De overheid trekt zich van onze grondrechten te weinig aan

Zoek de verschillen. Een inval en een huiszoeking door de politie mogen alleen na toestemming van de rechter-commissaris. Over een inval door de Autoriteit Financiële Markten beslist de AFM zelf, op eigen gezag. De rechter komt er tevoren niet aan te pas.

In het strafrecht mag de verdachte burger zwijgen. „U hoeft geen verklaring af te leggen, maar waarom reed u zo hard (sloeg u uw buurman het hoofd in?)”, vraagt de agent dan beleefd. Wie de AFM ongevraagd op bezoek krijgt op zoek naar belastend materiaal, móét praten: zwijgen is in deze tak van het bestuursrecht in beginsel zelfs strafbaar.

Deze week vestigde de krant de aandacht op de groeiende populariteit bij de wetgever van het bestuurlijke sanctierecht. Het aantal ‘straffende’ bestuurswetten en uitgedeelde sancties groeit zeer sterk. En daarmee nemen de omvang en de kwaliteit van de rechtsbescherming van de burger navenant af. De overheid mag in het bestuursrecht met minder controle vooraf ingrijpen en sneller incasseren dan in het strafrecht. Het belangrijkste nadeel, voor de burger althans, is dat de controlerende rol van de rechter beperkt is tot achteraf. Daar zit bovendien een (bestuurs)rechter die is opgevoed met de gedachte dat zijn rol marginaal toetsend is.

Intussen neemt het aantal bestuurlijke strafsancties, uit te delen door de milieuambtenaar, de stadswacht, de burgemeester, een van de vele inspecties of Autoriteiten, de fiscus, het UWV of de Sociale Verzekeringsbank behoorlijk toe. Ook het aantal bestuurlijke organen dat strafsancties mag opleggen, groeit. Die blijven niet beperkt tot geldboetes. Er zijn ook fysieke maatregelen bij. Een meldplicht, een gebiedsverbod, een fouilleerbevoegdheid, een begeleidingsplicht, het móéten binnenlaten van ambtenaren, een gedragsaanwijzing, de inbouwplicht van een alcoholslot in de auto. De gemeente mag zelfs beslissen het dagelijks leven van een burger die men niet vertrouwt ‘gericht te verstoren’. Bijvoorbeeld door hinderlijk en zichtbaar volgen of bewaken.

Wie dat allemaal niet wil, kan zich áchteraf tot de bestuursrechter wenden, meestal pas na betaling van de boete. Voor een overheid die op handhaving en naleving is gespitst en het strafrecht maar lastig vindt, heeft dat bestuursrecht dus voordelen. Nieuwe maatregelen om ‘jihadisme’ te bestrijden, zoals het intrekken van paspoorten, werden al buiten het domein van de strafrechter geplaatst en bestuurlijk geregeld. Dat gold ook het ideetje om gedetineerden te laten meebetalen aan hun detentie.

De vrijheid van de strafrechter om ‘echte’ straffen op te leggen wordt zo ook beperkt. Zowel het alcoholslot als het bestuurlijk ingetrokken paspoort kan als ‘punitief’ worden gezien. Een straf van de strafrechter daar bovenop is dan een schending van het ne bis in idem. Het beginsel dat niemand dubbel mag worden gestraft voor hetzelfde gedrag; de gulden standaard van het recht.

Deze ontwikkeling is zorgelijk en houdt dus een belangrijke opdracht aan de rechtspraak in. Toetsing van ingrijpend overheidshandelen achteraf is vaak niet voldoende en doorgaans te laat als daarbij grondrechten van burgers in het geding zijn. Je schiet weinig op met een achteraf afgekeurde inval door een ‘Autoriteit’. Voor de traditioneel terughoudende toetsing door de bestuursrechter is dan gaandeweg minder aanleiding. Het mensenrechtenhof in Straatsburg eist van lidstaten dat bij een directe inbreuk op persoonlijke vrijheden rechterlijke controle vooraf de norm is. In een recent wetenschappelijk rapport van praktijkjuristen en wetenschappers wordt geconstateerd dat de rechtsbescherming in het bestuurlijke sanctierecht hier op een nogal laag niveau geregeld is. En dat de wetgever „erg scherp aan de wind zeilt”. Lees: meer aan zichzelf denkt dan aan de burger.

Het bestuur in Nederland laat zich dus te weinig aan de grondrechten gelegen liggen. Dat is in een land dat het al zonder Constitutioneel Hof moet stellen, een ernstig verwijt. Intussen is er volgens de opstellers van het rapport Adequate rechtsbescherming bij grondrechtenbeperkend overheidsingrijpen zelfs sprake van een „wildgroei” aan bestuurlijke functionarissen die mogen straffen. Of bestuursrechters dus maar een ‘rechte rug’ willen ontwikkelen. En de bescherming van de grondrechten stevig ter hand willen nemen.