Dit kan toch gewoon (niet)

Jan Hoek kreeg een prachtige salontafel – in de vorm van een karikaturale zwarte man. Ben je een racist als je zoiets in huis zet? Hij ging op onderzoek uit.

Ik twijfelde geen seconde toen mijn gekke buurman vroeg of ik zijn slaaf wilde hebben. Een salontafel in de vorm van een naakte, geknielde donkere man. Misschien huist er een sadist in mij, maar ik vond het een leuk idee dat je een glazen plaat op zijn gezicht kon leggen die hij dan voor je zou dragen. Ik had dat trouwens ook leuk gevonden als het een blanke, een Chinees of Arabier was geweest.

Afgezien van een doek om zijn middel is hij naakt. Ook dat vond ik leuk: hij heeft prachtig welvende spieren. Omdat het geen slaaf van vlees en bloed was, zag ik er geen kwaad in. Onschuldige kitsch, dacht ik.

Ik zette de zwarte man alvast in de huiskamer in afwachting van de glazen plaat die ik moest laten maken. Dat bleek ongemakkelijk. Bijvoorbeeld toen er een monteur van Surinaamse afkomst langskwam en ik niet kon besluiten of ik iets moest zeggen – want wat zeg je dan: ‘Ja ik zie dat u mijn tafel ziet, maar u moet weten dat ik slavernij heel erg afkeur’?

Ik besloot er een kleedje over te leggen. Binnen twee weken belandde hij op het balkon waar hij nu al een paar jaar in de kou staat.

Een paar maanden geleden liep ik mijn favoriete antiekwinkel in. De Totalitarian Art Gallery in Amsterdam is gespecialiseerd in propagandakunst, maar je kunt er ook opgezette eekhoorns in middeleeuws narrenpak kopen. Hier zag ik opeens een heel schap vol spullen waarin karikaturale zwarten waren verwerkt. Zoals een blik met het woord ‘Negertjes’ erop: roestig, maar toch 90 euro.

Eigenaar Michiel van Eyck beschikte over een soortgelijke tafel als de mijne, maar dan in betere staat. De antiquair wil de prijs niet noemen, hij is nog in onderhandeling met een klant, maar een bedrag boven de 1.000 euro schemert wel door zijn woorden heen. „De prijzen van neger-antiek zijn hoog”, zegt Van Eyck. „Er zijn veel mensen die dat speciaal verzamelen. Het opvallende is dat dit meestal donkere mensen zijn. Zwarte Amerikanen vooral. Zo zijn ook de meeste verzamelaars van Nazi-antiek joods.”

Antiek in dit genre is dus geld waard. Maar het lijkt ook controversiëler te worden. In de hitte van de Zwarte Pietdiscussie komen ook de bezwaren tegen de koninklijke Gouden Koets weer boven. Een paneel op de koets verheerlijkt de gruwelijkheden van de slavernij en hoort daarom thuis in een museum, betoogden kamerleden Mariko Peters en Harry van Bommel al in 2011. Met andere woorden: voorwerpen uit het verleden die de onderdrukking van zwarten uitdrukken, moeten we niet meer gebruiken.

Kan ik het cadeau van de buurman wel met goed fatsoen in huis plaatsen? En kan ik er dan gewoon bakjes met tijgernootjes voor mijn bezoek op zetten?

Ik plaats een foto op Facebook met deze vraag. Judith, een oud schoolgenoot, reageert als eerste: „Trash it into a million pieces, lace cookies with the shards and hand them out to the people who still dress in black face on zwarte piet day”. Vernietigen dus. Anderen reageren luchtiger, zoals kunstenaar/skater Mick Johan: „Als je hem op zijn kop zet, is het een breakdancer, dat is een stuk minder racistisch.” Ik besluit dat te doen, tot ik op een beter idee kom.

Als ik alles op een rijtje zet, kom ik bij de volgende vier opties uit.

1. Ik bestel die glazen plaat en gebruik de tafel.

2. Ik luister naar Judith en vernietig de tafel.

3. Ik verkoop de tafel.

4. Ik schenk hem aan een museum.

Mijn tafel is lang niet zo mooi als de koninklijke koets. Hij is ook een beetje beschadigd: de tenen zijn afgebroken. Optie 4 valt dus af.

In het programma Tussen kunst en kitsch werd deze herfst een torchière getaxeerd. In dit tafeltje om kandelaars op te zetten is een dragende Moor verwerkt. (In de antiekwereld wordt vaak de term ‘Moor’ gebruikt, in de betekenis van een zwarte Afrikaan.) Het tafeltje is gemaakt aan het einde van de negentiende eeuw in Venetië en de waarde wordt geschat op 1.500 tot 2.000 euro.

Antiquair Joseph Estié: „Vanaf midden zeventiende eeuw werden mensen met een donkere huidskleur bijzonder geacht. Die heb je dan ook nog heel weinig in Europa. Donkere mensen worden dan afgebeeld als ultiem voorbeeld van oriëntalisme.”

Ik breng deze Joseph Estié, die werkzaam is bij antiquair Salomon Stodel in Amsterdam, een bezoekje. Als zijn buurman, van antiquair J. Schreuders, mijn eigen Moor half ingepakt in gekleurde doeken uit de gele Jumbo-tas voor op mijn fiets ziet steken, schudt hij zijn hoofd. „Vind je dat de manier om Venetiaans antiek te vervoeren?”

Ik vertel hem dat ik me verdiep in racistisch antiek. „Racistisch antiek bestaat niet”, zegt hij. „We vonden toen gewoon andere dingen normaal, net zoals we nu het gedrag van fietsers normaal vinden.”

Joseph Estié heeft wit piekerig haar en springt bij het minste of geringste enthousiast uit zijn stoel. „Neger-antiek!”, roept hij zodra ik de tafel laat zien. Hij rent door de winkel om allerlei boeken te halen. In sneltreinvaart vertelt hij over Museum François Duesberg in het Belgische Bergen waar ik absoluut naartoe moet om de „negerpendules” te bekijken, en over de Franse term ‘bon sauvage’, nobele wilde. Eind achttiende eeuw werden er in Frankrijk veel met goud versierde producten gemaakt die zich juist tegen de slavernij keerden en zwarten niet afbeeldden als wilden die getemd moesten worden. Juist het dicht bij de natuur leven van deze nobele wilden gold als de hoogste vorm van beschaving.

Ik vraag of hij vindt dat antiek ook racistisch kan zijn. Even is hij stil en rent dan weg om een bronzen beeld van een vastgeketende man uit de winkel te pakken. „Ach”, zegt hij, „tegenwoordig doen ze overal zo moeilijk over.”

Dan over mijn tafel: Venetiaans antiek, einde negentiende eeuw. „Als je er zelf een plaat bij maakt, krijg je er misschien 2.000 tot 3.000 euro voor.” Ik vraag of hij het zou kopen. „Wij halen onze neus op voor alles van na de achttiende eeuw”, zegt hij lachend. „Probeer Marktplaats!”

Neger-antiek

Ik blijf worstelen met de term neger-antiek, die ik met enige schroom toch overneem. Aanvankelijk had ik het over ‘racistisch antiek’, maar dat vind ik een nog moeilijkere term. Omdat het impliceert dat je racistisch bent als je racistisch antiek bezit. Maar ook omdat er veel opvattingen bestaan over wat racisme is die je dan op één hoop gooit.

Op 19 november geeft filosoof Catarina Dutilh Novaes in nrc.next drie verschillende definities van racisme. >>

>> 1. Historisch racisme: hierbij gaat het over de historische traditie waarin je iets moet plaatsen. Was het in die tijd ook al racistisch?In het geval van mijn salontafel is het complex. Venetië is weliswaar lange tijd één van de belangrijkste poorten van slavenhandel geweest, maar is vooral bekend om zijn handel in Oost-Europese (witte) slaven en in mindere mate om Afrikaanse slaven. Nog steeds niet echt gezellig, maar wel minder racistisch.

2. Expliciet racisme: als een bepaald ‘ras’ gezien wordt als „inherent inferieur”. Dat zou het geval zijn als ik mijn tafel zou gebruiken om te laten zien hoe ik vind dat je met donkere mensen moet omgaan.

3: Impliciet racisme: als iemand vooroordelen verwerpt, maar onbewust toch bepaalde associaties heeft bij bepaalde groepen. Impliciet racisme wordt veroorzaakt door gebruik van stereotypes. In deze categorie ben ik zelf absoluut een racist.

Tijdens mijn zoektocht naar spullen met zwarte mensen erin merkte ik dat ik ze vaak ook echt grappig vond. Aan de ene kant in de zin van: „Hahaha, dit is zó erg dat het weer leuk wordt!” Maar ik denk ook dat ik lach omdat associaties die ergens diep in mij verstopt zitten opeens zo concreet in een beeld verschijnen. Mijn moeder kwam bijvoorbeeld een keer thuis met een plastic pop van een zwarte man met een lange nek en een rood lendedoekje om. Als je op zijn hoofd drukte kwam er een enorme penis onder zijn rokje tevoorschijn. Daar moest ik toch om lachen.

Ik loop nog wat andere zaken in en alle antiekwinkels blijken wel iets van ‘neger-antiek’ te hebben. Ik zet mijn speurtocht op internet voort en langzaam begint tot me door te dringen dat mijn tafel onderdeel is van een uiterst omvangrijke geschiedenis van blanken die beelden van zwarten maken. Google maar eens op ‘Blackamoor’ en een wereld vol meubilair met prachtig aangeklede slaven gaat voor je open.

Als je dan toch bezig bent: zoek op ‘Aunt Jemima Cookie Jar’, dan zie je dat er alleen al honderden verschillende koektrommels zijn met een donkere huishoudster met overgewicht.

In het boek Wit over zwart lees ik dat in 1933 de Afro-Amerikaanse literatuurprofessor Sterling Brown de vijf zwarte types die voorkomen in boeken categoriseerde.

1. De tevreden slaaf

2. De komische neger

3. De exotische primitieveling

4. De tragische mulat

5. De brute nigger

Veertig jaar later deed de filmhistoricus Donald Bogle onderzoek naar de overheersende stereotypes van zwarten in Amerikaanse films en kwam tot bijna hetzelfde lijstje in andere woorden:

1. Toms – brave bedienden

2. Coons – ‘funny men’ die ook altijd dom zijn

3. Mulatten – tragisch, omdat ze niet helemaal wit zijn

4. Mammies – seksloze oermoeders

5. Bucks – ‘bestiale superstuds’

Mijn tafel is sowieso een bestiale superstud (in ieder geval in mijn verbeelding), maar ook een brave bediende en een grappige figuur – hij voldoet dus aan drie van bovenstaande stereotyperingen.

Racistische spaarpot

Ik bezoek antropoloog Klaas de Jonge. Een verzamelaar van zowel Afrikaanse beelden als van, wat hij noemt, „door westerlingen gemaakt racistisch antiek”. Hij verzamelt deze beelden omdat hij „geïntrigeerd en geërgerd is door racisme”. Hij gebruikt zijn collectie ook om colleges te geven over beeldvorming en racisme, in Nederland, Zuid-Afrika en Brazilië.

„Objecten kun je juist gebruiken om te laten zien hoe pijnlijk racisme is”, zegt hij. „Het is belangrijk om de context van dingen te leren zien. Mijn racistische spaarpot staat gewoon in mijn huis en mijn kleinkinderen doen daar muntjes in, maar ik vertel ze wel over de oorsprong van het ding. Het gaat er dus ook om hoe je iets gebruikt. Dingen van vroeger moet je nooit vernietigen. Dan kom je op het terrein van de Entartete Kunst van het Derde Rijk. Dingen van vroeger moet je juist bewaren omdat ze ons nu kunnen vertellen hoe erg racisme is.”

Tradities die nu nog in stand zijn, zoals Zwarte Piet of het gebruik van de koninklijke koets, daar moet je volgens De Jonge kritisch naar kijken en „afschaffen als ze niet meer van deze tijd zijn”.

Het gaat niet alleen om racisme, zegt Paul Faber, ex-conservator van het Tropenmuseum. Ook de ongemakkelijke verhouding tussen baas en knecht speelt volgens hem in dit soort kwesties een rol – en de schaamte daarover. „In Nederland is onderdanige dienstbaarheid een taboe. In India vinden ze: ‘personeel is personeel’, maar hier in het Westen hebben we moeite met hiërarchie. En al helemaal als die dienstbaarheid, zoals in het geval van jouw tafel, gecombineerd wordt met een minderheid.”

Paul Faber brengt ook kunstenaar/ontwerper Allen Jones ter sprake, die in 1969 eens een reeks beelden maakte van schaars geklede vrouwen die als meubel dienden. Feministen vonden de meubels het symbool van vrouwenonderdrukking, en de reductie van vrouw tot object.

Aha – als je dus geen boze reacties wilt, maar wel een tafel in de vorm van een mens, dan mag je dus geen minderheid gebruiken, maar enkel een geknielde blanke, heteroseksuele man om een glazen plaat op te leggen.

Die tafel kan prima!

Als ik alles op een rijtje zet is er (behalve Judith op Facebook) niemand geweest die vindt dat ik mijn tafel niet in huis mag hebben, laat staan dat ik hem moet vernietigen. Ook donkere vrienden op bezoek hadden nooit zichtbaar moeite met het beeld in mijn kamer.

Bijna wilde ik mijn speurtocht eindigen met de conclusie: die tafel kan prima!

Maar dan realiseer ik me dat alle experts die ik heb gesproken oude, blanke mannen zijn. Ik voel weerzin nu nog snel een donkere expert erbij te halen die dan mag praten namens alle donkere mensen. Want wie vraag je dan: Spike Lee? Gerda Havertong? Ayaan Hirsi Ali? En zouden die de tafel beter in een historische context kunnen plaatsen dan blanke experts?

Dan besef ik dat waar het echt om gaat, is of mensen van nu, mensen die echt in mijn huis komen of kunnen komen, mijn tafel pijnlijk vinden. Zijn mijn donkere vrienden wel oké met mijn Moor? Ik benader tien vrienden en kennissen met een kleurtje (en ja, ik besef opeens hoe blank mijn vriendengroep in Nederland is). Wat natuurlijk te verwachten is, gebeurt: >> >> ze hebben allemaal een andere mening.

Opvallend is dat verreweg het merendeel de lol van de tafel absoluut niet kan inzien. Student Xander Florencia zegt: „Antiek uit het koloniaal verleden hoort in het museum. We leven niet in een idyllische samenleving waarbij ras niets uitmaakt. Denk je dat donkere mensen zo’n meubel in huis hebben?”

Miguel Heilborn, die werkt met ondernemers in Afrika en zich in opiniestukken uitspreekt tegen Zwarte Piet, betoogt: „Ik zou daar aanstoot aan nemen. Het is geen neutraal object, het verwijst naar een heel nare geschiedenis die voor veel mensen tot op de dag van vandaag doorwerkt. Misschien komt er een toekomst waarin het wel weer kan, omdat er dan geen racisme meer is, maar dat is nu nog niet zo en tot die tijd vind ik het van slechte smaak getuigen, of van onwetendheid.”

Al is niet iedereen gekwetst. Schrijver Raoul de Jong, die onder meer ooit een boek schreef over ontwikkelingssamenwerking: „Ik geloof dat ik erom zou lachen omdat ik jou ken. Ik kan me voorstellen dat mensen de wenkbrauwen even optrekken als ze die tafel zien. Maar vervolgens is het dan hun verantwoordelijkheid, als mens, om te vragen naar waarom die tafel daar staat. En als je dan luistert naar jouw antwoord, denk ik dat je alleen maar tot de conclusie kan komen dat de tafel ongevaarlijk is geworden, doordat hij in jouw huiskamer staat.” Journalist Michel Pierre Laffite vult aan: „Als jij mij het verhaal erachter vertelt terwijl ik op bezoek ben, heeft het iets documentairs: een product als weerspiegeling van de tijdgeest niet al te lang geleden.” Muzikant Carelain Bergtop wil de tafel zelf: „Als je hem niet durft te houden wil ik ’m wel. Ik mag dat soort dingen, want ik ben zelf zwart.”

Ik wil hem niet

Mij duidelijk wat ik moet doen: de tafel mijn huis uit. Ook als ik gekleurde vrienden heb die de tafel wel begrijpen, wil ik hem niet. Bij een aantal ligt het wel gevoelig.

Maar ik wil hem ook niet verkopen, want van de opbrengst ga ik toch maar broodjes zalm kopen. Weggeven aan mijn vriendin Carelain wil ik ook niet, daar ben ik geen goed genoeg mens voor.

Ik besluit naar mijn favoriete antiekzaak The Totalitarian Art Gallery te gaan om de tafel te ruilen. Ik twijfel tussen een Middeleeuwse occulte waterkan met botjes erin gegraveerd of een wonderkabinet met stukjes huid van verschillende dieren. Dan haalt de eigenaar iets uit zijn keukenkastjes: drie prachtige kerstballen uit het Derde Rijk. <<