Logisch dat de golftheorie niet opgaat bij knikker in de vijver

De rubriek AW ‘Rimpelingen in het Sarphatiwater’ (15 november) eindigt met „Het is allemaal onzin. Nu ja, daar leek het op, dinsdag.” Dit vraagt natuurlijk om een reactie.

Gelukkig is er in wezen geen sprake van onzin, maar slechts van enige verwarring, ontstaan door onvolledige formuleringen. De voortplantingssnelheid van golven aan het grensvlak water-lucht met een golflengte van minstens enige cm wordt overwegend door de zwaartekracht bepaald; voor deze categorie neemt deze snelheid toe met toenemende golflengte. Daarentegen is de voortplantingssnelheid van golfjes met een lengte van enkele mm of minder overwegend door de oppervlaktespanning bepaald; voor deze categorie neemt deze snelheid juist af met toenemende golflengte.

De golfjes in de vijver werden veroorzaakt door een knikker in het water te gooien. Nu is de afmeting van een knikker zodanig dat de lengtes van de opgewekte golfjes juist in het overgangsgebied liggen tussen beide categorieën, waardoor de genoemde uiterste verbanden niet gelden. Het is dus geen onzin dat ze niet zijn waargenomen.