Een storm die blijft opsteken

Bij felle protesten in Ferguson werden deze week winkels en auto’sin brand gestoken. „Iedere Afro-Amerikaan kan verhalen vertellen over racisme of marginalisering.” Foto Reuters

‘Season’s Greetings’, begroet een verlichte slinger boven de weg de demonstranten en de nationale gardisten in het historische centrum van Ferguson. Links, bij de eerste ‘S’, staan de betogers, een stuk of honderd. Ze roepen ‘Fuck the police’, zingen meerstemmig ‘Oh, Freedom’:

And before I’d be a slave, I’ll be buried in my grave / And go home to my Lord and be free

Rechts, bij de laatste ‘s’, heeft de Nationale Garde zich opgesteld. Ze moeten het politiebureau van Ferguson, en vooral de agenten, bewaken. Liefst 2.200 volledig uitgeruste gardisten heeft gouverneur Jay Nixon naar het gebied gestuurd. Demonstranten die te dichtbij komen, worden gearresteerd.

CNN zal deze woensdagavond als ‘gespannen’ omschrijven. De politie heeft het over „opnieuw een onrustige avond”. Deray McKesson, een van de leiders van de demonstranten en een actieve Twitteraar (@deray, 37.000 volgers), schrijft: „The Hunger Games. Maar dan echt.” Pats: 75 retweets, 74 favorites.

Maandagavond was het echt gespannen, onrustig, en als een film in Ferguson. Geen wonder: Wekenlang was er toegeleefd naar de uitspraak van de grand jury, die uiteindelijk maandag werd bekendgemaakt. Keer op keer was een beslissing uitgesteld.

Gouverneur Nixon maakte een fout. Hij liet de openbare aanklager maandagavond aankondigen dat politieagent Darren Wilson niet vervolgd zou worden voor de dood van de 18-jarige Michael Brown, op 9 augustus. „Oh my God, jullie zijn gek!!!!”, sms-te buurtactivist Anastasia Syes naar Nixons assistent. Ze laat haar telefoon zien. „Het is donker, ze gaan de hele stad afbranden!!!” Er kwam geen antwoord. Tientallen auto’s en winkelpanden gingen die avond in vlammen op.

Twee dagen later heeft Jay Nixon zijn les geleerd: zorg dat er meer gardisten op straat zijn dan betogers. De humvees zijn deze avond overal, Ferguson krijgt er zelfs files door. De demonstranten hebben simpelweg geen kans. Er valt natte sneeuw, het is koud, velen gaan naar huis.

Burgerrechtenbeweging

De protesten in Ferguson, een voorstad van St. Louis, voelden in augustus nog als heimwee naar de Burgerrechtenbeweging van de jaren zestig. Oude zwarte leiders, zoals de dominees Al Sharpton en Jesse Jackson, lieten zich zien. Alsof een oude orde moest worden hersteld, een stoffig ideaal van weleer moest worden opgefrist.

Wat begin deze week gebeurde leek juist eerder op een afrekening met die tijd. Shae Watts, een jonge communicatiekundige en model uit Ferguson, zegt: „De Burgerrechtenbeweging heeft ons niets gebracht. Martin Luther King, Malcolm X, de leiders die er echt toe deden, zijn vermoord. Het project is nooit voltooid. Maar het kwam ook door onszelf. We waren te snel tevreden. We hebben niet doorgezet.”

Anastasia Syes, een kleine, zwarte vrouw, is geschrokken van de aanblik van West Florissant Avenue, een brede straat met winkels en fastfoodrestaurants. Schoonheidssalon Beauty Town, even verderop, is een verkoolde massa die nog smeult. De winkels die nog niet geplunderd zijn, hebben de ramen gebarricadeerd. Sommige winkeliers plaatsen bordjes op de deur: ‘Zwarte eigenaar’. Niet dat dat altijd helpt; ook winkels met een Afro-Amerikaanse eigenaar zijn geplunderd.

Syes, een pastoraal werker die optreedt als contactpersoon voor de overheid: „Ik stel mezelf de vraag: waarom zetten mensen de fik in hun eigen gemeenschap? Ze treffen alleen de middenstand van Ferguson, niemand anders. Ik denk dat het komt omdat het hun samenleving niet meer is. Zwarte jongeren zijn zo vervreemd geraakt van de maatschappij, dat ze zelfs een winkelier die wel een bestaan opbouwt niet meer zien als één van ons.”

Clem Smith (37) is een demonstrant van het eerste uur. Sinds Michael Brown op 9 augustus werd doodgeschoten, is hij onafgebroken op straat. Hij woont net buiten Ferguson, en vertegenwoordigt zijn district in het Huis van Afgevaardigden van Missouri.

De rellen van de afgelopen week hebben volgens Smith alleen maar ellende veroorzaakt. Erger nog, zegt hij, is dat de schaal van vernietiging een graadmeter voor zwart ongenoegen is geworden. „Als het rustig is, denkt iedereen: het valt wel mee. Wat hier leeft, is door de samenleving, media, politici altijd onder het tapijt geveegd. De spanning is decennialang opgebouwd, en gaat niet weg na deze week, als het weer rustiger wordt in Ferguson.”

Iedereen heeft een eigen verhaal. Anastasia Syes zegt dat loodgieters niet naar het zwarte deel van Ferguson willen, en altijd eerst informeren of ze in het ‘goede deel’ woont. Jeff Whitaker, een twintiger in donkere kleren, heeft de geboorte van zijn nu 2-jarige dochter niet meegemaakt doordat hij in de gevangenis zat. Er was gedoe met gangs in de straat, en hij verraadde niemand aan de politie. Clem Smith windt zich op over het hokje ‘ras’ dat je moet aankruisen als je naar de dokter gaat.

Feel good-verhaal

Het verhaal van zwart Amerika is sinds de jaren zestig een feel good-verhaal geweest, zegt Clem Smith. Hij vat het zo samen: eerst was er slavernij, daarna segregatie, met gescheiden bussen en scholen. Toen braken de jaren zestig aan, met rassenrellen, de Mars op Washington, Martin Luther King. En nu is er Obama, de eerste zwarte president uit de geschiedenis van de Verenigde Staten. Amerika is niet perfect, maar gaat de goede kant op. „Het is het narratief van blank Amerika, waar zij zich prettig bij voelen. Het loopt immers goed af. Onze kant van het verhaal is niet verteld.”

Het institutionele racisme verdween. Maar in plaats daarvan ontstond een klassenmaatschappij. Afro-Amerikanen worden niet alleen veel vaker gearresteerd en gevangengezet. De armoede is veel groter, en het verschil met blanken groeit: 38,2 procent van de zwarte kinderen leeft onder de armoedegrens, tegen 12,4 van de blanke kinderen. En dan is er de sociale segregatie: driekwart van de blanke Amerikanen heeft niet één Afro-Amerikaan in de vrienden- en kennissenkring. Zwarten gaan iets meer, maar nog steeds erg weinig, met blanken om. Dat kleurt de manier waarop Amerikanen naar Ferguson kijken: 62 procent van de zwarten denkt dat politieagent Darren Wilson onrechtmatig handelde, tegen 22 procent van de blanken.

Het zwarte ideaal vanaf de jaren zestig, zegt Clem Smith, was aanpassing, ‘normaal zijn’. Hij is daar zelf het beste voorbeeld van. Hij groeide op in een armoedige, zwarte wijk. Maar de gemeente had een potje, goede bedoelingen en een project. Smith maakte deel uit van een klein groepje kansarme Afro-Amerikaanse kinderen naar elitescholen in St. Louis mocht. Elke ochtend werd hij met de bus opgehaald. Hij was het enige zwarte kind in de klas. „Het heeft me veel gebracht: ik kon naar de universiteit, en ben de politiek ingegaan. Maar ik heb er ook leren inzien dat ik altijd zwart zal blijven. Als ik met vrienden op straat liep, werden we regelmatig aangehouden door de politie. Zonder mij werden mijn blanke vrienden met rust gelaten.”

Bill Cosby, deze maand in opspraak gekomen door beschuldigingen van verkrachting, was de held van die tijd. The Cosby Show draaide om een zwart gezin, dat blank had kunnen zijn: vader Cliff Huxtable was arts, moeder Claire zakenvrouw. Cliff Huxtable gaf zijn kinderen adviezen als: pas je aan, haal hoge cijfers. Hij was ‘de veilige zwarte’, schreef Buzzfeed-redacteur Kelley Carter deze week. „Wij zwarten zagen de Huxtables als verlengstuk van onszelf. Ze stonden voor onze families, of ze waren een voorbeeld voor wie zijn ogen op de prijs ‘Suburbia’ had laten vallen.”

Michael Brown, schreef Carter, is de ‘anti-Huxtable’: niet aaibaar, maar volgens de getuigenverklaring van agent Wilson juist bedreigend, „als een demon”. Cosby is altijd kritisch geweest op de zwarte gemeenschap, en keurde baldadig gedrag af. In 2004 zei hij in speech die slecht viel in eigen kring: „Er zijn mensen die in hun achterhoofd worden geschoten omdat ze een stuk cake hebben gestolen. En dan zijn we allemaal woedend en zeggen we: ‘De politie had hem niet mogen doodschieten!’ Maar wat deed hij in vredesnaam met die cake in zijn hand?”

Kelley Carter stelt bitter vast: de ‘slechte’ Michael Brown overleeft zijn ontmoeting met een agent niet, terwijl de ‘goede’ Cosby vervolging ontloopt.

Suburbia

In de jaren tachtig, de tijd dat Bill Cosby populair was, veranderde ook Ferguson. Suburbia was een zwarte droom geworden. Het in meerderheid blanke, suburbane Ferguson, met zijn strip malls en ruime bungalows, werd populair onder Afro-Amerikanen. Toen de ‘zwarte vlucht’ uit St. Louis op gang kwam, trok de blanke bevolking weg, naar randgemeenten die nog verder weg lagen. Meer dan tweederde van de bevolking is nu zwart, tegen 14 procent in 1980. Dat ging met grote problemen gepaard: de criminaliteit steeg explosief, de huizen waren niets meer waard.

De zwarte inwoners van St. Louis zijn altijd conformistisch geweest, zegt Marcia Chatelain, hoofddocent geschiedenis aan Georgetown University in Washington. Ze heeft in St. Louis gewoond. „De grote marsen, sit-ins en rassenrellen zijn aan hen voorbijgegaan. Mensen waren de decennia ervoor uit het zuiden naar het industriële St. Louis getrokken, en druk met het opbouwen van een bestaan.”

Het is volgens Chatelain van grote betekenis dat juist in het suburbane Ferguson de vlam in de pan is geslagen. Rassenrellen als die in de jaren zestig, of de Rodney-King-rellen in 1992, ontstonden in slechte buurten in de grote steden, nooit in suburbs. „Ferguson ziet eruit als een randgemeente waar heel Amerika vol mee staat. De boodschap is dat achterstelling, racisme en excessief politiegeweld overal kunnen voorkomen. Deze week vormt een generatie, zoals ik als kind gevormd ben door de beelden van Rodney King.” King werd in 1992 in Los Angeles door de politie in elkaar geslagen. Er volgden hevige rellen, waarbij 53 doden vielen.

Marcia Chatelain heeft studenten naar Ferguson gestuurd, en een online bibliotheek aangelegd van boeken over de Afro-Amerikaanse geschiedenis, die nu op universiteiten in het hele land gebruikt wordt, de Ferguson Syllabus. „Iedere Afro-Amerikaan kan verhalen vertellen over racisme, of marginalisering. Ferguson begon als protest tegen politiegeweld, maar verenigt nu al die verhalen. Het is een perfecte storm geworden, die blijft opsteken, ook als de protesten in Ferguson gestopt zijn.”