Robotonderzeeër brengt onderkant ijslandschap in kaart

Foto Klaus Meiners, Australian Antartic Division

Een ronddrijvende ijsberg op zee kan onder water wel tien keer zo groot zijn als het spreekwoordelijk geworden topje van de ijsberg dat boven het oppervlak uitsteekt. Maar hoe zit het met de nog aaneengesloten ijspakketten rond de polen? Van de dikte van het Noordpoolijs hebben onderzoekers al sinds eind jaren vijftig een redelijk accuraat beeld, omdat bemande onderzeeërs er onderdoor kunnen varen. De ijslaag rond de Zuidpool wordt daarentegen vooral van bovenaf door satellieten in de gaten gehouden. Dat geeft wel een beeld van de oppervlakte, maar verschillen in dikte zie je zo niet.

Een team Britse, Amerikaanse en Australische wetenschappers stuurden daarom een speciale robot-onderzeeër op onderzoek uit. Die was speciaal voor dit doel gebouwd; met een dubbele romp voor stabiliteit en een naar boven gerichte sonar om de ijswereld in kaart te brengen. De ijsvloer rond de Zuidpool is veel dikker dan tot nu toe is gedacht, schrijven de onderzoekers in Nature Geosciences van deze week. Dat komt wellicht omdat eerdere metingen hoofdzakelijk gedaan werden met ijsboringen vanaf schepen. Maar voor die schepen zijn de plekken met heel dik ijs (aan het einde van de winter en in het vroege voorjaar) nu juist onbereikbaar. Tot nu dacht men daarom dat zuidpoolijs gemiddeld slechts een meter dik was, maar dat blijkt een flinke onderschatting. In het nieuwe onderzoek blijken de ijsplaten in het voorjaar wel 1,4 tot 5,5 meter dik, met lokaal uitschieters naar 17,5 meter dikte.

Driekwart van de gebieden die de onderzeeër in beeld bracht bleek te bestaan uit brokkelijs. Wat er aan de oppervlakte uitziet als een bijna gladde ijsvlakte, blijkt van onder gezien een craquelé van op elkaar gebotste schotsen die weer aan elkaar vriezen.