Geen kale kinderen

Kapster Yvonne de Boer regelt al zeven jaar gratis pruiken met echt haar voor kaalhoofdige kinderen. Ze kon niet meer aanzien hoe kankerpatiëntjes kinderen met een mooie pruik benijdden. „Alle koppies op de afdeling staarden me aan.”

Kapper Yvonne de Groot heeft een kapsalon in het Academisch Medisch Centrum. „Ik merk vaak al bij binnenkomst of mensen voor een pruik komen.”

Amy Swinkels dacht dat het kaalscheren het moeilijkste zou zijn, maar dat viel best mee. Geen tranen op het moment dat de tondeuse de eerste kale strook in haar nog redelijk goede haar schoof. Nee, ze dacht vooral: het hoort er gewoon bij. Een nuchter meisje van vijftien. Een meisje dat vier maanden geleden hoorde dat ze lymfeklierkanker heeft. Bij haarwerkspecialist Peels Haarmode in Eindhoven had Amy geen ruimte voor al te veel emotie. Ze wilde vooral een pruik.

In 2013 is bij ruim 100.000 mensen kanker geconstateerd, onder wie zo’n 500 kinderen. En met kinderen worden dan baby’s tot en met bijna-volwassenen van 17 bedoeld. Een groot deel van hen, precieze cijfers zijn niet bekend, wordt behandeld met een chemotherapie en wordt als gevolg daarvan kaal. Dan ben je dus bijvoorbeeld twaalf jaar oud en moet je als puber met je kale hoofd voor het eerst naar de middelbare school. Stichting Haarwensen helpt kinderen aan een pruik, van echt haar en gratis. In haar zevenjarige bestaan heeft de stichting ruim zeshonderd kinderen geholpen.

„Het kaalscheren is meestal het meest emotionele moment”, vertelt Yvonne de Boer, oprichter van Stichting Haarwensen. We spreken elkaar in haar kapsalon Hair Trends in het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam. Daarnet knipte ze nog een dialyseverpleegkundige in haar salon, nu zitten we in de achterkamer – de haarwerksalon zoals die officieel heet, de pruikenkamer zou je ook kunnen zeggen. Terwijl je geruststellend geroezemoes vanuit de kapsalon hoort, kun je aan een aparte kaptafel en in het bijzijn van een paar familieleden je hoofd laten kaalscheren en pruiken passen, de pruik laten knippen en in model brengen.

„Ik merk vaak al bij binnenkomst of mensen voor een pruik komen. Ze zijn meestal heel gespannen, ik wil dan vooral rust geven. Er is alle tijd. Het hoeft ook niet meteen serieus, het gesprek komt vanzelf wel op de ziekte”, vertelt De Boer. „Je moet je haar al afscheren als je nog niet kaal bent, dan heb je de minste kans dat je omgeving ziet dat je een pruik draagt. Maar dat zorgt er wel voor dat je ineens niet meer om je ziekte heen kunt.”

Natuurlijk blond

De Boer heeft haar kapsalon in het AMC al dertig jaar. Daarnaast heeft ze een haarwerksalon waar ze voor volwassenen pruiken aanmeet, en voor kinderen die via de stichting bij haar komen. Ze kreeg het idee voor de stichting toen ze weer eens een pruik afleverde op een afdeling van het Emma Kinderziekenhuis, dat ook in het AMC zit. „Dan maakte ik één kind blij – een pruik kostte toen al snel 3.000 gulden – maar alle andere koppies op de afdeling staarden me aan. De een had een hoofddoekje op, een ander zo’n aftands ding van de markt. Ik vond dat ze allemaal een goede pruik moesten kunnen krijgen.”

In een uitzending van Mooi! Weer De Leeuw knipte De Boer bij een twaalfjarig meisje het lange haar af dat ze doneerde voor pruiken voor ernstig zieke kinderen. Binnen enkele dagen na de uitzending kreeg De Boer zestig staarten opgestuurd; kinderen hadden spontaan het voorbeeld van het meisje gevolgd. Haarwensen was geboren. Het idee: kinderen doneren hun haar, de stichting laat er in Azië pruiken van maken en in een van de twintig geselecteerde haarwerksalons in Nederland kunnen kankerpatiëntjes tot en met 18 jaar gratis een pruik laten aanmeten. Alopeciapatiënten, kinderen met haaruitval, kunnen er ook een aanvragen.

Om één pruik te maken zijn vier staarten nodig. Liefst lange staarten van 25 centimeter of meer. En ook graag lichtblond haar, geen zwembadblond, maar natuurlijk blond. Daar heeft De Boer een tekort aan. „We willen een ruime voorraad hebben, en géén wachtlijst. Als een kind chemo krijgt valt het haar na een paar dagen uit, dus we willen er snel bij kunnen zijn.” Een synthetische pruik is lang niet altijd een goed alternatief, vertelt De Boer. „Een synthetische pruik met kort haar kan goed zijn, maar een met lang haar wordt snel lelijk en gaat veel minder lang mee.” Met een ‘echte’ pruik doe je zo twee jaar, al is het kostbaar: je betaalt er al snel een paar duizend euro voor.

In Eindhoven vertelt Amy Swinkels hoe ze op een blog las dat een kind haar haar doneerde voor Haarwensen. Ze besloot dat zelf ook te doen. Een lief doel, vond ze het. Bovendien wilde ze niet dat haar lange haar zou uitvallen. Dat ze overal plukken zou tegenkomen. Dus vlocht ze haar bruine lokken in een staart en knipte het af, vlak voor haar eerste chemo. Om alvast te wennen.

En, ze wilde een pruik. Niet dat Amy haar haar zo mooi vond, maar toch, ineens kaal op school verschijnen zou al te confronterend zijn. Alle meisjes hebben lang haar, ze wilde niet ineens opvallen. Haar ouders schreven een brief aan de stichting, stuurden foto’s van Amy met lang haar op, ze gaven haar hoofdmaat door – rondom en van oor tot oor – en de kleur haar die ze graag wilde. Daarna stuurde de stichting een pruik of vijf naar de Eindhovense kapsalon waar kapster Petra Peels haar hielp.

Bobline

Peels kan zich Amy nog herinneren. „Ze had een bobline. Ze wilde lang haar en in een lichtere kleur bruin dan haar eigen kleur.” Dat wilde Amy al heel lang en Peels vond dat een goed idee, „met een lichtere tint zie je er minder ziek uit”. Peels doet dit werk al zo’n 25 jaar. Haar vader knoopte de pruiken nog zelf, maar daar is nu geen tijd meer voor. Te duur. Peels meet vooral nieuwe pruiken aan en herstelt ze eventueel. Iedere week helpt ze wel één kind, de rest van de tijd geeft ze volwassenen een nieuw haarwerk.

Ze liet Amy wat pruiken passen, verstelde de elastieken band zodat-ie goed paste en knipte de gekozen pruik in model. Peels gaf Amy een verzorgingsproduct, een haarborstel en een wasinstructie: op het bijgeleverde paspophoofd in de wasbak en voorzichtig naar beneden strijken om klitten te voorkomen. Dat is nu twee maanden geleden. Amy is dolblij met haar haar. Soms prikt de pruik wat op haar achterhoofd, maar dat ongemak is te overzien. Sommige kinderen – niet haar beste vriendinnen, die heeft ze alles verteld – zagen niet eens dat ze nieuw haar had.

Yvonne de Boer: „Kinderen zijn meestal dolblij met hun pruik. Vooral meisjes willen gewoon lang haar; ze twijfelen er niet over of ze een pruik willen, hooguit wanneer. Bij een heel jong kind checken we of het niet vooral de wens van de ouders is, maar soms wil een kind van vijf écht zelf een pruik. Volwassenen aarzelen vaker, ze zijn bang dat je het ziet maar dat is tegenwoordig niet meer zo. Zelfs als het haar naar achter waait zie je haast geen rand op je voorhoofd. Ik heb al meermalen meegemaakt dat een arts tegen een klant had gezegd dat ze allang kaal had moeten zijn. Dan had hij niet eens gezien dat ze al weken met een pruik rondliep.”

Aan de muur van de kapsalon in het AMC hangen bedankbriefjes van kinderen die via de stichting een pruik hebben gekregen. ‘Ik kan weer helemaal mezelf zijn Rachel, 18 jaar.’ ‘Binnen twee weken had ik prachtige haartjes. Veerle, 4 jaar.’ De kinderen die hun haar doneren sturen vaak ook briefjes mee, vertelt De Boer. Een meisje van 17 schreef eens dat ze kanker had gehad, was genezen en nu haar eerste lange haar doneerde voor andere kinderen.

Amy heeft haar gevlochten staart nog thuis liggen. Ze gaat hem heus wel opsturen. Maar het is allemaal zo snel gegaan. Ze wil er af en toe nog naar kunnen kijken.