Straf leidt niet tot góéde banen

Rotterdam stelt strenge eisen aan mensen in de bijstand. Dat leidt inderdaad sneller tot werk, zegt Robert Dur, maar de kwaliteit van de baan is twijfelachtig.

Illustratie Anniek Tijmes

Helpen sancties mensen uit de bijstand? Dat is de vraag in Rotterdam en straks ook in heel Nederland, want er komt een strenger bijstandsbeleid aan. De Participatiewet, die 1 januari aanstaande ingaat, stelt strengere eisen aan bijstandsgerechtigden. Het gaat bijvoorbeeld om het moeten aanvaarden van een baan op flinke afstand van de woonplaats. Ook worden eisen gesteld aan kleding en persoonlijke verzorging, als die het krijgen van een baan in de weg staan. Bovendien kunnen gemeenten van bijstandsgerechtigden een ‘tegenprestatie’ eisen, zoals straatvegen of werk in een buurthuis of speeltuin. Voldoet iemand niet aan de eisen, dan volgt een sanctie. Zo kan de uitkering worden stopgezet of verlaagd. In Rotterdam, waar bijstandgerechtigden al vier jaar om een tegenprestatie wordt gevraagd, werd de bijstandswet gisteren verder aangescherpt.

Wat weten we eigenlijk over de effecten van zulke sancties? Helpen ze mensen uit de bijstand? De beschikbare studies latenhet volgende beeld zien: sancties zorgen ervoor dat mensen de bijstand sneller verlaten en uitstromen naar een betaalde baan, maar de kwaliteit van die baan laat vaak te wensen over. Te forse sancties kunnen mensen langdurig in een slecht passende baan duwen. Daarover maak ik mij zorgen.

De studie die het dichtst bij huis heeft plaatsgevonden maakt gebruik van gegevens van de Rotterdamse sociale dienst. Hieruit blijkt dat het geven van een sanctie de uitstroomkans verhoogt met maar liefst 140 procent. De onderzoekers geven het voorbeeld van een jonge man van 25 jaar. De kans dat hij binnen twee jaar na de start van een bijstandsuitkering een baan vindt is 66 procent. Een sanctie na zes maanden verhoogt zijn kans naar 93 procent. Een bijstandsgerechtigde man van 50 heeft 29 procent kans binnen twee jaar een baan te vinden. Door een sanctie neemt die kans toe naar 54 procent.

Deze grote effecten treden op na het daadwerkelijk opleggen van een sanctie. De totale effecten van sancties zijn waarschijnlijk nog groter, namelijk als sancties ook een afschrikwekkende werking hebben.

Sancties lijken dus een heel effectief instrument. Ze zorgen ervoor dat mensen de bijstand sneller verlaten en betaald werk vinden. Maar is het betaald werk dat gevonden wordt van goede kwaliteit? Dat betwijfel ik. Studies in Zwitserland en Zweden laten zien dat sancties vooral leiden tot uitstroom naar banen met lage lonen, weinig uren, kortdurende contracten, en met een slechte aansluiting op de kwalificaties van de bijstandsgerechtigde.

Of je kunt spreken van mensen de bijstand uit helpen, is dus de vraag. Het gevaar dreigt dat mensen, uit angst voor een sanctie, te weinig kieskeurig worden en te snel een baan accepteren die onder hun kunnen is of waarover ze weinig enthousiast zijn. Als solliciteren vanuit een baan even goed werkt als vanuit werkloosheid, is dit alleen een kortetermijnprobleem. Maar als mensen geneigd zijn in een baan te blijven hangen omdat ze met een baan te druk zijn om heel actief te solliciteren, kunnen sancties mensen langdurig in een slecht passende baan duwen. Daar is de bijstandsgerechtigde en ook de maatschappij niet bij gebaat.

Waar staat Nederland wat dat betreft? Zijn bijstandsgerechtigden te kieskeurig of niet kieskeurig genoeg? Nieuw onderzoek zal dit moeten uitwijzen, want deze langetermijneffecten zijn alleen voor Zwitserland en Zweden in kaart gebracht. Nieuw onderzoek is sowieso hard nodig, want het Nederlandse onderzoek is nogal gedateerd. Zo gaat de genoemde Rotterdamse studie over de situatie van 1994, en is daarmee niet actueel.

De Rotterdamse Rekenkamer heeft vorig jaar geprobeerd om recenter beleid te evalueren. Maar de manier waarop het meeste beleid wordt ingevoerd maakt het eigenlijk onmogelijk om aan goede effectmeting te doen. De conclusies blijven daarom hangen in vage kreten zoals dat nieuw beleid „de trend niet heeft kunnen keren”. Of de situatie er zonder nieuw beleid niet veel beroerder uit had gezien blijft onbekend.

Nieuw beleid zou zo opgezet moeten worden dat betrouwbare uitspraken wél mogelijk zijn. Hiervoor moet nieuw beleid eerst op kleine schaal worden geïntroduceerd, en pas bij succes verder uitgerold. Een brede effectmeting is nodig, die niet alleen kijkt naar uitstroomkansen en salarissen, maar ook naar oordelen van mensen. Hoe ervaren mensen een sanctie? Hoe voelen ze zich een jaar later? En hoe verhouden de kosten en baten van sancties zich ten opzichte van meer positieve maatregelen? Trainingen en coaching hebben vooral teleurstellende resultaten laten zien. Maar in Engeland zijn recentelijk gunstige ervaringen opgedaan met projecten waarbij met bijstandsgerechtigden meer over de toekomst wordt gesproken in plaats van over het verleden en waarbij mensen handreikingen krijgen om zich weerbaarder te maken. Of die innovaties ook in Rotterdam succesvol zouden zijn (en wellicht beter dan sancties), kunnen we alleen vaststellen als we ze eerst op kleine schaal een kans geven. De Participatiewet geeft daar alle ruimte voor. Het zou een gemiste kans zijn om het niet te doen.