Bedelzucht

Niki Terpstra is niet meer de Nederlander die hij was. De stille charmeur van vroeger is ontpolderd. Te veel Belg geworden, zeggen kennissen. Met Belg bedoelen ze: misbaar, streken, calimero.

Drie jaar geleden zou het inderdaad niet hebben gekund dat Terpstra een halve kopstoot uitdeelt tijdens de Eneco Tour . In die dagen kenden we het geluid van zijn stem niet eens. Sinds hij naar de succesvolle Belgische wielerploeg Omega Pharma-QuickStep is overgestapt, is er iets gebeurd met de winnaar van Parijs-Roubaix. De koers-technische metamorfose van flyer naar kasseiman zie je in het hoofd terug. Niki is nukkiger geworden, ontoegankelijker, cynischer. OPQS ademt een aura van superioriteit, begrijpelijk met een wereldkampioen in eigen rangen, maar zoals je vroeger in het voetbal de Hollandse school had, stonden ook Vlaamse wielerploegen voor Hollandse gezelligheid. Die is weg. Niet alleen bij OPQS, ook bij Belkin en Giant.

De spaken zingen niet meer.

Nadat de titel ‘Wielrenner van het Jaar’ hem was ontglipt, bleef Terpstra diep verongelijkt toeteren in de media. De Club van 48 (raad van wijzen bestaande uit oud-renners) kende de onderscheiding toe aan Tom Dumoulin. Ook hardrijder, maar nog niet Parijs-Roubaix achter zijn naam. Derde op het WK tijdrijden, maar een bronzen medaille kun je moeilijk een kroonjuweel noemen?

Het argument van de jury dat Dumoulin het hele jaar door zichtbaar is gebleven en Terpstra niet, is niet helemaal uit de lucht gegrepen. De 24-jarige Limburger heeft een constant seizoen gereden met een korf ereplaatsen. Aan zijn talent kan niet meer getwijfeld worden, over zijn finishing touch blijven de vragen open. Tom heeft bovendien als prater sexappeal. Beweren dat de keuze voor Dumoulin in een vlaag van zinsverbijstering tot stand is gekomen, is dus met spek schieten.

Niki Terpstra sprak zijn teleurstelling uit in een mysterieus zinnetje: „Ze vinden mij niet lief genoeg.” Hij bedoelde dat de nationale trofee hem is ontnomen op basis van extra-sportieve criteria. Gewoon niet aardig genoeg voor de gremia, dat was het. De suggestie dat eerdere kritiek op het nominatiebeleid van Club 48 hem de kop heeft gekost, vloog ook als gebraden kippetje uit zijn mond.

Rancune, politiek.

Niet eerder weet ik van een renner die zijn nederlaag duidde met een liefdesdeficit van de jury. Sinds jaar en dag is wielrennen mijn zomerhuis. Niet één keer heb ik een renner of ploegleider horen klagen over zoiets schimmigs als slachtofferschap van liefdeloosheid. Eddy Merckx wou niet eens lief worden gewonden, Joop Zoetemelk had er geen grimas voor over en Jan Raas mepte alle sentimenteel geneuzel over lief en aardig zijn van zich af.

Marianne Vos? Zij gaat niet eens naar de kapper om aardig gevonden te worden

Gewoon gas geven.

Kijk toch hoe lief ik ben, is een hartenkreet die niet des wielrennen is. Liever pap in de benen dan die armoedige bedelzucht.

Dat een intelligente jongen als Niki Terpstra zo gevoelig reageert op het ontlopen van een nationale trofee bewijst dat voor wielrenners het echte podium nog steeds het thuisfront is. Tussen eigen dorpelingen geëerd en bekroond worden, blijft het mooiste, misschien wel mooier dan een sirene in Roubaix.

Lars Boom is nu al bang dat hij wordt nagewezen als Kazachse huurling in de duistere ploeg Astana met haar niet te stuiten dopingschandalen. Meer dan ooit zal hij zich als Hollander willen bewijzen. Immer dromend van de hobbelende huifkar door feestelijk afgezoomde dorpsstraten met vrouwen in bloemenjurken en mannen met zwarte nagelranden - die route naar geluk.

Kampioen wil je voor thuis zijn.