Obama is als president echt tegengevallen

Na de verkiezingsnederlaag van president Obama, een maand geleden, blijft de Amerikaanse politiek in wilde beweging. Deze week weer twee gebeurtenissen die dat bevestigen: de rassenrellen in Ferguson en het ontslag van de minister van Defensie, Chuck Hagel. In het overwegend zwarte Ferguson schoot een blanke politieman de achttienjarige zwarte Michael Brown dood. Uit zelfverdediging zei hij. Daarover bestond twijfel. Na een proces werd de agent vrijgesproken. Een deel van de zwarte bevolking protesteerde. Het liep uit op rellen en plunderingen. De president heeft er in directe zin niets mee te maken, maar het is een incident waardoor zijn reputatie verder wordt aangetast. Hagel is een gematigd Republikein. Hij werd benoemd om vorm te geven aan Obama’s tot verzoening neigende buitenlandse politiek en om het defensiebudget te verminderen. Die doelen zijn niet gehaald. Of dat Hagels schuld is valt te bezien, maar in ieder geval is Amerika nog, of weer, in oorlog. In Syrië, Irak en Afghanistan. De taak van de 9.800 Amerikaanse soldaten in Irak wordt uitgebreid. En bij dit alles wordt Europa zorgwekkender. Wat Poetin met de Oekraïne wil weet niemand, maar in Amerika wordt de drang sterker om krachtig tegen Moskou op te treden.

Wat is krachtig? Wapengekletter? Tot de rand van de oorlog gaan, zoals in de Koude Oorlog? Dat weet ook niemand, maar Hagel is het slachtoffer.

We hebben nu meer dan voldoende ervaring om te weten dat Obama geen krachtige president is. Nog twee jaar moet hij regeren met een Congres dat na de verkiezingen van deze maand in meerderheid Republikeins is. De Amerikaanse economie trekt aan, maar de werkloosheid blijft hoog en de stemming in het land schuift verder naar rechts.

Onder het bewind van president George W. Bush is de gestage achteruitgang begonnen. Hij en zijn neoconservatieve geestverwanten zijn medeverantwoordelijk voor de oorlogen in het Midden-Oosten die zich de laatste drie jaar weer hebben uitgebreid. Met zijn aanval op het Irak van Saddam Hoessein heeft hij de NAVO, ‘het machtigste bondgenootschap ter wereld’ verzwakt. Frankrijk en Duitsland deden niet mee. Na zijn verkiezing werd Obama begroet als een bevrijder. Hij heeft zelfs de Nobelprijs voor de Vrede gekregen. Maar intussen beseffen we hoe geweldig hij is tegengevallen. De chaos in het Midden-Oosten is nog ernstiger geworden en intussen hebben we de Islamitische Staat erbij gekregen.

Een van de grootste tekortkomingen, niet alleen van Amerika maar van het hele Westen, is dat het geen effectief antwoord weet op de terroristische wijze van oorlogvoering. Wij houden het nog altijd bij grote aantallen manschappen met de modernste wapens, luchtaanvallen en het zoeken naar bondgenoten bij de tegenstander. Dat is sinds in 2001 de oorlog in Afghanistan begon onze voornaamste strategie. Tegen bermbommen, zelfmoordaanslagen, onthoofdingen, terreur en corruptie in het algemeen hebben we geen verweer. Met gelijke munt is strijdig met onze beginselen en ons gebruikelijk verweer is ontoereikend. We hebben hier behoefte aan een Carl von Clausewitz die een nieuweVom Kriege schrijft.

En dan is er nog een manco waarvoor de verantwoordelijkheid bij onszelf ligt. Dat is de algemene malaise in de westerse maatschappij. De politieke klasse hier lijdt onder een gebrek aan overtuigingskracht; de binnenlandse politiek is verworden tot onoverzichtelijk geruzie. Een buitenlandse politiek die met overtuigingskracht door de meerderheid van het volk wordt gedragen, bestaat niet meer. Deze crisis wordt door de massa gecompenseerd met oeverloos amusement en gekanker op internet. En er is geen overtuigend leiderschap dat een uitweg biedt.