Orkest vurig in Mahlers ‘Symfonie 6’

Je officieuze entree maken als chef met Mahlers Zesde symfonie – dat is geen feestscenario. Maar of Gatti dat ook zo ziet? Hij houdt van Mahler en zal blij zijn dat hij zich kan presenteren in repertoire waarop hij uitgesproken visies heeft. Sterker: zonder zijn internationaal bejubelde interpretatie van de Negende, zijn lievelingswerk, was hij waarschijnlijk niet op nr. 1 van de lijst beland.

Eerst het goede nieuws: het Concertgebouworkest speelt onder Gatti vol vuur en vond in Felix Dervaux (aanvoerder hoorn) en Tatjana Vassiljeva (aanv. celli) recente vernieuwing van zijn topklasse. Ander goed nieuws: Gatti weet wat hij wil en kan dat vlekkeloos communiceren. Kijken naar Gatti is een maestro aan het werk zien: grote gebaren, grote emoties, grote klank.

Daar zit hem ook de crux. Wie zich de fijngeslepener Zesde onder Jansons herinnert (ook op cd) of deze zomer Nézet-Séguin hoorde, schrikt wat van de uitvergrotingen onder Gatti. Zeker is de Zesde afgrondelijk en vol extremen, maar de vraag is hoe je het effect daarvan optimaliseert. Gatti kiest voor trage tempi, grote inwendige tempoverschillen en overall een vrij massieve klank. In het Andante leidt dat tot een prachtige treurlijn maar vaak maken motieven een losgezongen indruk en mis je de schurende meerwaarde van een gewelfd betoog van a tot z.