Sunny

Georgina Verbaan

Donderdagavond ging in het Tuschinski-theater te Amsterdam de documentaire Zwart als Roet van Sunny Bergman in première. Het was lang geleden dat ik het theater zo vol had gezien. De directe aanleiding voor de film was het zwartepietendebat. Onbedoeld keek ik om me heen om te zien wat de samenstelling van het toegestroomde publiek was. Overwegend wit toch wel. Ik wilde daar helemaal niet mee bezig zijn, dat voelde ongemakkelijk. Maar zo gaat dat dan.

De film toont aan wat inmiddels wel duidelijk is, namelijk dat de discussie over Zwarte Piet een symptoom is van een ziekte die al heel lang woekert. Dat het niet alleen de schreeuwlelijkerds met het pus in de mondhoeken zijn, maar dat je er zelfs wanneer je je gezond waant besmet mee kunt zijn. Of is dat wel zo duidelijk? De film toonde een experiment met drie identiek geklede jonge mannen. Een donkere, een Marokkaanse en blanke jongen probeerden afzonderlijk van elkaar in een druk park het slot van een damesfiets met kinderzitje door te zagen. Niemand keek op of om bij de blanke jongen. „Hij ziet eruit als een vader” en „sleutels kwijt, kan mij ook gebeuren”. De twee andere jongens werden aangesproken, „voor de zekerheid” gefilmd en kregen een bezoekje van oom agent.

Een andere donkere jongen vertelde dat hij als hij een oud vrouwtje passeert op straat maar netjes gedag zegt, zodat ze niet denkt dat hij haar wil beroven. Ik heb mezelf er regelmatig op betrapt dat ik in bepaalde situaties extra lach naar bijvoorbeeld een mevrouw met een hoofddoek of een donkere man, om ze op hun gemak te stellen. Daar schaam ik me dan direct voor omdat die lach blootlegt dat ik over negatieve stereotypering heb nagedacht. Waarschijnlijk schiet er dan onbewust een vooroordeel door mijn hoofd, waar ik van schrik, wat ik dus snel compenseer, waarna ik me door die compensatie betrapt voel. Daar zit natuurlijk ook niemand op te wachten.

Sunny doet het slim. Ze nodigt in haar film een vriend van vroeger uit. Ze wil van hem weten of zij hem weleens racistisch of bevooroordeeld tegemoet getreden is in hun vriendschap. Hij geeft eerlijk antwoord: ja. Vervolgens is Sunny gekwetst. Hij merkt dan op dat ze het nu niet naar zichzelf toe mag trekken, als slachtoffer, en trekt een parallel met de pietendiscussie. Ik parafraseer: ‘Jij doet mij iets aan, ik zeg daar wat van en nu gaat het alleen maar over hoe erg jij gekwetst bent.’ Niemand is vrij van vooroordelen, dat erkennen lijkt een goede eerste stap. Sunny geeft alvast het goede voorbeeld.