Eerst de supermarkt, toen de jeugd, en nu de pin

Alles verdwijnt uit de dorpen. Vorige maand haalde de Rabobank de laatste pinautomaat weg uit het Overijsselse Wanneperveen. Een kleine gebeurtenis, met grote gevolgen.

Koos Bakker stond met de hond aan de andere kant van het dorpsplein toen het gebeurde. Ze waren met wel tien man. Grote kraan erbij. Eerst trokken ze de twee stalen palen voor het dorpshuis uit het plein. Toen begonnen ze te sjorren aan de machine in de muur. De vrachtwagen stond al klaar. Daar ging hij, de laatste geldautomaat van Wanneperveen.

Wie met het openbaar vervoer komt, moet met bus 79, vanuit Meppel. Alleen overdag tot zessen, één keer per uur, en niet op zaterdag. Eerst door Dinxterveen. Dan komen halte Perceel 44 en halte Perceel 80. En dan ben je er. Halte ’t Haagje, Wanneperveen, Overijssel.

In de Wethouder Vosstraat woont Koos Bakker (66). Iedere donderdagmiddag, als de visboer zijn bel luidt, komt Bakker naar buiten. Hij houdt van een visje op donderdag. Een haring met uitjes, zonder zuur. Niet in mootjes, maar in z’n geheel, op een wit bolletje. Twee euro vijftig.

Tot een maand geleden was dat geen probleem. Maar sinds de dag van de tien man met hun kraan op het dorpsplein kan Bakker in het dorp geen geld meer pinnen voor zijn visje. Een auto om naar de automaat in Meppel te rijden heeft hij niet. Fietsen is te ver. En bus 79, ja, die rijdt niet zo vaak.

Een keer in de twee weken belt Bakker zijn vriend met wie hij zijn hele leven al in Wanneperveen woont. Dan pakken ze de agenda erbij en maken ze een afspraak. Op het afgesproken tijdstip komt de vriend met zijn vrouw voorrijden. Via de N375 rijden ze naar Meppel, een minuut of twintig. Daar stoppen ze bij de geldautomaat en gaat Bakker pinnen, meestal nemen ze nog een boodschap mee. Dan rijden ze weer terug en wordt Bakker weer afgezet in de Wethouder Vosstraat.

Deze week gaat dat niet, want Bakkers vriend is met de camper weg.

Het platteland loopt leeg

Het gaat hard met de sloop van de flappentap. Tussen 2007 en 2013 verdween 14 procent van de geldautomaten in Nederland. Het is een bezuinigingsmaatregel. Banken houden niet van contant geld. Het kost geld om biljetten in automaten te stoppen, die weer beveiligd moeten worden tegen ramkraken en onderhoud nodig hebben.

Veel goedkoper is de klant die online bankiert en al zijn boodschappen afrekent met een pasje of, liever nog, met de smartphone. Van die klanten zijn er steeds meer, dus kunnen de automaten weg, te beginnen met de duurste: de automaten die een eind rijden zijn voor de geldbus en die toch relatief weinig worden gebruikt.

Dit is een verhaal over een geldautomaat. Maar ook over de geleidelijke leegloop van landelijk Nederland: in 2007 woonde 40 procent van de bevolking er, in 2013 nog 37 procent. Dan gaat het, zoals het Centraal Bureau voor de Statistiek platteland definieert, over gebieden met maximaal 1.000 adressen per vierkante kilometer.

Lokale supermarkten sluiten (terwijl het aantal supermarkten in steden juist snel groeit). De bakker vertrekt naar de stad. De school gaat dicht.

En nu verliezen mensen hun laatste beetje bank in de omgeving. De medewerker achter de balie was al weg – tussen 2007 en 2013 sloten banken eenderde van hun kantoren, vooral in dorpen. Voor wie wat wil vragen over sparen, verzekeren of lenen, is er een website, een mailadres en een telefoonnummer.

Vervelender dan voor zichzelf vindt Koos Bakker het voor anderen in het dorp. Voor de mensen van de collecte bijvoorbeeld. Het is al voorgekomen dat hij ze weg moest sturen omdat hij geen geld in huis had. Zoveel haalt hij nou eenmaal niet als hij in Meppel pint, na een tijdje is het op. „Een berg geld in huis wil ik niet.”

En neem de boerderij met minicamping van de familie Van Gijssel. Wie er een grote zak aardappelen (acht euro) wil kopen, heeft contant geld nodig. Campinggasten die de caravan al hebben aangekoppeld en alleen nog moeten afrekenen, moeten soms nog op en neer naar Nijeveen of Meppel, met caravan en al.

De bed & breakfast van de familie Stubenitsky kampt met hetzelfde probleem. Botenverhuur Nijenhuis en kapper Rolinka Zwiers hebben ook geen pin. De voetbalkantine van V.V. Oranje Zwart evenmin.

Bakker staat bij het dorpsplein, een keurig, rechthoekig plein van lichtgele tegels met ernaast zes pas geplante boompjes op een rechte lijn en een baantje voor jeu de boules. Iedere dag komt Bakker erlangs tijdens zijn ommetje met de hond Caro, vernoemd naar Caro Emerald, de zangeres die een hitje had toen de hond kwam.

Slager wordt bank

Halverwege het ommetje komt Bakker langs de hardst getroffenen: de mensen in woonzorgcentrum De Perelaar. Zij maakten de Rabobank groot in Wanneperveen, de meesten zijn hun hele leven al lid. Nu zijn ze oud en slecht ter been. Zij hebben geen vrienden die hen om de week even naar Meppel kunnen brengen met de auto.

Laatst nam een bewoonster een taxi naar de automaat in Nijeveen, deed die het niet, storing. Als de kleinkinderen langskomen is er geen briefje van tien meer te halen om ze toe te stoppen.

Sommigen vallen terug op slager Jan Lantinga. „Mag ik vijftig euro bijpinnen, Jan?”, vragen ze. Lantinga is een man die geen ‘nee’ verkoopt. Hij is geboren in de hoek van de slagerij, kent iedereen. Wie vlees koopt bij Lantinga, kan wel wat bijpinnen. Als hij contant geld in kas heeft tenminste. Hij zegt het niet als er mensen in de winkel zijn, maar vervelend vindt hij het wel. „De Rabobank was er voor het geld, ik voor het vlees. Nu moet ik beide doen. Ik ben geen bank, ik ben slager.”

Lantinga is er ook al voor de tandpasta. Toen de supermarkt dicht ging, stapte de slager over op „de campingformule”. Tegenover de vitrine met de runderlappen en varkenskoteletten staan twee kasten met wat potjes sperziebonen, tubes tandpasta, eieren, zelfs wat vers brood. „De potjes groente lopen goed, de melk ook wel, maar aan de tandpasta verdien ik niks”, zegt Lantinga. „Dat doe ik gewoon voor het dorp.”

Honderd meter verderop staan de woorden ‘Supermarkt Van Dalen, ingang om de hoek’ nog op de gevel. Van Dalen was er voor de boodschappen, de post, de fotoservice, de producten aan huis. De ingang om de hoek is al vijf jaar dicht. Een koper is nog niet gevonden.

Ook de warme bakkers – er was een tijd dat het dorp er drie had – zijn allemaal opgeheven. De elektricien zit er niet meer. Het richtingbordje naar de bibliotheek is er nog wel, de bieb zelf niet meer.

Het ommetje van Koos Bakker gaat langs meer bordjes ‘te koop’. Langs het huis van Esther van der Linde, die met haar man en kinderen zo snel mogelijk naar Meppel wil verhuizen. De dorpsschool verliest in rap tempo leerlingen. De winkels zijn weg. Haar werk is in Meppel. En met het wegvallen van de pinautomaat is zakgeld aan de kinderen geven een gedoe geworden.

Het is dat haar man uit het dorp komt en er wilde wonen, anders had ze er nooit een huis gekocht. Maar goed, naar de stad kon altijd nog. Inmiddels staat het huis al twee jaar te koop. Er kwam nog niet één kijker.

Bakker had nog geprotesteerd. Het actiecomité Behoud Geldautomaat Wanneperveen, met daarin onder meer de huisarts, was bij hem aan de deur gekomen en Bakker had getekend. Van de 1.360 pinbevoegden in het dorp, inwoners ouder dan twaalf, zetten 1.061 mensen hun handtekening. De lijst ging naar de wethouder. Er gingen brieven naar de directie van de Rabobank in Meppel.

Er ging er een naar de Tweede Kamer, een andere naar de minister van Financiën. De Kamer sprak erover, en de minister kreeg een aanbeveling: zorg dat iedere Nederlander in een straal van vijf kilometer terecht kan bij een pinautomaat. Maar de minister vond het niet aan hem om dat banken te verplichten. Dat zoeken ze zelf maar uit.

De Rabobank in de regio van Wanneperveen heeft een eigen norm: 15 ‘autominuten’. De bank kwam het dorp nog wel tegemoet. De opheffing van de laatste geldautomaat werd uitgesteld van februari naar oktober. Maar toen was het echt over. „Te weinig pintransacties”, over en uit.

Bakker wist het wel. Protesteren helpt natuurlijk niet. Aan het dorpshuis hangt nu een houten plaat op de plek waar de automaat zat. Het geraamte van de chipknip ernaast zit er nog wel, maar ook die doet het niet meer.

Het laatste restje Rabobank staat aan de overkant van het plein, in de voortuin van nummer 21: een blauwe stalen paal van het bankkantoor dat tijden terug de deuren sloot. De digitale klok bovenin de paal staat al jaren stil.

Een enkeling gelooft dat de automaat terugkeert. Zoals mevrouw Van der Veen, van nummer 9 aan het plein: „Ze zijn er nog niet helemaal uit, denk ik. Er werd genoeg gepind. ’s Morgens vroeg stond er soms een rij. En als je ’s nachts uit het raam keek kon je nog weleens een pinner zien.” Zelf ging ze de laatste maanden vaker pinnen, in kleinere bedragen, om het aantal transacties op te drijven.

Op het jaarlijkse feest in de ledenweek van de Rabobank ging het er nog over. Bijna iedereen in het dorp zit bij de boerenleenbank en was uitgenodigd in het Rabo Theater in Steenwijk. De hele avond waren er proeverijen en optredens. Van Thomas Berge, drie lokale zangers en van een Franse chansonnier. Koos Bakker was er ook. „Best weer een mooi feest. Maar als ze één artiest minder hadden uitgenodigd, dan hadden wij de pinautomaat kunnen houden.”

Dat het vervelend is dat de pin weg is, weten ze bij het kantoor van de Rabobank in Meppel ook wel. De bank bood het dorp alternatieven aan. De geldservice, waarmee je geld kan bestellen via aangetekende post. Cursussen internetbankieren en bankieren via de smartphone. Een Rabo Thuisadviseur.

En lokale winkeliers zouden natuurlijk zelf pinautomaten kunnen aanschaffen. Maar de aanschafprijs, zo’n 700 euro, is niet niks voor een kleine kapper, en daar komen nog transactiekosten bij. Huren kan ook, voor zo’n 35 euro per maand. Best veel voor een minicamping die ’s winters dicht is en een botenverhuur die maar vijf maanden per jaar open is.

Ze komen niet meer naar ons

Hoe moet er betaald worden bij het dorpsfeest? En bij de kerstmarkt? Het actiecomité dat de strijd om de automaat van de Rabobank verloor, probeert nu zelf een automaat te regelen. Dat valt niet mee. Er is een bank gevonden die wel ergens binnen een automaat neer wil zetten, maar wel tegen een prijs van 700 euro per maand. Dan zijn er sponsoren nodig. En iemand die garant wil staan voor twee jaar.

Ook een optie is het lenen van een mobiele pinautomaat tijdens evenementen in het dorp. De Rabobank wil de automaat wel beschikbaar stellen. Maar wat het weer lastig maakt is dat de rekening van de pinautomaat moet worden beheerd door iemand die daar bevoegd voor is, en dat mag alleen een advocaat, gerechtsdeurwaarder of notaris doen. Die heeft het dorp niet.

Koos Bakker denkt niet dat de geldautomaat ooit nog terugkeert in Wanneperveen. „Ze komen niet meer naar ons toe, we moeten naar hen toe.” Caro huppelt het rijtjeshuis aan de Wethouder Vosstraat binnen. Bakker doet de voordeur dicht.

Niet veel later rijdt er een wit autootje met oranje en blauwe stickers de hoofdstraat in. ‘Rabobank’, staat er op de deuren. Het autootje mindert even vaart bij de kruising met de afslag naar het dorpsplein, maar rijdt dan rechtdoor het dorp uit, richting Meppel. <<