Oplossing voor ICT-puinhoop bij Defensie laat op zich wachten

De automatisering bij Defensie is een chaos, en verbetering blijft uit. Of speelt minister Hennis een ragfijn spel?

Foto ANP

Soms gaat er achter een onschuldig ogend briefje van een minister aan de Tweede Kamer een wereld van strijd schuil.

Dat geldt zeker voor het korte schrijven van minister Hennis (Defensie, VVD) gisteren. In twee alinea’s, waarvan alleen door insiders het belang is te ontcijferen, meldde ze dat ze ondanks eerdere beloften dit najaar geen besluit neemt over de toekomst van een essentieel automatiseringsprogramma. Het wordt voorjaar 2015.

Die paar maanden uitstel zijn het enige uiterlijke vertoon van een heftige richtingenstrijd op het ministerie, zo zeggen bronnen. Het automatiseringsprogramma, Speer, is een financieel en inhoudelijk fiasco, zeggen critici binnen Defensie én externe controleurs zoals de Algemene Rekenkamer. Zes jaar later dan gepland is het programma opgeleverd, en het doet volgens een analyse van de Rekenkamer maar 30 procent van wat zou moeten. Toen Defensie stopte met het openbaar maken van de kosten, was het volgens diezelfde Rekenkamer al 413 procent te duur – het had 950 miljoen euro gekost. De besparingen die het had moeten opleveren, zijn nog geen kwart van wat was beoogd.

Defensie weerspreekt dit en zegt dat het programma prima functioneert en ook de komende jaren gebruikt zal worden.

Buitenlandse missie

Toch zijn er steeds meer signalen dat de voorstanders van dit programma minder kracht hebben dan vroeger. Het uitstel van de besluitvorming door Hennis is er een van. Het programma zou tijdens de eerste buitenlandse missie waar het gebruikt werd, in Mali, moeizaam hebben gefunctioneerd, melden betrokkenen.

Nu zijn dat nog onbevestigde geluiden. Formeel studeert de minister op de verdere ontwikkeling van Speer. Simpel gezegd is de vraag: heeft verder sleutelen nog zin, of moet er iets nieuws worden bedacht?

Dat de status van Speer wankelt, komt ook omdat het ministerie dit jaar het ene na het andere ICT-probleem bekendmaakte. In mei vielen netwerken en een van de drie datacentra uit. Bovendien bleek dat Defensie te weinig reservecapaciteit had om die uitval op te vangen. In juli zette de minister vier van haar ICT-managers uit hun functie, en legde ze de Kamer uit dat de apparatuur „sterk is verouderd” en de verhoudingen binnen de automatiseringsafdelingen al jaren „ernstig verstoord” zijn. Het had er allemaal toe geleid dat er „risico’s waren voor de continuïteit van de bedrijfsvoering”. Eind september deed Hennis aangifte tegen een reserveofficier die vertrouwelijke informatie over automatiseringsproblemen van Defensie zou hebben gelekt naar ICT-leverancier Ordina.

De ontwikkelingen leidden op het departement tot toenemende geruchten dat aanbestedingen van ICT-projecten jarenlang niet zuiver verliepen. Die verhalen werden zo concreet dat Hennis onlangs liet weten dat ze onderzoek instelt naar mogelijke fraude of malversaties bij aanbestedingen. Intussen lijkt ze ook terug te willen komen op het besluit van haar voorgangers alle ICT uit te besteden.

Al die kwesties zorgen voor onrust bij (top)ambtenaren die verantwoordelijk zijn of waren voor het ICT-beleid. Gezichtsverlies of erger ligt op de loer. Het lijkt erop dat Hennis daarom een gecompliceerd spel speelt: door problemen te openbaren zet ze druk op de eigen organisatie om te veranderen. Door vervolgens uiterst voorzichtig over die problemen te praten – tot ergernis van Kamerleden – behoudt ze de loyaliteit van haar mensen. Dat is niet alleen essentieel om zaken te veranderen, maar ook om haar eigen positie te behouden.