De glorieuze entree van een harig diertje

Aan het begin van het Krijt stonden we jammerlijk met 1-0 achter. Terwijl we toch al het hele Perm de brilstand hadden veiliggesteld. Maar gelukkig, dankzij een inslaande komeet, die onterechte penalty in de laatste minuut, konden wij zoogdieren de wedstrijd winnend afsluiten. De wereldtitel was binnen.

Zelfs biologen bekennen dat zij - een beetje stiekem - wel eens op die manier naar de evolutie kijken. Dinosaurussen zijn machtig mooi, maar je hoopt dat die harige underdogs het toch nog zullen redden op het eind.

Maar zo’n echte underdog was dat vroege zoogdier dus helemaal niet, zo blijkt nu uit het verhaal van Hester van Santen over nieuwe inzichten in de zoogdierevolutie, verderop in deze bijlage. Recent gevonden fossielen hebben het beeld van onze harige verre voorouders veel rijker en gecompliceerder gemaakt. Het Jura-tijdperk (200-140 miljoen jaar geleden) toch traditioneel het domein van dinosaurussen , wordt nu zelfs „waarschijnlijk de glorietijd van de zoogdieren” genoemd. Tóch een smaakmaker van het evolutionair toernooi, dus.

Ook in dit nieuwe zoogdierbeeld zijn de dieren niet heel groot, maar bange muisjes in de schaduw van koning dino waren ze zeker niet. Het waren volwaardige spelers.

En zoals gebruikelijk in de wetenschap zetten de nieuwe vondsten ook de definitie van het onderzoeksobject ter discussie. Gaan we dit echt allemaal zoogdieren noemen?

De definitie van een zoogdier is vrij technisch: in feite alle diersoorten die afstammen van de gemeenschappelijke voorouder van het vogelbekdier en wijzelf. In de praktijk zullen ze allemaal hun jongen hebben gezoogd. Maar er kan best een soort bijzitten die weer met zogen is opgehouden. Op alles is altijd een uitzondering. Ook nu zijn er reptielen die hun jongen zorgzaam op de rug meenemen, er zijn haaien met een placenta en er is zelfs een zoogdier die in een mierachtige commune woont (de naakte molrat). Het hoeft niet te verbazen dat die variatie over de afgelopen 200 miljoen jaar bekeken waarschijnlijk nog veel groter is geweest. Maar dat besef kost moeite, we denken te graag in stereotypen. Niet ieder zoogdier lijkt op een rat of een hond. Of op Messi.