Geef iedereen een basisinkomen

Een basisinkomen zou, als onderdeel van een pakket hervormingen, de crisis kunnen verhelpen. Zet uw morele (voor)oordelen daarom aan de kant, betoogt Guy Standing.

Het 20ste eeuwse stelsel van inkomensverdeling is ingestort. De mondialisering en de technologische revolutie hebben geleid tot een crisis die niet zal worden opgelost door oude mechanismen en beleidsmaatregelen.

Het belangrijkste gegeven is de verviervoudiging van het arbeidsaanbod op de wereld. Door de snel stijgende productiviteit in opkomende markteconomieën kampen de lonen in Europa met een enorme neerwaartse druk.

Over de hele wereld gaat een stijgend deel van het inkomen naar kapitaal en een sterk dalend deel naar arbeid. Dat leidt tot een nieuwe mondiale klassestructuur, met een plutocratie die renteniert en een precariaat dat bestaat uit mensen zonder vaste baan, zonder andere inkomsten dan loon, levend op de rand van schulden en zonder recht op ondersteuning door de overheid. Die laatste groep groeit.

Het gemiddelde reële loon zal met name voor dit precariaat stagneren, zo niet dalen, totdat de lonen en de loonkosten in de opkomende markteconomieën in de buurt van de onze komen.

Hierdoor zullen miljoenen mensen in blijvende onveiligheid en onzekerheid leven. In veel gevallen zal het inkomen uit een volledige baan onvoldoende zijn om de basisbehoeften te kunnen betalen. Harder werken, of meer vaardigheden en scholing verwerven, helpt niet (meer). De roep om concurrerender te worden lokt velen op de rotsen van nog diepere schulden en nog meer onzekerheid.

Het grootste gevaar – naast een epidemie van zelfmoorden door stress – is dat meer mensen in het precariaat, vooral degenen met weinig scholing, zullen luisteren naar populisten en neofascisten die inspelen op hun angsten en onzekerheden. Daarom hebben we dringend behoefte aan een progressieve reactie.

Die tendens wordt niet vanzelf tot staan gebracht. Daar is een herstructurering van het stelsel van de inkomensverdeling voor nodig. En zo wordt een basisinkomen – individueel, maandelijks, onvoorwaardelijk en universeel uit te betalen – niet alleen wenselijk maar vooral ook onmisbaar, willen we voor al onze medeburgers een basiszekerheid waarborgen en de tendens naar extremistische politiek tegengaan.

Voor nog veel meer Europeanen zal hun loon geen uitweg uit de armoede bieden, hoe hard ze ook werken. De meesten leven op de rand van onhoudbare schulden – één tegenslag of vergissing zal ze in een spiraal van wanhoop en dakloosheid drijven. Een samenleving waarin iedereen een basisinkomen heeft, beschermt ons echter tegen onze ergste nachtmerries.

Een ethische reden om tot een basisinkomen over te gaan, is afkomstig van Thomas Paine. Ons persoonlijke inkomen en onze individuele welstand hebben we meer te danken aan de inspanningen van onze voorouders dan aan wat we zelf doen, schreef hij. Daarom zou het rechtvaardig zijn als iedereen in een vorm van sociaal dividend in hun investeringen mee zou delen. Waarom zouden alleen de nazaten van de rijken een erfenis en het geschenk van de zekerheid krijgen?

Nog een reden voor een universeel basisinkomen is dat deze waarborg van basiszekerheid iedereen een gelijke kans zou geven om rationeel te zijn.

Er zijn vier bezwaren tegen het basisinkomen die vaak worden geuit. Ten eerste zou het onbetaalbaar zijn. Toch hebben we het over een bescheiden bedrag, genoeg om te voorzien in onze meest elementaire behoeften. Ook zouden we in etappes naar het basisinkomen toe gaan.

Als zodanig zou basisinkomen in de plaats komen van talrijke omvangrijke subsidies die niet naar het precariaat en de armen gaan, maar voornamelijk naar rijke bedrijven, vermogende particulieren en de middenklasse, zoals de belastingvoordelen op investeringen en, in sommige landen, de belastingvoordelen op hoge hypotheken en op kosten voor privéonderwijs.

Een basisinkomen is zonder meer betaalbaar. Het is een kwestie van prioriteiten.

Ten tweede zou het basisinkomen klaploperij en minder werk veroorzaken. Dat is een belediging. Vrijwel iedereen wil zijn leven, en dat van zijn gezin, beter maken en zou niet tevreden zijn met een basisinkomen. Met de enkele klaplopers moeten we medelijden hebben. Bovendien kost het meer belastinggeld om achter die kleine minderheid van mogelijke klaplopers aan te gaan dan dat hun luiheid nu aan uitkeringen kost.

Uit mijn onderzoek blijkt verder dat mensen met een basiszekerheid meestal meer en niet minder werken, en dat ze daarbij ook nog productiever zijn. Tot slot zijn ze als medewerkers gemotiveerder.

Ten derde zou het basisinkomen inflatoir werken. Maar het zou andere uitgaven vervangen. Het zou ook gunstig zijn voor de vraag naar lokale goederen en diensten, (mensen met lagere inkomens geven hun geld nu eenmaal niet zo snel uit aan luxe goederen ver weg maar wel aan lokale goederen). Die vraag neemt meestal betrekkelijk snel toe, en voorkomt zo dat er inflatoire druk ontstaat.

Ten vierde zou het basisinkomen de arbeidsmarkt verstoren, want het moedigt bedrijven aan lagere lonen te betalen. Dat is een eenzijdige redenering. Zouden mensen een basisinkomen hebben, dan zouden ze eerder ‘nee!’ durven zeggen tegen een werkgever die een hongerloon biedt. Een basisinkomen zou werkgevers en werknemers in staat stellen als volwassenen te onderhandelen. Bent u een winstgevend bedrijf, dan kan ik op een fatsoenlijk loon staan. Bent u een bejaarde die een klusje moet laten doen maar niet veel kan betalen, dan kan ik met minder genoegen nemen.

En de voordelen van een basisinkomen? Die zijn talrijk, blijkt uit een recent boek en de discussie onder collega’s in het internationale netwerk BIEN (Basic Income Earth Network). Het basisinkomen bijvoorbeeld, zou een automatische economische stabilisator kunnen zijn. Een onafhankelijke commissie stelt dan een kernbedrag samen dat wordt vastgesteld op grond van het nationaal inkomen en de groei, en een stabilisator-supplement dat stijgt als de werkloosheid hoog is – en daarmee de vraag naar goederen en diensten versterkt – en dat daalt als de werkloosheid laag is. Het zou helpen de economie te stabiliseren.

Een ander voordeel is dat het zou helpen bij een herverdeling van de wezenlijke middelen die het precariaat op dit moment ontbeert om een goed leven te kunnen opbouwen. Het zou mensen met lage inkomens meer zeggenschap over hun tijd geven en hen stimuleren meer tijd te besteden aan zorg, reparaties en onderhoud, werk dat middelen behoudt in plaats van ze uit te putten. Dit zou ecologische voordelen hebben.

Bijna overal reageren mensen vergelijkbaar op een verbeterde zekerheid. In India hebben wij een proef met een regeling voor een basisinkomen uitgevoerd, waarbij duizenden mannen, vrouwen en kinderen werden vergeleken met met soortgelijke mensen die geen basisinkomen kregen. De resultaten toonden een verbetering in voeding, gezondheid en onderwijs, een vermindering van schulden, meer economische bedrijvigheid en werk, en een betere sociale status voor vrouwen en mensen met een handicap. Dan is er toch geen reden om te denken dat een basisinkomen hier niet dezelfde positieve resultaten zou hebben?

Een basisinkomen is geen panacee voor de crisis van ongelijkheid en onzekerheid. Het moet worden gezien als onderdeel van een pakket hervormingen dat deze crisis zou kunnen verhelpen. Wie het basisinkomen met een moralistische redenering verwerpt, veroordeelt in feite de mensen in het precariaat tot een leven van onnodige onzekerheid, stress en groeiende woede. We hebben een nieuw verdelingsstelsel nodig en mogen niet vertrouwen op een onwaarschijnlijke wonderbaarlijke opleving van het oude.