Het klassiek-liberale geluid van begin jaren negentig zal gaandeweg verdwijnen: Tusks discours wordt socialer. Hervormingen, ja, maar niet tegen elke prijs.

Tusk krijgt spoedig de leiding over Burgerplatform en is in 2005 de presidentskandidaat van de partij, maar tijdens de verkiezingscampagne haalt zijn tegenstander, Lech Kaczynski, het Wehrmacht-verleden van grootvader Józef Tusk van stal. Het verhaal klopt: opa Tusk werd de Wehrmacht in gedwongen, het lot van wel meer Kasjoeben, die door de Duitsers als rasgenoten werden gezien. Maar Józef Tusk ontsnapte vrijwel meteen weer, en zat ook als ‘Poolse activist’ in Duitse concentratiekampen.

Een genuanceerd verhaal dus, maar de toon is gezet. Burgerplatform verliest de presidents- én parlementsverkiezingen en komt ook niet in de regering, wat door Kaczynski’s rivaliserende Recht en Rechtvaardigheid (PiS) wel was beloofd. Een keiharde les voor Tusk. Maar ook het moment dat de handschoenen uitgaan. In 2007 neemt hij wraak. Na vervroegde verkiezingen wordt hij premier.

De Europeaan

Waarom ga je niet naar Brussel? Het is eind 2013, Jasko Pawlowski loopt Donald Tusk tegen het lijf bij de supermarkt in Sopot en stelt zijn vriend deze vraag. De Poolse premier wordt dan al een tijdje getipt als opvolger van Herman van Rompuy, maar hij schudt meewarig het hoofd.

Vreemd is de vraag niet: Tusk geniet het respect van zijn Europese collega’s. Hij heeft indruk gemaakt door Polen te behoeden voor economische krimp, iets wat niemand anders is gelukt. Hij heeft het Poolse imago van lastige EU-partner succesvol bijgesteld. Dankzij de klik tussen Tusk en Merkel – beiden kennen het communisme van binnenuit – is de relatie met Duitsland beter dan ooit. Zijn on-Poolse pragmatisme jegens Moskou wordt gewaardeerd door West-Europese landen die de banden met het energierijke Rusland juist willen aanhalen.

De Polen zelf lijken juist een beetje uitgekeken te raken op hun premier, zo halverwege diens tweede termijn. De aanvallen van de oppositie worden feller. Dus inderdaad: waarom geen overstap naar Brussel? „Ik dacht dat je me aardig vond, maar je moet me wel haten”, zegt Tusk met een knipoog tegen zijn vriend. „Ik zou me daar straal vervelen. Ik moet leven.”

Aan politieke ambitie ontbreekt het Tusk niet. „Die is net zo groot als zijn ambitie op het voetbalveld”, zegt Pawlowski. Het fotoalbum van de Pawlowski’s bevat veel foto’s van een Tusk op krukken, want zijn been terugtrekken – dat doet hij niet.

Maar over Brussel twijfelt hij. Tusk vreest dat het gezien zal worden als een vlucht naar voren. Bovendien: als hij zich kandidaat stelt en het dan uiteindelijk niet wordt, doet dat afbreuk aan zijn positie als premier.

Dat hij van gedachten verandert, wordt vaak toegeschreven aan Merkel. Tusk zou háár kandidaat zijn. Dat is niet zo, zeggen ingewijden: de bondskanselier hecht zwaar aan de goede relatie met Polen en vreest dat die met zijn vertrek juist op het spel wordt gezet. Wat gebeurt er dan wel? Twee dingen: ten eerste claimen de Italianen de ook door Polen begeerde post van ‘buitenlandcoördinator’. De Polen, die aan de beurt zijn voor een topfunctie, moeten gecompenseerd worden. Tusk komt zo toch weer in beeld.

Bovendien breekt eind 2013 de Oekraïne-crisis uit, kort daarna wordt de Krim door Rusland geannexeerd. Moskou krijgt sancties opgelegd, maar de verdeeldheid hierover tussen EU-lidstaten, met verschillende zakelijke belangen, is nooit ver weg. Het bewaren van de eendracht voelt voor ex-dissident en historicus Tusk opeens als een opdracht. „Ik kom uit een land dat diep gelooft in het belang van Europa. Onze droom kan een bron van energie zijn voor Europa. Energie die Europa hard nodig heeft.”