De keizer van Europa

De Poolse ex-premier Donald Tusk is vanaf maandag voorzitter van de Europese Raad, de machtige club van regeringsleiders. Wie is deze man? De vijf gezichten van Tusk, aan de hand van het fotoboek van zijn beste vrienden.

Donald Tusk twijfelde lang of hij zou afzwaaien als premier van Polen om naar Europa te gaan. „Ik zou me daar straal vervelen”, zei hij tegen een vriend. Foto Marcin Kalinski/laif/HH

De klusjesman

In de zomer van 1989 tuffen drie Poolse boezemvrienden naar het verre noorden van Noorwegen. Ze draaien in de auto eindeloos cassettebandjes met Suzanne Vega, Dire Straits en de musical Hair. En ze dromen van een vrij Polen. De Berlijnse Muur is op dat moment nog niet gevallen, maar in hun land staat de deur naar de vrijheid al op een kier – met eerste, semi-vrije verkiezingen. Door die kier zijn de drie weggeglipt om te doen wat Marx verboden heeft: geld verdienen.

Donald Tusk is dan 32. In 1991 zal hij voor het eerst gekozen worden in de Sejm, het Poolse parlement. Hij zal partijleider worden, premier van Polen en het een kwart eeuw later in Brussel schoppen tot Europees ‘president’. Medio 1989 is dat allemaal nog volstrekt onvoorstelbaar. Donald Tusk is een armlastige dissident, die vanwege zijn anticommunistische opvattingen geen fatsoenlijk werk kan vinden. Een arbeidsmigrant op weg naar het Noorse Malangen, om een oude school op te knappen.

„Kijk, hier betreden we de poolcirkel”, zegt Jasko Pawlowski, terwijl hij een foto omhoog houdt van zichzelf en een breed lachende Tusk. Zijn vrouw Iwona, die de foto nam: „In Noorwegen hoorden we dat Tusk in Polen voor het eerst werd getipt als minister. Niemand geloofde ons.”

Binnen de vrije vakbond Solidariteit, de kwelgeest van het communistische regime, is Tusk nooit een grote naam geweest, zoals vakbondsleider Lech Walesa. Wanneer Solidariteit in 1981 met harde hand wordt opgerold wordt hij niet geïnterneerd. Maar hij is groot genoeg om na deze Staat van Beleg nergens meer aan de bak te komen.

Hij moet voortdurend improviseren om de eindjes aan elkaar te knopen en werkt zelfs een tijdje als verkoper van broodjes op het treinstation van de Noord-Poolse havenstad Gdansk, de wieg van Solidariteit en die van Tusk.

Begin jaren tachtig sluit hij zich aan bij Swietlik (vrij vertaald ‘daklicht’), een coöperatie van uitgerangeerde dissidenten die zich heeft gespecialiseerd in werk dat niemand wil doen: het schilderen van industriële schoorstenen en grote gastanks. Gevaarlijk, maar best goed betaald, en bovendien het soort werk dat dissidenten van het regime nog wél mogen doen. Tusk wordt in de Poolse bergen getraind door alpinisten, schopt het uiteindelijk tot ‘brigadechef’ en zal zes jaar lang op grote hoogtes aan touwen bungelen.

In 1989 volgt de trip naar Noorwegen. Samen met asielzoekers uit Eritrea en Gambia knappen de drie Polen de school in Malangen op. Omdat ze bedanken voor de prijzige maaltijden die de schooldirectrice kookt, worden ze tijdens het eten apart gezet. Tusk stelt vriendelijk voor om in het Pools een psalm te zingen, waarop de drie vrienden met stalen gezichten, en voor iedereen onverstaanbaar, het clublied van Lechia Gdansk inzetten. Ten aanval, wit-groen! Ze oogsten groot applaus.

De familieman

Voor een EU-leider leeft Tusk niet erg op stand. Hij betrekt met zijn vrouw Malgorzata in de jaren negentig met hun twee kinderen een appartement van 65 vierkante meter in Sopot, een spadorpje naast Gdansk. Daar wonen ze nog steeds. Een salon, een slaapkamer en een kamer voor hun thuiswonende dochter – meer is het niet. Het is volgestouwd met boeken én met kleren. Dochter Kasia Tusk (27) bestiert een succesvol modeblog, waarmee ze naar verluidt meer verdient dan haar vader, en heeft het huis van haar ouders compleet gekoloniseerd.

Jasko en Iwona Pawlowski behoren al 35 jaar tot de intieme vriendenkring van Tusk. Het echtpaar, dat in Sopot een succesvol restaurant uitbaat, beschrijft hem als iemand die niet maalt om dingen. Ja, hij heeft een buitenhuisje op het platteland, maar dat is niet veel meer dan een veredelde blokhut aan een overwoekerd grasveld. Medewerkers of ministers die zich laten fêteren met dure horloges of iets te close zijn met lobbyisten kunnen meteen hun spullen pakken. Persoonlijk is hij nog nooit in opspraak geraakt, zelfs zijn grootste politieke vijanden hebben daar bewondering voor.

„Tusk is in diepe armoede opgegroeid”, zegt Jasko Pawlowski. „Hij heeft nooit behoefte gehad aan méér en dat anderen dat wel hebben verbaast hem soms.”

Als premier heeft Tusk recht op een officiële residentie in Warschau, maar op zijn gemak voelt hij zich daar nooit echt. Zodra het werk het toelaat, zoeft hij terug naar Sopot, naar zijn gezin en kleinkinderen. Of voor het reguliere potje voetbal met zijn oude strijdmakkers van weleer. Voor voetbal kun je hem wakker maken.

Tusk op een feestje, in een shirt van zijn favoriete buitenlandse club. Foto privéarchief

Tusk draagt pakken – omdat het moet. Een groot deel van zijn volwassen leven liep hij rond in de door zijn vrouw gebreide wollen truien. Op het jaarlijkse Oud- en Nieuwfeest van de Pawlowski’s komt hij het liefst in een zeemanstrui of in het shirt van zijn favoriete buitenlandse voetbalclub, Arsenal. Hij brengt met zijn vrouw steevast zelfgemaakte prikkers met augurken, roggebrood en kaas mee. En als het feest goed op gang is, wordt er uit volle borst gezongen, tot aan Zuid-Amerikaanse klassiekers (Cielito lindo) toe – Malgorzata Tusk heeft daar een zwak voor. Ay, ay, ay, canta y no llores.

De dissident

Iwona Pawlowska ziet de naam Donald Tusk voor het eerst in 1980. Gdansk, waar zij Noors studeert, is het toneel van stakingen. De naam prijkt op de oprichtingsakte voor een onafhankelijke studentenvakbond. „Het was een rare naam”, zegt Iwona. „De enige Donald die ik kende was Donald Duck. En Tusk klonk ook niet erg Pools. Ik dacht dat hij een Ier of een Schot was, iemand van de Engelse faculteit, die zonder enige twijfel meer verstand had van democratie dan wij.”

Het blijkt toch een Pool te zijn, maar wel een die spreekt met een rollende r, zoals je die hoort in Kasjoebië, het Friesland van Noord-Polen waar ze hun eigen taal spreken. Gdansk, het vooroorlogse Duitstalige Danzig, is bij uitstek een kruispunt van culturen. Tusks grootvader is een Kasjoeb, de vrouw van zijn andere opa Duits. Met die oma bladert Tusk als jongetje door Duitse autotijdschriften die af en toe te krijgen zijn. Lessen die hem veel later goed van pas zullen komen, tijdens zijn ontmoetingen met de Duitse bondskanselier Angela Merkel.

Tusk is dertien in december 1970, als in Noord-Poolse scheepswerven stakingen uitbreken uit protest tegen stijgende voedselprijzen. Pal voor zijn school, op de Lenin-werf in Gdansk, grijpt de oproerpolitie met grof geweld in. Uit het bloedbad, er vallen tientallen doden, zal Solidariteit voortkomen. Hier begint ook Tusks politieke bewustwording.

Als student maakt Tusk kennis met Lech Badkowski, dissident, journalist en voorvechter van regionale rechten voor Kasjoebië, die tot zijn dood in 1984 Tusks mentor zal blijven. In diens voetsporen wordt Tusk journalist, voor oppositiebladen in de kustregio. Die gaan definitief ondergronds wanneer Solidariteit in 1981 wordt opgerold. Vanuit het appartementje van Jasko Pawlowski worden de activiteiten voortgezet. „Het typen gebeurde op twee elektrische IBM-schrijfmachines, vermoedelijk afkomstig van de CIA”, zegt zijn vrouw. „De mislukte kopij ging in zakken die we ver bij ons vandaan dumpten, uit angst ontdekt te worden.”

Tusk, alias ‘Anna Barycz’, schrijft geen lichte kost, maar doorwrochte, intellectuele stukken over het liberale gedachtengoed van Milton Friedman en Friedrich Hayek. „Ik kon de gesprekken die bij mij thuis werden gevoerd amper volgen”, zegt Jasko Pawlowski, de koerier van het clubje. „Mijn definitie van economie was een boek kopen en het op de zwarte markt twee keer zo duur verkopen. Over iets anders praten leek absurd.”

Wat gaan we in een vrij Polen doen, vragen de dissidenten zich op een dag af. Iemand roept: „Ik word minister!” Jasko zegt: „En ik koning!” Tusk: „Als jij koning wordt, dan word ik keizer.”

De politicus

Na de val van het communisme lukt het behalve Tusk geen enkele Poolse premier om na een eerste termijn meteen te worden herkozen voor een tweede. In een land waar regeringen het doorgaans niet meer dan enkele jaren volhouden, en meestal minder, zit die van hem 2.502 dagen, een record dat nog heel lang ongebroken zal blijven. Maar de weg naar de top is er een vol valkuilen.

Wanneer in 1989 de vrijheid door de straten gutst, besluit Tusk meteen de politiek in te gaan. „Ik kan niets anders”, zegt hij tegen zijn vriend. Hij wordt al snel leider van een van de vele partijen die ontspruiten aan Solidariteit: het Kongres van Liberale Democraten (KLD). In 1991 mag die de premier leveren, Jan Krzysztof Bielecki, en haar liberale gedachtengoed in praktijk brengen. Maar de privatiseringen van de KLD zijn impopulair en bovendien niet onomstreden. Na twee jaar volgt een afstraffing.

Tusk denkt dat zijn politieke carrière voorbij is en pakt zijn oude hobby op: geschiedenis. Hij stelt een fotoboek samen over het vooroorlogse Gdansk, om het Duitse verleden van Danzig aan de vergetelheid te onttrekken. Hij voorziet een fiasco: willen Polen na alles wat er tijdens de Tweede Wereldoorlog is gebeurd wel over Duitsers lezen? Maar het wordt een bestseller. De eerste druk is meteen uitverkocht, er volgen er meer, en er komen ook meer boeken, over andere ‘Duitse’ steden aan de kust. „Hij was ontzettend trots”, herinnert Jasko Pawlowski zich. „Hij zei: kijk, ik kan geld verdienen.”

De politiek blijft lonken. In 2001 is hij een van de oprichters van het rechts-liberale Burgerplatform, dat zich tijdens verkiezingen dat jaar meteen ontpopt als grootste oppositiepartij. Het klassiek-liberale geluid van begin jaren negentig zal gaandeweg verdwijnen: Tusks discours wordt socialer. Hervormingen, ja, maar niet tegen elke prijs.

Donald Tusk (links op de foto rechtsboven) verbleef in 1989 als arbeidsmigrant in het verre noorden van Noorwegen, waar hij met asielzoekers uit Gambia en Eritrea een school renoveerde en tussendoorvoetbal speelde. Zijn goede vriendJasko Pawlowski (steeds met donkere baard) zou later een van de eerste café’s in Gdansk beginnen, deCotton Club (foto linksboven). Rechtsonder: Tusk (midden) op eenoud en nieuwfeestje bij de Pawlowski’s. Foto’s privéarchief Jasko Pawlowski

Tusk krijgt spoedig de leiding over Burgerplatform, is in 2005 de presidentskandidaat van de partij, maar gaat dan pijnlijk onderuit. Tijdens de verkiezingscampagne haalt zijn tegenstander, Lech Kaczynski, het Wehrmacht-verleden van grootvader Józef Tusk van stal. Het verhaal klopt: opa Tusk werd de Wehrmacht in gedwongen, het lot van wel meer Kasjoeben, die door de Duitsers als rasgenoten werden gezien. Maar Józef Tusk ontsnapte vrijwel meteen weer, en zat ook als ‘Poolse activist’ in Duitse concentratiekampen.

Een genuanceerd verhaal dus, maar de toon is gezet. Burgerplatform verliest de presidents- én parlementsverkiezingen en komt ook niet in de regering, wat door Kaczynski’s rivaliserende Recht en Rechtvaardigheid (PiS) wel was beloofd. Een keiharde les voor Tusk. Maar ook het moment dat de handschoenen uitgaan. In 2007 neemt hij wraak. Na vervroegde verkiezingen wordt hij premier. Een leider is opgestaan.

De Europeaan

Waarom ga je niet naar Brussel? Het is eind 2013, Jasko Pawlowski loopt Donald Tusk tegen het lijf bij de supermarkt in Sopot en stelt zijn vriend deze vraag. De Poolse premier wordt dan al een tijdje getipt als opvolger van Herman Van Rompuy, maar hij schudt meewarig het hoofd.

Vreemd is de vraag niet: Tusk geniet het respect van zijn Europese collega’s. Hij heeft indruk gemaakt door Polen te behoeden voor economische krimp, iets wat niemand anders is gelukt. Hij heeft het Poolse imago van lastige EU-partner succesvol bijgesteld. Dankzij de klik tussen Tusk en Merkel – beiden kennen het communisme van binnenuit – is de relatie met Duitsland nooit beter geweest. Zijn on-Poolse pragmatisme jegens Moskou wordt gewaardeerd door West-Europese landen die de banden met het energierijke Rusland juist willen aanhalen. Ook in 2010, wanneer de Poolse president Lech Kaczynski omkomt bij een dramatische vliegramp in Rusland, geeft Tusk niet toe aan anti-Russische gevoelens.

De Polen zelf lijken juist een beetje uitgekeken te raken op hun premier, zo halverwege diens tweede termijn. De aanvallen van de oppositie worden feller. Dus inderdaad: waarom geen overstap naar Brussel? „Ik dacht dat je me aardig vond, maar je moet me wel haten”, zegt Tusk met een knipoog tegen zijn vriend. „Ik zou me daar straal vervelen. Ik moet leven.”

Aan politieke ambitie ontbreekt het Tusk niet. „Die is net zo groot als zijn ambitie op het voetbalveld”, zegt Pawlowski. „Bij voetbalpotjes in Noorwegen werd hij door de Gambianen gedold. Gek werd hij daarvan. Hij wil winnen.” Het fotoalbum van de Pawlowski’s bevat veel foto’s van een Tusk op krukken, want zijn been terugtrekken – dat doet hij niet.

Maar over Brussel twijfelt hij. Tusk vreest dat het zijn politieke dood zal worden. Dat het gezien zal worden als een vlucht naar voren. Bovendien: als hij zich kandidaat stelt en het dan uiteindelijk niet wordt, doet dat afbreuk aan zijn positie als premier. Het is, kortom, een delicate kwestie. Medio 2013 sluit hij een Brussels avontuur tegenover journalisten uit. „Het besluit is definitief”, zegt hij.

Dat hij van gedachten verandert, wordt vaak toegeschreven aan Merkel. Tusk zou háár kandidaat zijn. Dat is niet zo, zeggen ingewijden: de bondskanselier hecht zeer aan de goede relatie met Polen en vreest dat die met zijn vertrek juist op het spel wordt gezet. Wat gebeurt er dan wel? Twee dingen: ten eerste claimen de Italianen de ook door Polen felbegeerde post van ‘buitenlandcoördinator’. De Polen, die aan de beurt zijn voor een topfunctie, moeten gecompenseerd worden. Tusk komt zo toch weer in beeld als ‘president’.

Bovendien breekt eind 2013 de Oekraïne-crisis uit, kort daarna wordt de Krim door Rusland geannexeerd. De Europese Unie is uit het lood geslagen door de inmenging van Rusland, tot dan toe beschouwd als ‘strategische partner’. Moskou krijgt sancties opgelegd, maar de verdeeldheid hierover tussen EU-lidstaten, met verschillende zakelijke belangen in Rusland, is nooit ver weg. Het bewaren van de eendracht voelt voor ex-dissident en historicus Tusk opeens als een historische opdracht.

„Europa verliest als er verdeeldheid is”, zegt Tusk na zijn benoeming. „Ik kom uit een land dat diep gelooft in het belang van Europa. Onze Europese droom kan een belangrijke bron van energie zijn voor Europa. Energie die Europa hard nodig heeft.”