Op vrijdagen zag ik mijn liefde, door het celraam

Acht jaar zat de Turks-Nederlandse journaliste Füsun Erdogan in de Turkse gevangenis. Nu is ze gevlucht. Ook haar man zat vast, ze zag hem nauwelijks. Kan zo’n huwelijk standhouden?

‘Kan je van elkaar blijven houden als je acht jaar van elkaar bent gescheiden? Ik dacht: zoiets is niet mogelijk.”

Op 8 september 2006 werd de Turks-Nederlandse journaliste Füsun Erdogan op klaarlichte dag in een auto geduwd in Izmir, een havenstad in het westen van Turkije. Ze kreeg een blinddoek omgebonden en werd, met haar hoofd omlaag, tussen de stoelen en de achterbank geduwd. Urenlang reed het voertuig rond, Erdogan raakte besef van tijd en plaats kwijt. Ze werd naar een gebouw gebracht waar ze, naast een aantal onbekenden, met haar gezicht op de grond moest gaan liggen. Later op de avond werd ze opnieuw in een auto geduwd en naar het politiestation van Nazilli gereden.

Daar bracht ze de avond door in een cel, één arm geboeid aan een houten bank. De volgende dag werd haar een gedwongen verklaring afgenomen. Ze werd ervan beschuldigd de communistische terreurorganisatie MLKP te leiden. Haar advocaat mocht het dossier niet inzien.

En toen kreeg Erdogan te horen dat haar man Ibrahim Çiçek, journalist voor de linkse krant Atilim Gazetesi, dezelfde dag was opgepakt. Waarom? Ze kreeg geen antwoord. Hem spreken mocht ze ook niet. Twee dagen later werd ze overgebracht naar de gevangenis in Gebze, vlak buiten Istanbul.

Het waren de eerste onzekere dagen van een afscheiding die uiteindelijk acht jaar zou duren. Maar dat wist ze toen nog niet. Net zoals ze niet wist dat ze zelf zo lang de gevangenis in zou gaan.

„Gelukkig maar”, zegt Erdogan (54) nu, achter een kop koffie in een Rotterdams café. Sinds een maand is de journaliste – die in 1980 de Nederlandse nationaliteit kreeg en hier politicologie studeerde – terug in Nederland.

Waarom werden beide journalisten opgepakt? Erdogan haalt haar schouders op. In 1995 richtte ze het radiostation Özgür Radyo (Free Radio) op, vertelt ze. „Maar in Turkije kan je niet alles zeggen.” Volgens haar werd ze opgepakt omdat ze ‘lastig’ was. „Ze hebben me ervan beschuldigd deel uit te maken van een terroristische organisatie. Onzin. Ik heb nooit banden gehad met de MLKP. Mijn man en ik zijn vertegenwoordigers van de progressieve, onafhankelijke media. De Turkse autoriteiten wilden ons gewoon het zwijgen opleggen.”

Ze woont nu tijdelijk bij haar zoon, Aktas, die al in 2008 naar Nederland verhuisde om klassiek gitaar aan het conservatorium in Den Haag te gaan studeren.

Voor iemand die net stiekem over de Turkse grens is gevlucht, ziet ze er goed uit. „Dat komt omdat ik net weer mijn liefde heb gezien”, zegt ze stralend.

In hakkelig Nederlands, soms woorden opzoekend in een Turks-Nederlands woordenboek, vertelt ze dat ze op 13 oktober aankwam op Schiphol, waar ze werd opgewacht door zoon Aktas en haar man, die al eerder was vrijgelaten en die ze al >> >> anderhalf jaar niet meer had gesproken. „Toen ik Ibrahim zag, wilde ik hem een kopstoot geven. Waarom had hij niets van zich laten horen? Ik was woedend. Toch hebben we elkaar lang vastgehouden. Ik voelde meteen: onze liefde leeft.”

Een cel met twaalf vrouwen

In de Gebze-gevangenis deelde Erdogan een cel met twaalf vrouwen. Een ruimte van acht bij tien meter met zes stapelbedden en een matras op de grond. Bij haar komst zaten er zo’n tachtig vrouwen op haar afdeling. Eenderde was politiek gevangene, waaronder vermeende PKK- aanhangers die al in de jaren negentig waren opgepakt. „Er zitten daar Koerdische vrouwen die ooit als jong meisje zijn gearresteerd tijdens een demonstratie of omdat ze lid zouden zijn van de PKK. Ze zijn veroordeeld tot levenslang en krijgen geen verlof.” Sommigen waren in de twintig toen ze gevangen werden genomen, nu zijn ze tegen de vijftig. „Ze proberen gezond te blijven, schrijven poëzie, proberen er wat van te maken.”

Het dagelijks leven in de gevangenis, vertelt Erdogan, was saai. „Politiek gevangenen mogen niet werken, dus het leven bestaat uit routines: de kleinste dingen krijgen een groot belang. Vooral post. Als je geen brief krijgt en een ander wel, heb je een rotdag.” Weekenden bleken zwaar. „Dan bleven we de hele dag in de cel en was er, afgezien van een bordje eten, geen enkel contact met de buitenwereld. Daarbuiten was het doodstil.”

Omdat ze een goed contact ontwikkelde met de gevangenisdirecteur, mocht Erdogan haar werkzaamheden als journalist mondjesmaat voortzetten. „Niet alles was toegestaan. Ik had bijvoorbeeld geen toegang tot internet en niet alle boeken en kranten mocht ik lezen.” Toch trok ze zich, iedere ochtend na het ontbijt terug. „Dan ging ik zitten lezen en schrijven. Soms wel tien uur op een dag.” Ze schreef een biografie over Rosa Luxemburg – het boek is inmiddels in Turkije uitgekomen – en kreeg toestemming om, via brieven die ze uit de gevangenis opstuurde, vanaf 2010 een wekelijkse column te schrijven voor de links-activistische internetkrant Bianet.

Maar de belangrijkste brieven die ze schreef, zegt ze, waren aan haar man. „We waren in verschillende gevangenissen geplaatst. In de wet staat dat echtgenoten elkaar maandelijks mogen bezoeken. Wij niet. Ze zeiden dat de gevangenissen te ver uit elkaar lagen. We zagen elkaar slechts als we voor de rechter moesten verschijnen.”

Elke week een brief

Tijdens zo’n ontmoeting spraken Erdogan en Çiçek af om elkaar te schrijven. Dat heeft ze gedaan. Iedere zaterdag, om tien uur ’s avonds, een brief. „Hij deed hetzelfde vanuit zijn cel. Ook hadden we afgesproken elkaar op de tiende en twintigste van de maand te schrijven. Die dagen hadden voor ons een symbolische waarde. We hebben elkaar op 10 februari 1980 voor het eerst ontmoet. Op 20 oktober 1981 zijn we gaan samenwonen.”

Erdogan en Çiçek wisten niet op welke gronden ze werden vastgehouden. „De politierapporten bleken incompleet. Pas bij een derde hoorzitting in 2008 kon ik mijzelf gaan verdedigen. De politie zou twee documenten hebben waaruit bleek dat ik deel uitmaakte van MLKP. Maar er was geen enkel bewijs dat het van mij afkomstig zou zijn. Geen handtekening, geen vingerafdruk, niks.”

Hun brieven, en af en toe een telefoontje, vormden een tijdlang het enige contact tussen de twee.

Tot Çiçek in oktober 2009 werd overgebracht naar háár gevangenis. Vanaf dat moment zaten ze ineens vijftig meter bij elkaar vandaan.

Erdogan regelde dat ze iedere vrijdag van een familielid een postpakketje ontving. „Als ik dat ging ophalen, liep ik met de bewaker door een gang waaraan de cel van Ibrahim grensde. Bovenin zijn cel zat een klein raampje met uitzicht op de gang. Iedere keer dat ik langsliep, riep ik zijn naam. Als ik dan terugkwam, stond hij op een stoel voor dat raampje.”

Ze moet erom grinniken. „De hoofdbewaker zei: wat doe jij? Ik antwoordde: ik kijk naar mijn liefde. Hij heeft gedreigd om het raam af te plakken, maar hij heeft het nooit gedaan.”

Aan die vluchtige contacten kwam een jaar later een einde. Op 5 oktober 2010 werd Erdogan, zonder uitleg, overgeplaatst naar de gevangenis in Kandira. „Drie maanden lang deelde ik een cel met criminele vrouwen. Eén had haar moeder vermoord, de ander haar man. In het begin was ik bang, maar ik heb hun vertrouwen weten te winnen. Als ze problemen hadden met hun familie, of met de directeur, kwamen ze bij mij. Sommigen konden geen brieven schrijven, dat deed ik voor ze. Bovendien heb ik veel kennis over de Turkse wetgeving, dus ik kon soms wat regelen.”

In mei 2011 kwam het nieuws dat haar man de gevangenis kon verlaten. „Ineens kon hij mij twee keer per maand bezoeken. Ik kreeg ook iedere week tien minuten om te bellen. De ene week sprak ik Ibrahim, de andere week Aktas.”

Een jaar later bedacht de politie opnieuw een reden om Çiçek op te pakken. Terwijl hij een paar dagen vastzat, werd Erdogan in dezelfde maand teruggeplaatst naar de Gebze-gevangenis. Twee weken later zag ze haar man voor de laatste keer. „Hij vertelde dat hij niet meer kon langskomen”, zegt ze. „De openbaar aanklager had aangekondigd dat hij terug de gevangenis in moest. Hij liep het risico weer te worden opgepakt.”

Çiçek besloot zijn zoon achterna te gaan en naar Nederland te vluchten. „Vanaf dat moment heeft hij niets meer van zich laten horen. Hij wilde kansen op mijn vrijlating niet in gevaar brengen. Alleen, dat wist ik niet, dus ik vond dat moeilijk. Als ik soms Aktas belde, voelde ik dat Ibrahim bij hem was, maar hij nam nooit de telefoon om met me te praten.”

En toen kreeg ze levenslang

In oktober 2013 werd Erdogan, op eigen verzoek, overgeplaatst naar een cel met Koerdische verzetsstrijdsters. „Ik wilde hen graag interviewen over het leven bij de PKK. Sommigen zijn op hun vijftiende al verzetsstrijder geworden, ze hebben bijzondere levens geleid. Ik heb al hun verhalen opgeschreven en wil daar nu een boek over gaan publiceren.”

En toen kreeg ze in een uitspraak van het Paleis van Justitie in Istanbul, te horen dat ze levenslang zou krijgen. „Ik dacht dat ik tot mijn dood in de gevangenis zou leven.” Ze laat een diepe zucht en fluistert bijna. „Dat is echt zwaar, hoor. Ineens verdwijnt alle kracht uit je lichaam.” Erdogan ging in hoger beroep. Maar eind maart dit jaar kreeg ze weer te horen dat haar verzoek was afgewezen. Haar advocaat ging in beroep bij het Constitutioneel Hof. Ondertussen werd buiten de gevangenis de druk opgevoerd. Haar zoon Aktas ging in Nederland drie dagen in hongerstaking om aandacht te vragen voor de zaak van zijn moeder en componeerde, met vrienden van het Haagse Conservatorium, een muziekstuk dat hij aan haar opdroeg.

De Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) was al begonnen met acties bij de Turkse ambassade, een speciaal tv-programma met oud-Kamerlid Mirjam Sterk, brieven aan de minister van Buitenlandse Zaken en een posteractie in het vakblad voor journalisten Villamedia. De EFJ (European Federation of Journalists) zette de zaak op de Europese agenda en The World Association of Newspapers zette haar op een lijst met journalisten die ten onrechte worden vastgehouden. >>

>> En op 8 mei kreeg ze ineens een onverwacht bericht. Erdogan was aan het sporten. Een bewaker kwam op haar af en zei dat ze mee moest, naar de directeur. „Ik ging zitten. Hij zei: ‘Gefeliciteerd, je bent vrij’. Ik wist niet wat ik moest denken.” Ze kon meteen vertrekken. „Je zou denken dat ik blij was. Maar ik vond het vreselijk. Het was heel zwaar om afscheid te nemen. Ik heb in de gevangenis bijzondere vriendschappen ontwikkeld. Toen ik de poort uitwandelde, was ik in tranen.”

Ze besloot te vluchten

Waarom ze juist deze zomer, kort nadat ze daarvoor nog had gehoord dat ze levenslang zou krijgen, toch is vrijgelaten, weet ze niet. „Die brede aandacht voor mijn zaak heeft de doorslag gegeven. Maar het kwam de Turkse overheid ook goed uit. Drie dagen na mijn vrijlating was ik in Istanbul te gast bij een bijeenkomst van de Europese Commissie over persvrijheid in Turkije. Daar sprak ook AKP-parlementslid Reha Denemec. Hij zei dat het met de persvrijheid in Turkije steeds beter ging en wees naar mij, zo van: ‘Kijk maar, zij is nu vrij’. Puur opportunisme dus.”

Na haar vrijlating bracht Erdogan een tijd door met haar moeder in Erzincan, in Oost-Turkije, haar zoon en zijn vriendin kwamen ook een paar weken over. Van Ibrahim hoorde ze nog steeds niets. In september ontving ze haar identiteitskaart, maar haar was inmiddels ook een reisverbod opgelegd. „Ik was vrij, maar eigenlijk was er weinig veranderd. In juli werd mijn zaak behandeld door het Hooggerechtshof. Daar ben ik veroordeeld tot levenslang – 789 jaar en 7 maanden. Ook ben ik de Turkse staat een bedrag verschuldigd van 400.000 euro, schadevergoedingen die ik moet betalen voor alle aanslagen die de MLKP onder mijn leiding zou hebben gepleegd.”

Erdogan besloot te vluchten. Ze reisde opnieuw naar haar moeder. Daar nam ze afscheid van haar familie. „Ik heb alles achtergelaten: mijn telefoon, mijn iPad en ben ergens op de bus gestapt. Expres niet bij het Centraal Station, daar hangen veel camera’s.” Eindeloos bleef ze rondrijden en verbleef twee dagen, zonder haar naam op te geven, in een hotel. „Waar ik vervolgens naartoe ben gegaan, wil ik niet vertellen. Ik wil niet dat de mensen in Turkije die mij hebben geholpen gevaar lopen. Maar er is iets geregeld waardoor het me is gelukt zonder paspoortcontrole door de douane te komen. Mijn familie was heel zenuwachtig. Ik had in Turkije al een nieuwe telefoon aangeschaft. Toen ik eenmaal het land uit was, heb ik meteen Aktas gebeld.”

Nu ze in Nederland is, voelt Erdogan zich eindelijk vrij. Ze kan niet worden opgepakt en ook haar man, die nu een vluchtelingenstatus heeft, is veilig binnen de grenzen van Nederland. Terug naar Turkije willen ze niet. „Ik wil bij mijn familie zijn en hoop mijn werk als journalist voort te kunnen zetten. Maar ik moet wel eerst goed Nederlands leren”, zegt ze enigszins verlegen. De brieven aan haar Ibrahim is ze van plan te publiceren. „Ik heb al een titel: Ongestuurde brieven aan een minnaar. Ik wil met iedereen delen hoe sterk de liefde kan zijn.” <<