‘E-nummers zijn per definitie onschadelijke stoffen’

Dat zei Stephan Peters van het Voedingscentrum in Quest

Illustratie Martien ter Veen

De aanleiding

Je ziet ze op vrijwel alle verpakkingen in de supermarkt staan: E-nummers. Dat zijn stoffen als smaakversterkers of kleurstoffen, die aan voedsel worden toegevoegd om het product te verbeteren. Zonder stoffen met een E-nummer zou ijs bijvoorbeeld vol kristallen zitten. Is brood droog en zou het inzakken. En bovendien blijft voedsel langer houdbaar door stoffen met een E-nummer.

De stoffen staan regelmatig ter discussie. Op internet gaan lijsten rond met E-nummers die je beter niet zou kunnen gebruiken. Onterecht, zegt Stephan Peters van het Voedingscentrum in Quest. „Stoffen met een E-nummer zijn per definitie onschadelijk”, aldus Peters. Ze zijn immers door de Europese voedselveiligheidsautoriteit goedgekeurd.

Waar is het op gebaseerd?

Peters stelde voor het Voedingscentrum een factsheet op, waarin wordt uitgelegd hoe E-nummers worden toegewezen. Voor een nieuwe stof moet een ‘aanvaardbare dagelijkse inname’ worden vastgesteld; hoeveel van de stof kun je elke dag binnenkrijgen zonder dat het schade oplevert? Die hoeveelheid wordt vastgesteld op basis van dierproeven.

De dosis die net geen schade oplevert bij de proefdieren, wordt door honderd gedeeld zodat een ruime veiligheidsmarge bestaat. De hoeveelheid van de stof die wordt toegestaan, ligt dus honderd keer lager dan de dosis die net geen schade opleverde bij proefdieren.

Daarna wordt vastgesteld in welke producten de stof mag worden toegevoegd. Daarbij wordt rekening gehouden met al het voedsel, zodat je – als je geen absurd dieet aanhoudt – niet alsnog een te hoge dosis binnenkrijgt door meerdere producten met de stof tot je te nemen.

Peters maakt twee uitzonderingen: astmapatiënten kunnen ademhalingsproblemen krijgen van sulfieten, die in bijvoorbeeld wijn worden gebruikt. Daarnaast kunnen mensen met de stofwisselingsziekte fenylketonurie aspartaam niet afbreken, waardoor de hersenen beschadigd kunnen worden. Als deze stoffen worden gebruikt, moet dat expliciet op het etiket staan.

En, klopt het?

Voor zo ver we dat kunnen zeggen, zijn E-nummers inderdaad veilig, stelt Fred Brouns, professor voedselinnovatie aan de Universiteit van Maastricht. „Om goedkeuring van de voedselveiligheidsautoriteit te krijgen, moet een zeer uitgebreid veiligheidsdossier worden aangeleverd, dat door een groot team van toxicologen wordt bekeken.” Zo wordt vastgesteld wat de maximale dosis is die geen schade veroorzaakt.

Door de dossiers weten we heel veel over de werking van E-nummers, terwijl we van andere stoffen geen idee hebben wat ze precies doen. „Het gaat dan bijvoorbeeld om kruidenextracten, die geen E-nummer hebben. Die worden heel veel geconsumeerd, en we nemen maar gewoon aan dat die niet schadelijk zijn omdat het natuurlijke producten zijn.” Stoffen met een E-nummer kunnen overigens ook een natuurlijke stof zijn, benadrukt professor Brouns. Vitamine C heeft bijvoorbeeld ook een E-nummer.

In de regel zijn stoffen met een E-nummer veilig, beaamt Ralf Hartemink, voedingsdeskundige aan de Universiteit van Wageningen. Maar er zijn uitzonderingen. Zo zijn er bijvoorbeeld maltitol, dat wordt toegevoegd aan kauwgum, en een handvol vergelijkbare stoffen die diarree kunnen veroorzaken. „De meest gevoelige mensen krijgen klachten bij een dosis van 5 gram”, aldus Hartemink. „Dat wil zeggen dat je in korte tijd vijf kauwgumpjes moet eten. Gemiddeld kan iemand zonder probleem 20 tot 40 gram aan.”

De grote uitzondering op de regel is nitriet, dat gebruikt wordt in bijvoorbeeld vleeswaren. Er is „een heel kleine kans” dat nitriet „onder bepaalde condities” kanker veroorzaakt, zegt Hartemink. Maar nitriet is een bijzonder geval: het is de enige stof met een E-nummer die niet gebruikt mag worden, maar gebruikt móét worden. „Nitriet is het enige conserveringsmiddel dat de bacterie tegengaat die botox aanmaakt”, aldus Hartemink. „Botox is een van de giftigste stoffen die we kennen. Als je nitriet niet gebruikt, is het risico dus hoger dan wanneer je het wel gebruikt.” Een alternatief voor nitriet is er niet.

Conclusie

In de regel is het veilig om E-nummers te gebruiken, mits je er natuurlijk geen absurde hoeveelheden van tot je neemt. Maar er zijn uitzonderingen te bedenken, al is de kans dat een E-nummer schade oplevert erg klein en is er, in het geval van nitriet, geen alternatief. De uitspraak wordt daarom beoordeeld als grotendeels waar.

Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wilt zien? Mail nextcheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nextcheckt