Promovendi moeten juist veel eerder valorisatie inbouwen

Columnist Harald Merckelbach (NRC Handelsblad, 15/16 november) stelt dat een valorisatiehoofdstuk niet thuishoort in een proefschrift. We klimmen als promovendi graag even uit onze ‘ivoren toren’ voor een reactie. Onze stelling: over valorisatie moet je niet pas gaan nadenken als de stress toeslaat omdat je boekje naar de drukker moet. Daarbij zijn zowel promovendus, wetenschap als maatschappij niet gebaat.

Promovendi moeten zich juist veel eerder bezig houden met valorisatie. En wel om drie redenen. Er zijn twee opportunistische redenen voor de promovendi zelf. Ten eerste, wie verder de wetenschap in gaat, moet fondsen binnenhalen. De competitie om geld in de wetenschap is enorm. Een valorisatiestrategie helpt om NWO-gelden binnen te halen. Ten tweede, contact met de wereld buiten de ‘toren’ helpt om daarin een baan te krijgen. De meeste gepromoveerden verlaten namelijk uiteindelijk de wetenschap. Maar belangrijker is een derde reden. Contact met de praktijk geeft onderzoek in belangrijke mate vorm. Het oplossen van praktische problemen vraagt vaak zeer fundamenteel onderzoek. De hiv-uitbraak in de jaren 80 was een belangrijke impuls voor het virusonderzoek. Valorisatie werkt dus twee kanten op.

Merckelbach stelt dat een opgelegd valorisatiehoofdstuk in een proefschrift aanzet tot ‘luchtfietserij’. Hoe kan het dan wel? Als volwaardig onderdeel van het promotietraject. Met goede begeleiding van een promotor die promovendi de gelegenheid geeft zich ook op valorisatievlak te ontwikkelen. Dat kan in de vorm van cursussen en misschien zelfs door enige tijd als onderzoeker in huis te werken bij een ministerie of bedrijf. Zo kunnen promovendi een realistische visie op valorisatie ontwikkelen en die in hun promotieonderzoek verwerken. Zo komen we ook dichter bij concrete bijdragen aan de maatschappij.

onderzoeker valorisatie Rathenau Instituut en promovendus CWTS, Universiteit Leiden

Colette Bos

promovendus Innovatiewetenschappen, Universiteit Utrecht