Nog even en ze krijgen ook de Winterspelen

Het ene na het andere grote sporttoernooi slepen de Golfstaten binnen – tot groeiende frustratie van westerse landen. Niet alleen geld speelt een rol. Oliesjeiks zijn hun bevolkingen minder uitleg verschuldigd dan westerse democratieën.

Foto Thinkstock/ Beeldbewerking Roland Blokhuizen

Het is dringen in de Golfregio. De beste golfers hebben hun hielen nog niet gelicht in Dubai, of de olympische zeilers leggen aan in buuremiraat Abu Dhabi, voor de World Cup-finale. Zij misten net de Formule 1-coureurs, die er vorig weekend hun Grand Prix reden. Maar, als het meezit, zien zij wel de finish van de tweede etappe van de Volvo Ocean Race, binnenkort óók in Abu Dhabi. Pikant detail: de leidende boot wordt gesponsord door Abu Dhabi.

Over een week wordt de focus verlegd naar de overkant van de baai, naar Qatar, voor de wereldkampioenschappen kortebaanzwemmen. Een paar weken later begint hier trouwens het WK handbal.

Het is maar een fractie van de sportkalender van de rijke Arabische landen rond de Golf. Autosport, tennis, rugby, paardensport, golf, zeilen, voetbal, wielrennen, schaken, atletiek. WK’s, World Cups en Grand Prixfinales als beleid. Alle grote sportevenementen, ook van sporten die twintig jaar geleden in de regio totaal onbekend waren, eindigen tegenwoordig in Qatar en de Emiraten.

De trend is niet nieuw, maar het aantal evenementen wordt groter en groter en wekt intussen zelfs irritatie in de rest van de wereld: zeker sinds de toewijzing van het WK voetbal van 2022 aan Qatar, een land met krap twee miljoen inwoners en zonder enige voetbalcultuur van betekenis.

„De met afstand slechtste kandidaat heeft gewonnen”, brieste de voorzitter van de Spaanse atletiekfederatie José María Odriozola vorige week toen bekend werd dat de WK atletiek van 2019 ook al naar Doha gaan, hoofdstad van Qatar. Ook hardlopen was nooit de sport van de Emiraten, integendeel. „Het enige wat ze daar hebben, is geld”, zei Odriozola.

Een voordeel: het is er schitterend

Al sinds de oliecrises, begin jaren negentig, zagen Qatar, Bahrein en de Verenigde Arabische Emiraten in dat alternatieven op den duur noodzakelijk waren. Een ongekend charmeoffensief in de sportwereld, begeleid door miljarden oliedollars, werd gebruikt ter versterking van de ‘merken’ Dubai, Abu Dhabi en Qatar, waar luxetoerisme een nieuwe betekenis kreeg. De Arabische wereld laat via de sportwereld zien dat het in geen enkel opzicht onderdoet voor de ‘oude’ mogendheden in de westerse wereld.

Inmiddels is rond de Golf een sportieve en commerciële hub ontstaan waarmee Europa en de VS allang niet meer kunnen concurreren. „Ik vind het mooi hier”, zegt golfer Joost Luiten, die afgelopen weekeinde de Europese (!) Tour afsloot in Dubai. Hij is niet meer verbaasd dat de climax van het Europese golfseizoen buiten Europa plaatsheeft: op de schitterende banen van de Jumeirah Golf Estates. „Ze doen alles om toeristen hierheen te halen, daar horen golf- en tennistoernooien en Formule 1-races bij. Ze doen dat heel slim. Het trekt veel mensen, en dat is toch de core business van deze staatjes. Alles is tot in de puntjes georganiseerd, het is 25 graden. Ideaal om te spelen.”

En in de dans om grote evenementen hebben de landen in het Midden-Oosten enkele belangrijke voordelen ten opzichte van de westerse democratieën – niet alleen het aangename weer in de winter. Niet alleen hebben landen als Qatar en de Emiraten meer geld te besteden, hun leiders hebben ook minder uit te leggen aan de bevolking, schreef onderzoeker Malcolm Foley in 2012 over de opmars van Qatar in het evenementencircuit. „Liberale democratieën in het Westen hebben meer processen en procedures te volgen als ze mee bieden op een groot evenement.”

Belangrijkste verschil is volgens Foley dat westerse leiders moeten tonen dat ze door hun bevolking worden gesteund, en met grote vrijheid van meningsuiting en een open mediacultuur is het moeilijk unanieme steun te krijgen voor grote evenementen. Bovendien beginnen westerse landen soms al met een achterstand, omdat in één land vaak meer steden kandidaat zijn voor een evenement.

Op de knieën voor het grote geld

Ondertussen hebben westerse landen steeds vaker het nakijken. Want ook Rusland en China stoppen al jaren miljoenen dollars in sportevenementen, mede om hun imago op te poetsen. „Natuurlijk gaat dat irriteren”, zegt sportmarketingdeskundige Frank van den Wall Bake. „Qatar koopt de sport, daar komt het op neer. Zij verschuilen zich achter het toerisme dat ze willen promoten. Maar ondertussen valt de hele sport op de knieën voor het grote geld uit Qatar. Het zijn heel trotse mensen. Hiermee laten ze zien dat ze zich kunnen meten met alle grote landen.” Qatar, in oppervlakte ongeveer een kwart van Nederland, heeft geen sportgeschiedenis van betekenis, maar haalt het ene WK na het andere binnen, ook de WK wielrennen, in 2016.

De Spelen lijken slechts een kwestie van tijd: het bid voor 2016 legde het nog af tegen Rio, in 2024 lijkt Doha een serieuze kandidaat. Overigens zal ook Dubai meedingen naar die hoofdprijs: de eerste Spelen in de Arabische wereld.

Verder is niemand er blij mee

Als het zover komt, zal in de rest van de wereld een storm van protest opsteken, vergelijkbaar met die na de toewijzing van het WK voetbal aan Qatar, voorspelde Ahmad Al-Fahad Al-Sabah, hoofd van de koepel van Aziatische nationale olympische comités, deze maand tegenover persbureau Reuters. „Maar veel steden in het Midden-Oosten zijn in staat de Spelen te organiseren”, zegt Ahmad. „Dubai staat klaar, Doha staat klaar,”

Van den Wall Bake is niet verbaasd dat de sport massaal naar de Golf trekt. „De sport is op zoek naar meer geld. Je moet met heel goede argumenten komen wil je kiezen voor minder geld.”

Dat geldt ook voor ’s werelds grootste voetbalclubs, waarvan er steeds meer worden gesponsord of overgenomen door de overheden of bedrijven uit het Midden-Oosten, van Barcelona (Qatar Airways) tot Arsenal (Emirates). Zelfs sportbonden stappen over: zo verhuisde de internationale cricketfederatie (ICC) zijn hoofdkantoor jaren geleden van het chique Londense stadion Lord’s naar Sports City in Dubai.

„Straks halen ze nog de Winterspelen, wie weet. Sneeuw kun je maken”, zegt Van den Wall Bake, half schertsend. Schaatsers willen nu al de lucratieve Icederby in Dubai rijden, al verzet de internationale schaatsunie ISU zich omdat dan een alternatief circuit ontstaat.

De westerse wereld kijkt met toenemende frustratie toe. Beschuldigingen over scabreuze hoeveelheden geld, mensenrechtenschendingen, gebrek aan vrijheid van meningsuiting of middeleeuwse arbeidsomstandigheden voor stadionbouwers zijn volgens de Arabische organisatoren terug te voeren op één ding: jaloezie over de nieuwe sportieve wereldorde.