Kamerleden zonder constitutionele munitie

Bestaat er eigenlijk wel constitutioneel besef in Nederland? Een ingebakken idee bij de burger dat we dankzij de grondwet een natie van vrije burgers zijn, die hun mening ongehinderd geven, mogen geloven wat en stemmen op wie we willen?

In het politieke debat speelt de grondwet als garantiebewijs van vrijheden vrijwel nooit een rol. Geen journalist die een doorgeslagen politicus artikel 1 van de grondwet onder de neus duwt, als het erom spant. En dat zeg ik niet omdat mijn dierbare vakgenoten vaak niet weten wat er in staat. Maar omdat de burger, kijker, lezer of luisteraar daar zéker geen benul van heeft.

In het hoofd van de burger figureert de grondwet ongeveer als al die accept blokjes die je aanklikt, om maar verder te kunnen surfen. Het zal wel goed zijn, maar lézen, ho maar. Dat doen anderen wel, of hebben ze ooit gedaan. Dat de grondwet niet leeft, komt natuurlijk ook omdat de enige instituten die er echt mee mogen werken de Raad van State en de Staten-Generaal zelf zijn. De rechter, of de burger, kan er alleen bij via de allerlaatste kans instantie Straatsburg of Luxemburg, als het tenminste om EU regels gaat. De grondwet is hier stevig in handen van de kenniselite, als routineus politiek toetspuntje of als academische hobby.

Ik kom erop omdat minister Asscher (PvdA, Sociale Zaken) woensdag de grondwet opeens wel uit de kast trok. Wat het Kamerlid Machiel de Graaf (PVV) een dag eerder had beweerd, vond Asscher verwerpelijk. „De heer De Graaf heeft geen enkel benul van wat in dit huis het belangrijkste geschrift is: de Grondwet van Nederland.” Hij was woensdag volledig los gegaan op de islam, „een politieke ideologie” als bron van alle problemen in Nederland. Er leek hem sprake van bevolkingsvervanging, kolonisatie, bezette gebieden, barbaarse, achterlijke, totalitaire ideeën, etc. De islam als bron van antisemitisme, terreur, moord. De Nederlandse ‘eigenheid’ die door immigratie en ‘de baarmoeder’ om zeep wordt geholpen. Scholen die een ‘lawine’ van kinderen genaamd Mohammed mogen verwachten. En: „Alle moskeeën moeten worden gesloten, de Westermoskee in Amsterdam voorop”. Verder moeten de grenzen dicht voor bezoek uit islamitische landen. Ook jihadisten met alleen een Nederlands paspoort „mogen nooit meer terugkomen”. De regering moet een beleid van ‘vrijwillige terugkeer’ voeren voor àlle moslims. Ik neem aan ook de Nederlandse, wat dan op verbanning neerkomt.

Ben ik de enige die daar geheel verbluft naar staat te kijken? Staat hier nu echt een parlementariër een godsdienstoorlog te bepleiten? Wordt hier een andere religie nu echt weggezet als de bron van alle haat en kwaad in de wereld? De Kamer heeft zich in ieder geval al ontwend om er serieus op in te gaan. Ook woensdag kwam er alleen wat gesputter over de woordkeus van De Graaf. Dat leverde een ordedebatje op: mogen Kamerleden elkaar wel zo bejegenen? Er was een enkel Kamerlid die zei zich onpasselijk te voelen. Vooral naar aanleiding van het ‘baarmoeder’ verwijt. Emoties werden behandeld, principes niet. De PVV wordt in de Kamer behandeld als de licht gestoorde oom op het verjaardagsfeestje. Beetje ruimte maken, niet te veel op letten en op tijd bukken als de modderkluiten passeren. Je zou zó graag willen dat Kamerleden wel hun constitutionele munitie paraat hebben. Pas een dag later trok Asscher de grondwet. Dat de vrijheid om te geloven wat je wil zolang je een ander die vrijheid ook maar gunt, hier een kernvrijheid is. En dat de PVV geen vrijheid voor allen wenst, maar alleen voor ‘sommigen’.

Dat was net op tijd, rechtstatelijk gesproken. Die grondwet is niet alleen een vangnet waar we ontspannen onze liberale democratische waarden in kunnen beleven. Maar het moet ook wapen zijn, dat op tijd te voorschijn moet komen. Gisteren werd ik gered door, nota bene, De Telegraaf. Verwerpelijk, vonden ze het daar. De PVV zet zichzelf „buitenspel in de democratische rechtsorde”. De bewoordingen riepen „fascistoïde associaties op”.

De grondwet leeft dus. Nog wel.