Allemaal Russen

Op de sluitingsplechtigheid van de WK-match in Sotsji zei president Poetin in een korte toespraak dat er in Rusland altijd veel liefde voor het schaken was geweest en dat dit land de wereld tien kampioenen had gegeven.

Iedereen ging natuurlijk tellen, net als Poetin zelf had gedaan. Hij moet begonnen zijn met Alexander Aljechin en ook Alexander Chalifman hebben meegeteld, die in 1999 kampioen van de FIDE werd. Om tot tien te komen moet hij ook Michail Tal (geboren in Riga), Tigran Petrosian (een Armeniër die geboren werd in Tiflis) en Garri Kasparov (geboren in Bakoe) hebben meegerekend. Zo lijkt het alsof Poetin, als hij spreekt over ‘dit land’ niet alleen Rusland bedoelt, maar het hele gebied van de voormalige Sovjet-Unie. Is het een teken van een verontrustende expansiedrang? Je kunt het ook vriendelijker interpreteren. Ik zou het onaardig hebben gevonden als hij die drie niet had meegerekend.

Poetin sprak overigens in de geest van Bobby Fischer, die tijdens het toernooi van Bled 1961 over Tal, Petrosian, Keres (een Est) en Geller (een Oekraïner) zei: „Voor mij zijn jullie allemaal Russen.”

Na de ceremonie zei Poetin tegen Anand dat hij hoopte hem volgende maand weer te treffen in India, en voor de Noorse TV noemde hij Carlsen een genie.

Ook een genie kan het niet altijd alleen af, en na de match tegen Anand werd duidelijk wie Carlsens schaaktechnische adviseurs waren geweest. Het was een indrukwekkend gezelschap van zeven gestaalde grootmeesters onder wie Kasparov, die er overigens geen voet voor op Russische bodem hoefde te zetten.

In Doha, de hoofdstad van Qatar, begon woensdag een toernooi dat het sterkste open toernooi ter wereld wordt genoemd. De allersterkste in dit toernooi, in ieder geval op rating, is Anish Giri.

Ik zag een aardige foto, genomen aan het begin van de eerste ronde. Oud-wereldkampioen Vladimir Kramnik zat aan zijn bord en keek om een hoekje naar de naamkaart van zijn tegenstander. Het bijschrift was: ‘Wie is mijn tegenstander en hoe spel ik zijn naam?’

Die tegenstander was de Griekse grootmeester Stelios Hakios. Hij ging Kramnik onvervaard te lijf met het Evans gambiet, kreeg voordeel en won een pion, waarna Kramnik nog ternauwernood remise kon bereiken. In een open toernooi onder het gewone volk komen, is niet makkelijk voor de topspelers en meestal vermijden zij het.

Anish Giri - Michail Antipov, Qatar Masters Open 2014

1. Pf3 Pf6 2. c4 e6 3. Pc3 d5 4. d4 Le7 5. Lf4 0-0 6. e3 Pbd7 7. cxd5 Pxd5 8. Pxd5 exd5 9. Ld3 Lb4+ 10. Pd2 c5 11. a3 Lxd2+ 12. Dxd2 cxd4 13. exd4 Te8+ 14. Le3 Pf6 15. f3 Db6 16. 0-0 Ld7 Wits voordeel - het loperpaar - lijkt nog niet groot, maar op den duur zal het erg vervelend worden voor zwart, die er in de partij niet in slaagt om zijn paard iets nuttigs te laten doen. 17. a4 a5 18. Tfc1 Tec8 19. Tc5 De6 20. Lf2 b6 21. Txc8+ Txc8 22. b3 Dc6 23. Le1 Pe8 24. La6 Tc7 25. Ld3 Df6 26. Lf2 Dc6 27. Te1 Dc3 Een agressief gebaar, maar hij had beter in de verdediging kunnen blijven. 28. De3 Tc8 29. g4 g6 30. De7 Le6 Dit verliest snel. Hardnekkiger, maar ook erg moeilijk voor zwart, was 30...Dc7 of 30...Lc6. 31. La6 Na meteen 31. Txe6 kan zwart met 31...Dxd3 nog vechten. 31...Tb8 Er was geen goed veld voor de toren: 31...Ta8 32. Txe6 fxe6 33. Lb7 Tb8 34. Dxe6+ en wit wint snel.

Zie diagram.

32. Txe6 fxe6 33. Dxe6+ Kf8 34. Dxd5 Dc7 35. Lc4 Pf6 36. Dg5 Wits aanval met dame en twee lopers is beslissend. 36...De7 37. Df4 Zwart gaf op. Er dreigt zowel 38. Dxb8+ als 38. g5.