Column

Een doorstart voor Jeroen Dijsselbloem?

Goed nieuws voor Jeroen Dijsselbloem: er is een redelijke kans dat hij kan aanblijven als voorzitter van de eurogroep. Na het debacle van afgelopen zomer – hij werd geen eurocommissaris omdat Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker hem niet op een euro-gerelateerde post wilde – zijn de kaarten in Europa helemaal opnieuw geschud.

Vorig jaar ontstond het plan om een permanente voorzitter van de eurogroep aan te wijzen. Dat is weer van de baan. Het oude systeem, waarbij één van de euroministers van Financiën tijdelijk voorzitter is, blijft bestaan. Dijsselbloem heeft dit werk vanaf januari 2013 gedaan. Zijn mandaat loopt in 2015 af. Als hij verlenging wil, is de kans groot dat zijn collega’s ja zeggen. Behalve misschien de Spaanse minister, Louis de Guindos.

Anderhalf jaar geleden wilden Spanje en Frankrijk van die bijbaan een permanente functie maken. De eurocrisis woedde volop. De reddingsoperatie van Cyprus verliep chaotisch. Velen bekritiseerden Dijsselbloem, die net het voorzitterschap van Juncker had overgenomen. Hij was onervaren en in veler ogen te Hollands. Hij werd gezien als lakei van Duitsland, dat keihard voor hem had gelobbyd. Meerdere landen grepen de kans om eindelijk een permanent eurovoorzitterschap op te zetten. Een fulltime voorzitter kon in hun ogen onpartijdiger zijn, omdat hij niet óók zijn nationale belang zit te verdedigen.

Spanje aasde op de nieuwe post. Madrid ‘verloor’ een kort daarvoor een bestuurslid bij de ECB. Hij werd nooit vervangen, althans niet door een Spanjaard. Dat stak. Spanje had als groot land geen hoge Europese post meer. Toen Juncker vertrok als eurogroepvoorzitter, probeerde Madrid diens opvolger Dijsselbloem te blokkeren. Italië wild hem evenmin, maar durfde – hoe tekenend voor de machtsverhoudingen – Duitsland niet tegen te spreken.

De Spanjaarden waren zo in hun eer aangetast, dat ze dat niks kon schelen. Ze stemden als enigen niet voor Dijsselbloem. Een jaar later weigerde Madrid Juncker te steunen als conservatieve Spitzenkandidat als zij hun compensatie niet zouden krijgen. Op een conservatief partijcongres moest bondskanselier Angela Merkel de Spaanse premier beloven om minister De Guindos te steunen als permanente voorzitter van de eurogroep.

Dat was afgelopen maart. Velen gingen ervan uit dat Spanje inderdaad de eurogroep zou krijgen. Nu niet meer. De eurocrisis is geluwd. Sommigen vragen zich af wat een permanent voorzitter (met staf) de godganse dag moet doen.

Daarbij zit er een nieuwe Commissie, met maar liefst drie commissarissen die zich met eurozaken bemoeien: Moscovici (Frankrijk, Financiën), Katainen (Finland, Banen en Groei) en Dombrovskis (Letland, Euro en Sociale Dialoog). Vroeger zat er één. Dat wordt overkill. De landen waar deze drie vandaan komen willen er geen concurrentie bij. Vandaar dat Frankrijk binnen de gouvernance économique 180 graden is gedraaid: straks gaat De Guindos Moscovici nog in het vaarwater zitten.

Zelfs als tijdelijk eurogroepvoorzitter is De Guindos buiten beeld. Noordelijke landen willen geen zuiderling op een euro-sleutelpost (naast Draghi bij de ECB en Moscovici bij de Commissie). En de Spaanse conservatieve regering staat in eigen land zwak vanwege corruptieschandalen en jarenlange bezuinigingen. In 2015 zijn daar verkiezingen. Niemand wil een eurominister kiezen die een paar maanden later het veld moet ruimen.

Vandaar dat velen, behalve Spanje, Dijsselbloem bij nader inzien wel willen houden. Hij was aangeslagen dat hij geen eurocommissaris werd; zijn verhuizing naar Brussel werd al voorbereid. Eurogroepvoorzitter blijven is zo een troostprijs. Maar mensen noemen hem „capabel”, en „iemand die veel heeft geleerd”. En dát hoorde je vroeger over hem niet.