Een roofdier op Zuid

De eerste levende steenmarter is gespot in de stad. Het roofdier, dat zich verschuilt onder de motorkap, werd eerder alleen in platgereden toestand gevonden.

Sinds 2009 was het stil rond de steenmarter, maar nu lijkt hij zich te hebben gevestigd in Rotterdam, voorlopig alleen nog op Zuid.

De eerste aanwijzing kwam eind mei, toen André de Baerdemaeker, ecoloog bij Bureau Stadsnatuur, in het Zuiderpark een verkeersslachtoffer van het asfalt van de Groene Kruisweg schraapte. Hij bracht het naar het Natuurhistorisch Museum. Het was een jong mannetje uit de categorie ‘gelukszoekers’ : doorzetters op zoek naar nieuwe leefgebieden.

Veel geluk heeft de steenmarter in het Rijnmondgebied overigens niet. Zowel een eerder geval in Rotterdam-Zuid (Charlois, 2009) als een vondst uit Barendrecht (2010) waren ook Road Pizzas. Dat er toch steenmarters het gemotoriseerde verkeer in de grote stad weten te ontlopen, bleek uit een melding van Rita de Klerk. In de vroege ochtend van 27 oktober liep er een volgroeid exemplaar in een cameraval in het Zuiderpark. „Ik had hem neergezet om inbrekers te betrappen, maar er staan eigenlijk alleen maar foto’s van katten op.” Tot die bewuste maandagochtend het bewijs van een levende steenmarter in Rotterdam geleverd werd.

De steenmarter heeft de laatste jaren zijn verspreidingsgebied in westelijke richting uitgebreid. Of ze Rotterdam op eigen kracht bereikten, is onbekend. Steenmarters verschuilen zich graag onder de motorkap van auto’s. Zo kunnen ze over flinke afstanden meeliften. Dat alle verkeersslachtoffers zijn gevonden in de buurt van de A15, wijst op onnatuurlijke aanvoer.

De kansen voor de steenmarter op Zuid zijn goed mits ze drukke autoroutes vermijden. In het parklandschap is voldoende voedsel (muizen, ratten, vogels, bessen) en genoeg bebouwing om de dag in door te brengen. Het diertje is er zelfs veilig voor de vos, zijn enige natuurlijke vijand. Dat roofdier concentreert zich in groeiend aantal langs de noordelijke stadsrand.